green_deal_news

Europese Green Deal

Antwerpenaar Bart Staes (1958) was van 1999 tot 2019 Europees parlementslid voor achtereenvolgens de Volksunie, Spirit en Groen. Staes hield zich bezig met landbouw, voedsel en ontwikkelingssamenwerking. Hieronder maakt hij een stand van zaken rond de Europese Greal Deal.

Frans Timmermans

“De nieuwe Europese Commissie van Ursula von der Leyen en Frans Timmermans zet prioritair in op een transitie van de Europese economie naar klimaatneutraliteit, vergroening en duurzaamheid. 10 dagen na haar aantreden stelde ze op 11 december 2019 de Europese Green Deal (EGD) voor[1]. Nog eens een maand later legde ze op 14 januari 2020 uit hoe ze de EGD zal financieren. Deze financiële onderbouw kreeg twee namen: het Sustainable Europe Investment Plan en het European Green Deal Investment Plan[2]

Koken kost geld: minstens 1000 miljard

Een transitieplan voor de Europese economie kost uiteraard veel geld. Dat geld moet niet alleen het omturnen van de Europese economie naar de juiste klimaatmaatregelen en de vergroening van de samenleving mogelijk maken. Het moet ook zorgen voor meer rechtvaardigheid en voor een sociale transitie waarbij het niet bij uitstek de zwaksten in de samenleving zijn die de zwaarste lasten moeten dragen. Groene en sociale maatregelen zijn éénzelfde strijd. De Green Deal van de groene hesjes moet gecombineerd worden met de eisen en verzuchtingen van de gele hesjes.

Ursula Von der Leyen

Von der Leyen wil tussen nu en 2030 1000 miljard euro inzetten. Dat geld komt uiteraard niet alleen uit de Europese begroting want die is nu al te klein. Het is duidelijk dat ook de lidstaten (en regio’s) en de privésector deze omvorming van onze samenleving zullen moeten financieren.

Midden februari 2020 mislukte de eerste ronde van onderhandelingen tussen de 27 staatshoofden en regeringsleiders over de komende Europese meerjarenbegroting 2021-2027. Het totale bedrag waar uiteindelijk op afgeklopt zal worden, blijft hoe dan ook bijzonder klein: tussen de 1100 en 1300 miljard euro. Een bedrag dat zich situeert tussen de 1 en de  1,13 % van het Bruto Nationaal Inkomen van de 27 lidstaten.

Hoe dan ook: de Europese Commissie wil de komende 7 jaar minstens 25 procent van het beschikbare Europese geld inzetten voor vergroening en verduurzaming. En de komende 10 jaar wil von der Leyen minstens 500 miljoen euro besteden aan de EGD vanuit de Europese begroting. Een deel van dat half miljard euro zal nieuw geld zijn. Maar een belangrijk deel zal komen uit de bestaande financieringsmechanismen: het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, de Cohesiefondsen, het Visserij- en het Gemeenschappelijk Landbouwfonds. Deze fondsen zullen op een deel van hun activiteiten de groene sticker “EGD” gekleefd krijgen.

Meteen is dat een eerste deel van de kritiek. In hoeverre staat de EGD voor nieuw beleid? In hoeverre is het enkel maar een schuiven met budgetten die hoe dan ook zouden worden uitgegeven?

De bekommernissen van de gele hesjes wegnemen

De Commissie beseft erg goed dat een aantal lidstaten nog over de brug getrokken moet worden. Landen met een verouderde economie, volledig gestoeld op fossiele brandstoffen als steen- of bruinkool zijn niet erg happig op een groene transitie. Ze vrezen dat het omturnen van hun economie veel banen zal kosten. En ze verwachten dus ondersteuning van de Europese Unie.

Daarom lanceerde de Commissie op 14 januari 2020 het “Mechanisme voor een rechtvaardige transitie” of het ‘Just Transition Mechanism’ (JTM)[3]. De Commissie wil 100 miljard euro inzetten om de landen, de regio’s en de mensen die het hardst getroffen zullen worden door de transitie mee te krijgen. Een deel van die 100 miljard zijn eigen EU-middelen. Een ander deel  komt van de lidstaten en de privésector.

De eigen Europese middelen komen terecht in het “Fonds voor een rechtvaardige transitie”, het ‘Just Transition Fund’ (JTF). Daar wil de Commissie 7,5 miljard euro extra van de Europese begroting in stoppen. In een bijlage geeft ze meteen aan hoeveel trekkingsrechten elke lidstaat heeft. België krijgt 68 miljoen euro. Nederland 220 miljoen, Bulgarije 458 miljoen, Roemenië 757 miljoen en Polen 2 miljard. Die verdeling stuit op zware kritiek van de Vlaamse Regering bij monde van Zuhal Demir en Minister-President Jan Jambon. Ook al omdat België die 68 miljoen exclusief wil spenderen in Henegouwen. De Vlaamse Regering lijkt in deze te vergeten dat Vlaanderen sinds 1987 600 miljoen aan Europese steun kreeg om de economische gevolgen van de sluiting van de (Limburgse) steenkoolmijnen op te vangen. 

Vraag blijft overigens of Vlaanderen in deze de juiste strategie volgt. Het transitiefonds is gericht op landen die nog sterk afhangen van vervuilende energiebronnen. Klimaatexperts menen dan ook dat Vlaanderen veel beter zou investeren in het binnenhalen van budgetten uit het innovatiefonds of in de sector van Onderzoek en Ontwikkeling.

Lidstaten die de trekkingsrechten op JTF-geld willen innen, moeten “plannen voor een rechtvaardige transitie” indienen. Elke euro JTF-geld moet ook worden aangevuld met anderhalf tot drie keer extra geld uit het Fonds voor Regionale Ontwikkeling of het Europees Sociaal Fonds. Zo moet de 7,5 miljard JTF-geld uiteindelijk meer dan 30 miljard euro worden.

De Europese Commissie wil verder ook een deel het Europees investeringsfonds ‘Invest EU’ inzetten om de rechtvaardige transitie te begeleiden. En de Europese Investeringsbank wordt een klimaatbank die goedkope leningen ter beschikking zal stellen van overheden die investeren in duurzame openbare investeringen.

De Commissieplannen vallen in goede aarde bij het Europees Parlement dat reeds op 28 november 2019 de noodtoestand op het gebied van klimaat en milieu uitriep[4]. En op 14 januari 2020 gaf het zijn volle steun aan de krachtlijnen van de EGD[5].

Gaat dit alles ver genoeg?

De vraag blijft of de financieringsaanpak van de Europese Commissie wel de goede is. We weten dat om een uitstootvermindering van 45-50 procent tegen 2030 te halen er jaarlijks 250 tot 300 miljard euro extra investeringen nodig zijn. De Commissie voorziet investeringen tot 1000 miljard euro waarvan slechts een beperkt gedeelte nieuw geld en verder nog een flink gedeelte te financieren valt door de nationale en regionale overheden en de privé-sector. De bestaande Commissieplannen zorgen voor een investeringstekort van 1500 tot 2000 euro. En de Commissie is met handen en voeten gebonden aan de onderhandelingen over de meerjarenbegroting. Die zal zelfs in het best mogelijke scenario de komende zeven jaar nooit meer dan 1300 miljard bedragen. Dat is dus een som van om en nabij 1 procent van het BNI van de 27 lidstaten. Een habbekrats om de serieuze uitdagingen van deze tijd aan te gaan. Een andere aanpak is nodig.

Klimaatbeleid, transitie en vergroening koppelen aan een serieuze aanpak van belastingfraude en belastingontwijking

Criticasters van de Commissieaanpak stellen dat de plannen economisch haalbaar en betaalbaar moeten zijn. Van binnenuit ondergraven ze met hun kritiek de pijlers van de o zo noodzakelijke transitie. Diezelfde criticasters staan op de eerste lijn om een ambitieuze en voluntaristische discussie over de meerjarenbegroting onmogelijk te maken. Ze gedragen zich als kruideniers en blijven zeggen dat er geen geld is om een degelijk beleid mogelijk te maken.

Hoezo: geen geld? Toen na de financiële crisis veel van onze banken in gevaarlijk water kwamen, mobiliseerden de regeringen in twee jaar tijd 5000 miljard euro om de systeembanken te redden. En dat zou nu niet kunnen voor het financieren van een ambitieuze Europese Green Deal? Waarom kon er snel geld gevonden worden voor de banken? Waarom niet voor de toekomst van planeet Aarde?

Komt daarbovenop dat de Europese Centrale Bank in de periode 2015-2019 2400 miljard geld creëerde om de economie te ondersteunen. Waarom kan deze techniek niet gebruikt worden voor het financieren van een eerlijke en rechtvaardige transitie?

En tenslotte: klimaat- en transitiebeleid moet onvermijdelijk gekoppeld worden aan een eerlijk en rechtvaardig belastingbeleid. Breed Europees wordt de som aan belastingfraude en -ontwijking geschat op een bedrag tussen de 800 en 1000 miljard euro per jaar! Om de transitie naar echte verduurzaming en groene transitie mogelijk te maken is er nood aan een investering van 3000 miljard op 10 jaar. Jaarlijks dus 30 tot 37 procent van de geschatte belastingfraude. Eind februari nog meldde de zakenkrant “De Tijd” dat er in het aanslagjaar 2019 172,3 miljard euro aan betalingen wegstromen uit België naar de beruchtste belastingparadijzen. Geld dat dus terechtkomt in de Verenigde Arabische Emiraten, Oezbekistan, de Kaaiman-eilanden, Bermuda en Turkmenistan … Geld waar geen (Europese) belasting wordt op gegeven en ddat us niet ten goede komt aan een rechtvaardige en eerlijke transitie.

Het lijkt dus nuttig, nodig en wenselijk het klimaatdebat direct te verbinden aan een rechtvaardig en eerlijk belastingbeleid tegen belastingfraude en -ontwijking. Dat is een discours dat de strijd van de groene en de gele hesjes aan elkaar verbindt. Nuttig toch?

Bart Staes, ambassadeur van de Grootouders voor het Klimaat en voormalig Europees Volksvertegenwoordiger.



[1] https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52019DC0640&from=EN

[2] https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52020DC0021&from=EN

[3] https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52020PC0022&qid=1582819839013&from=EN

[4] https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-9-2019-0078_NL.pdf

[5] https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-9-2020-0005_NL.pdf

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .