allessmelt_deel_169

Alles smelt (Munneke & van Calmthout)

Walter Lotens, ambassadeur van Grootouders voor het Klimaat, las het boek Alles smelt, de wereld van het ijs in een veranderend klimaat, van Peter Kuipers Munneke & Martijn van Calmthout. Hij schreef voor ons deze bespreking.

Alles smelt… en toch

De diepe tijd

‘Ergens in de woestijn van Texas, vlak bij de Mexicaanse grens, wordt een enorme klok gebouwd binnen in een berg. In het kalksteen is een schacht geboord van 150 meter lang met daarin een constructie van metalen tandwielen, stenen schijven en een titanen klepel. Eromheen loopt een wenteltrap waarvan de treden uit de rots zijn gesneden met een robotzaag. Eens in de zoveel tijd speelt de klok een melodie – telkens weer een andere. Het is de bedoeling dat dit mechanisme, aangedreven door thermische energie, de komende tienduizend jaar accuraat de tijd bijhoudt.’

Dat zegt de Australische filosoof Roman Krznaric – terloops gezegd: de partner van Kate Raworth – in een interview ‘De tirannie van het nu’ met De Groene over zijn boek De goede voorouder: langetermijndenken voor een kortetermijnwereld (1). Ik moest eraan denken toen ik het boek van Peter Kuipers Munneke en Martijn van Calmthout, natuurkundige en schrijver, aan het lezen was. Peter Kuipers Munneke is niet alleen een Nederlandse weerman, maar daarnaast is hij ook glacioloog en dat zijn wetenschappers, zoals ook geologen, paleontologen, dendrologen, klimatologen en oceanografen die over meer dan één dag ijs lopen en een ferme duik durven nemen in de ‘diepe tijd’ waarvoor geen nul te veel is.

De glaciale flipperkast

Zijn collega Salomon Kroonenberg noemt de diepe tijd ‘de grootste gift van de geologie aan de mensheid’. (2) Beide geologen verwijzen naar de zogenaamde Milankovic-cycliciteit, die de veel ruimere tijdschaal van de aarde hanteert. Volgens deze Servische astronoom verloopt het klimaat een volledige cyclus in honderd­duizend jaar en ook die lang­jarige cycliciteit is al ruim vier en een half miljard jaar aan de gang. De mens is voor de aarde, zoals Mark Twain het zegt, niets meer dan een likje verf op het topje van de Eiffel­toren. (3) In die diepe tijd doet zich volgens Peter Kuipers Munneke een flipper­kast­effect voor. Hij vergelijkt die grote klimaat­veranderingen met komende en gaande ijs­tijden met een flipper­kast waarin klimaat en de ijs­massa’s als een dolle ontstaan en weer smelten. We leven nu in de nasleep van de laatste grote ijs­tijd en zijn nu in principe op weg naar een nieuwe ijs­tijd. Op menselijke schaal duurt dat lang, maar op geologische schaal is dat razend­snel, zeggen glaciologen die denken in termen van een ‘onmenselijke’ tijd.

Wat ijskappen vertellen

Glaciologen als Peter Kuipers Munneke luisteren met het oor van de wetenschapper naar het klimaatverhaal van het ijs en daarvoor bestuderen ze de witte plekken op de globe. Ze bestuderen hoe ijs reageert op opwarming, meten ijsvolumes en massa’s, maken modellen van stromende gletsjers en de pakketten sneeuw en ijs op ijskappen. Het grootste gedeelte van ‘Alles smelt’ is een brede schets van dat ijskap­panorama om te achterhalen hoeveel ijs er is op de wereld­bol en wat daarmee gebeurt. De pool­gebieden zijn de grootste opslag­plaatsen van ijs op aarde. Ongeveer tien procent van al het gletsjer­ijs in de wereld ligt binnen de noord­pool­cirkel, maar daarnaast is er ook het zee-ijs dat zelfs in de zomer nog zo’n 5 miljoen vierkante kilometer in oppervlak is.

Het grootste ijsgebied op aarde ligt echter op de witte Zuidpool. Antarctica reikt over een gebied zo groot als van Amsterdam tot Moskou en van de Noordkaap in Noorwegen tot Gibraltar in Spanje. Het gebied is helemaal bedekt met ijs gemiddeld 2500 meter dik en met uitschieters tot 4 kilometer. Naast de witte vlekken van de polen zijn er ook de losse berggletsjers op aarde die werden opgelijst in de zogenaamde Randolph Glacier Inventory. Ongeveer een vijfde van al dat gletsjerijs bevindt zich in verspreide gletsjers in Arctisch Canada, nog eens 20 procent ligt verspreid in Rusland en Groenland beslaat 15 procent van al het ijs, verzameld in één massief blok.

Glaciologen beperken zich natuurlijk niet tot het inventariseren van het ijskappenpanorama. Zij bestuderen hoe ijs reageert op opwarming en wat ijskappen daarover te vertellen hebben klinkt niet zo vrolijk. Enkele zeer verontrustende feiten die zich voordoen in de recente evolutie van dat ijskappanorama lopen als een rode draad doorheen het boek en worden keurig op een rijtje gezet . Die fenomenen zijn natuurlijk bekend, partieel althans, maar als ze eens wetenschappelijk geïnventariseerd worden, krijgen ze een nog veel dreigender dimensie.

Satellietwaarnemingen laten ondubbelzinnig zien dat Groenland sinds de eeuwwisseling netto gemiddeld rond de 280 gigaton ijs per jaar verliest. Dat is intussen ongeveer vijf biljoen ton water van het eiland dat in zee stroomt en dat geeft 1,3 centimeter zeespiegelstijging wereldwijd, van de kust van New York tot op het strand van Katwijk. Ook het uitzicht van de Noordpool verandert de laatste decennia in hoog tempo. Sommigen zien daarin gevaarlijke opportuniteiten. Een ijsvrije Noordpool maakt een rechtstreekse overvaart van Europa naar de Beringstraat mogelijk en bovendien is er de olie- en gasindustrie die op de loer liggen naar de bodemrijkdommen die vrij komen van onder het ijs. Nu al, waarschuwt Peter Kuipers Munneke, is de Noordpool het grootste bedreigde ecosysteem op aarde, groter bijvoorbeeld dan de kaalslag in de Amazone samen. Het IPCC voorspelt dat tegen 2100 in een laag scenario een zeespiegelstijging van 43 centimeter kan worden verwacht. Het is niet toevallig dat Nederland over gerenommeerde glaciologen beschikt die angstvallig naar de zeespiegelstijging kijken. Angstvalliger zeker dan de politici die op de laatste COP in Glasgow toch alweer van een gevaarlijke bijziendheid hebben getuigd.

Alles smelt en dan…?

Die bijziendheid zal je alleszins niet aantreffen bij glaciologen à la Peter Kuipers Munneke. Zijn verwijzing naar het flipper­kas­effect van de diepe tijd kan niet begrepen worden als een weten­schappe­lijk alibi om het optreden van de mens te mini­ma­liseren. Het denken op geologische tijd­schalen moet niet leiden tot pessimisme. ‘Het is verleidelijk om de zee­spiegel­stijging die we nu verwachten door klimaat­verandering, een paar meter op afzien­bare termijn, als kinder­spel af te doen. De aarde, kun je denken, heeft wel voor hetere vuren gestaan.’

Neen, schrijven de auteurs, de huidige opwarming is anders. Die is ontstaan toen de mens­heid, in eerste instantie zonder het zelf te weten of te begrijpen, zelf aan de knop van de broei­kas­gassen begon te draaien. Eerst een beetje, bij het begin van de industriële revolutie rond 1850, en daarna voluit met een economie die op fossiele brand­stoffen draait. De auteurs verwijzen in hun inleiding al dadelijk naar een IPCC-grafiek die kraak­helder vertelt wat er mis is met het klimaat op aarde. Op de verticale as staat de opwarming, van nul in de 19de eeuw tot ander­halve graad nu. De eerste boodschap die daaruit voortvloeit, is zeer zorgwekkend: iedere ton, iedere gram CO2 warmt de aarde op. Maar de tweede boodschap die de grafiek afgeeft is dan weer hoopvol. Hij laat zien dat het werkelijk zin heeft om op te houden met het uitstoten van broei­kas­gassen. Een belang­rijke conclusie uit glaciologisch onderzoek is dat het zin heeft om de knop zo snel mogelijk dicht te draaien. Alles smelt – jawel – maar toch niet alles, zeggen de auteurs maar dat zal dan in grote mate afhangen van het menselijk gedrag.

Wetenschap en communicatie

‘Alles smelt’ is een boeiend boek, in zeer heldere taal gesteld met een didactische maar niet belerende inslag, dat op verschillende niveaus kan worden gelezen. Het geeft een vulgari­serend beeld van de weten­schappelijke stand van zaken op het terrein van de glaciologie, maar het laat de lezer ook meelopen in de voetstappen van de glacioloog die in uiterst extreme omstandig­heden – ijs­kundigen zijn geen watjes, dat is duidelijk – zijn/haar exacte bevin­dingen over de stand van de witte ijs­plekken op onze wereld­bol meedelen. De zorg­vuldige opbouw van het boek laat die twee aspecten zeer goed aan bod komen. Na elk hoofdstuk volgt er een eerder column­achtige pagina waarvoor vaak vertrokken wordt van een persoon­lijke ervaring van Peter Kuipers Munneke die vanuit zijn dubbele functie als weer­man én als glacio­loog de geknipte figuur is om de link te leggen tussen weten­schap en communicatie. Felicitaties ook voor Uitgeverij Lias die met een groot aantal prachtige foto’s van de polaire gebieden en de sfeer die daar rondhangt, van ‘Alles smelt’ een prachtige uitgave hebben gemaakt.


(1) De Groene Amsterdammer van 10 november 2021
(2) Salomon Kroonenberg, De menselijke maat, de aarde over tienduizend jaar, Amsterdam/Antwerpen: Contact, 2015, p. 15
(3) Salomon Kroonenberg, op. cit, achterflap

Peter Kuipers Munneke & Martijn van Calmthout: Alles smelt, de wereld van het ijs in een veranderend klimaat, uitgeverij Lias

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

negentien − 16 =