winmolen in landschap

Hernieuwbare energie is een succesverhaal – interview met Jos Delbeke

De voorbije zomer was een wake-up call voor het klimaat: overstromingen en bosbranden over de hele wereld, ook in Europa en België. Het laatste rapport van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) bevestigt met nog meer klaarheid de omvang en de urgentie van het klimaatprobleem. Intussen maakt de wereld zich op voor COP26, de jaarlijkse klimaatonderhandeling, die dit jaar in Glasgow plaatsvindt.

We spraken met Jos Delbeke die al meer dan 20 jaar met klimaat bezig is. Van 2010 tot 2018 was hij directeur-generaal voor het klimaat bij de Europese Commissie.

Wat Europa met o.a. de Green Deal op klimaatvlak onderneemt stemt hem trots, maar dit is nog maar een begin. In ons interview komt veel meer voorbij, de hele wereld. Afrika? Veel zon en wind, maar een zwak elektriciteitsnetwerk; de Europese Commissie en de Europese Investeringsbank zetten er hard in op hernieuwbare energie. India? China? Ze zijn al wereldleiders qua zonne-energie – maar ze gebruiken nog altijd heel veel steenkool.

Jos Delbeke goochelt zich door de onderwerpen heen, alle bordjes houdt hij draaiend. Wij vergeten het scherm, geboeid door zijn inzichten over goed bestuur, politieke moed, de stap-voor-stap-aanpak om het draagvlak niet te verliezen, en zijn ontgoocheling over de vliegtuigsector.

De wereldleiders maken zich op voor COP26. Wat mogen we verwachten?

Een mijlpaal in de wereldwijde samenwerking over het klimaat is het Akkoord van Parijs, aangenomen in 2015. Alle staten moesten hun klimaatplannen indienen maar die blijken onvoldoende te zijn om de wereldwijde opwarming te beperken tot “fors lager dan 2°C, en bij voorkeur 1.5°C”. Voor COP26 (Glasgow, 2021) worden alle landen aangespoord een tand bij te steken. Velen hebben dat al gedaan, waaronder belangrijke spelers zoals de Europese Unie, de VS en China.

Het allerbelangrijkste is dat landen een beleid ontwikkelen, want met doelstellingen alleen komen we er niet

Die landen streven naar klimaatneutraliteit tegen het midden van deze eeuw. Ik hoop dat ook grote uitstoters zoals Rusland, Saoedi-Arabië of Indië bij deze club zullen aansluiten. Maar het allerbelangrijkste is dat landen een beleid ontwikkelen om de uitstoot naar beneden te halen, want met doelstellingen alleen komen we er niet. Klimaatactie is essentieel en die gaat altijd moeizaam, want er zijn altijd tegenkrachten die moeten overwonnen worden.

Jos Delbeke is een van de vele experten in de Canvas-reeks "Wat houdt ons tegen?" met Jill Peeters ©vrt

Waarvan hangt het af of een land snel evolueert in de klimaattransitie ?

Voor duurzaamheid heb je een beetje een “verlichte” overheid nodig. Dat hoeft niet per se een streng geleid land te zijn, zoals China, maar je moet het probleem wel durven te erkennen en een langetermijnvisie hebben. Ook goed bestuur is doorslaggevend want je hebt een minimum van goede instellingen nodig. Ik zag projecten in Afrika waar de Europese Commissie steun verleent voor hernieuwbare energie, maar de geleverde elektriciteit niet betaald wordt. Investeerders, ook die met schone technologie, komen niet over de brug als er geen zekerheid is. Een voorbeeld uit Mexico: daar zwaait het economisch landschap van links naar rechts. Projecten en goed bestuur van de voorbije regering worden teruggedraaid door de nieuwe president die prioriteit geeft aan boringen naar olie en gas. Nochtans is hernieuwbare energie een kans voor vele – zeker arme – landen omdat ze goedkoop is. Decentrale energieopwekking is een troef voor gebieden met een zwak bestuur.

De cluster hernieuwbaar-digitaal-opslag is een winner.

Energie, huisvesting, industrie of landbouw : welke noten zijn het hardst te kraken in de transitie ?

Hernieuwbare energie is een succesverhaal. Ondanks aanvankelijke kritiek (“Zijn dure installaties zoals zonnepanelen of windmolens wel een goede investering?”) is hernieuwbare elektriciteit nu goedkoop, waar ook ter wereld. In sommige landen van Europa maar vooral in Azië zitten we nog wel met de afbouw van oude vervuilende centrales zoals steenkool en bruinkool, maar de massale uitrol van hernieuwbare energie loopt vrij goed. Als we hernieuwbare elektriciteit kunnen combineren met digitale ontwikkelingen (slimme meters) kunnen we de elektriciteitsmarkt beter sturen. De derde factor is de opslag: batterijen worden snel goedkoper. De cluster hernieuwbaar-digitaal-opslag is een winner. Ook voor landen die minder rijk zijn.

En dan de moeilijke sectoren ?

Een moeilijke sector is de (zware) industrie. In Vlaanderen is dat de cluster van onze havens (Antwerpen, Zeebrugge, Gent) met zeer grote installaties die massaal energie verbruiken. Ze zijn belangrijk omdat ze veel producten maken die we nodig hebben voor de transitie naar een duurzame economie. Een windmolen bevat veel cement, staal en gesofisticeerde chemie.

Zonnepanelen ook: veel chemie en niet de meest duurzame. Hetzelfde geldt voor de elektrische auto. Je kunt niet zeggen dat de batterijen met hun edele metalen en schaarse grondstoffen erg milieuvriendelijk zijn, maar als je de totale balans opmaakt is zich verplaatsen met een elektrische auto hoe dan ook milieuvriendelijker dan benzine of diesel. Wel moeten we nu al inzetten om aan het einde van hun levensduur de recyclage professioneel aan te pakken. En cement en staal produceren met 80% CO2-reductie is mogelijk maar vergt grote investeringen.

De omslag in de energiesector lijkt gewonnen, en op dit moment beweegt ook heel wat in de zware industrie. Maar er blijven veel uitdagingen. Dat merken we vandaag ook aan de torenhoge prijzen voor energie en grondstoffen. Europa blijft heel kwetsbaar voor wat elders in de wereld gebeurt, niet het minst omdat we zo hard van import afhangen. Minder energie verbruiken, meer duurzaam produceren en recycleren blijft daarom voor jaren een strategisch belangrijke uitdaging, zowel economisch als ecologisch.

De slag om onze landbouw en voeding zal traag verlopen

De slag om onze landbouw en voeding zal traag verlopen, vrees ik. Het is een complex probleem. We zitten met de overbevolking van de wereld : we zijn onderweg naar 9 misschien zelfs 10 miljard mensen tegen 2050: dat betekent 10 keer meer monden te voeden dan 150 jaar geleden. Je ziet twee scholen om daarmee om te gaan.

Een zegt: zeer intensieve landbouw op een beperkt areaal, zodat zoveel mogelijk oppervlakte vrij kan blijven voor biodiversiteit.

De andere zegt: groene ‘extensieve’ landbouw met minder ggo (genetisch gemodificeerde organismen), minder meststoffen.

Mijn verstand zegt dat de eerste optie de beste is, maar mijn gevoel doet me neigen naar de tweede. Een groot debat komt op ons af. Maar vandaag weet ik wel wat ons nu al te doen staat: veel minder vlees eten – vooral rood vlees is de boosdoener – en de charmes van de vegetarische en veganistische keuken omarmen. Dat lijkt me al een heel belangrijke eerste stap.

Minder vlees eten en de vegetarische en veganistische keuken omarmen

U bent econoom van opleiding. We kennen economen die vasthouden aan het traditionele groeimodel en andere die het donutmodel verdedigen.

Ik zie de aantrekking van het donutmodel maar toch denk ik dat we iets van economische groei nodig hebben. Geen 10 % per jaar zoals recentelijk in China want dan vreet je de grondstoffen van de planeet leeg, maar de 1 à 2 % van vandaag is de smeerstof voor de economische vernieuwing die we nodig hebben. Investeringen, ook die voor een duurzame samenleving, lopen veel vlotter wanneer er wat economische groei is. In een krimpeconomie blijft iedereen op het oude zitten.

Ik heb ook geleerd dat je voor economische veranderingen een draagvlak nodig hebt, en dat is gemakkelijker met wat economische groei. Je moet noodzakelijke, moedige beslissingen nemen, maar je moet ook durven om te kijken. Niet iedereen gaat vanzelf mee in het verhaal, maar toch zullen we iedereen nodig hebben als we de uitstoot willen verminderen. Een gezonde economische dynamiek maakt de mensen minder conservatief. Met de voorhoede van 10 % groen-denkende overtuigden komen we er jammer genoeg niet, je hebt een breed draagvlak nodig.

Met de voorhoede van 10 % groen-denkende overtuigden komen we er jammer genoeg niet, je hebt een breed draagvlak nodig.

Het hoge woord is eruit: draagvlak. Hoe belangrijk is draagvlak in de transitie waar we voor staan ?

Heel belangrijk. Ik bepleit de stap-voor-stap-strategie. Rijden en omzien. In de economie moet je ook rekening houden met de sociale impact van het beleid. Sociale correcties zijn nodig, zoals president Macron mocht ondervinden met de gilets jaunes, en de steden met hun LEZ-zones. Aandacht hebben voor wie het meest kwetsbaar is. Sociale correcties verhogen ook het draagvlak. Als je te snel gaat, riskeer je een ideologisch gekleurde tegenreactie. Met al mijn sympathie voor alle Anuna’s en Greta’s die heel wat hebben losgemaakt. Maar de keerzijde is dat we hard moeten werken om een ideologische polarisatie in het klimaatdebat te vermijden. Ik hoop dat de Europese Green Deal ons daar overheen kan tillen, zodat we naar pragmatische oplossingen kunnen zoeken.

Dus voor voldoende draagvlak geen te radicaal beleid ?

Een voorbeeld. We gaan in Europa naar een reductie van 55%. Dat is zeer ambitieus, we komen van 40%. Toch hoor ik de roep naar 60-65%. Ik denk dat dat economisch zo goed als onmogelijk is als we het draagvlak niet willen verliezen. Wie te radicale oplossingen voorstaat, vergeet soms te vermelden dat we dan op zeer korte tijd economische activiteiten moeten afstoten terwijl de alternatieven nog niet zijn uitgebouwd. Hoe ga je dat aan de mensen in de oude sectoren uitleggen? Hen omscholen is OK maar vergt tijd, en niet iedereen is zomaar onmiddellijk omschoolbaar. Ik ben een democraat in hart en nieren en vind een dictatuur, ook een eco-dictatuur, het ergste wat er is. Het is een moeilijk evenwicht, maar draagvlak is een belangrijk element in het beleidsdebat. Daar hebben we goede politici voor nodig die inzien hoe snel ze kunnen gaan zonder een terugslag te krijgen. Ik werkte veel met de Obama-regering en we vonden dat hij te traag ging. Maar kijk, daarna komt Trump en die schroeft alles terug.

Je hebt veel met de luchtvaart onderhandeld.

Ja, Ik heb me daar als Europees onderhandelaar bij de ICAO (International Civil Aviation Organisation) de tanden op stukgebeten. Men was helemaal niet toegankelijk voor het klimaatargument. ETS (de Europese emissiehandel) werd afgevoerd voor een eigen systeem dat, blijkt nu, voor 2027 nauwelijks enige impact zal hebben.

De overheid moet hier een cruciale rol spelen. Vooreerst is er de taksvrije behandeling van kerosine, wat een grote scheeftrekking is. De automobilist betaalt aan de pomp meer dan de helft aan taksen, en de elektriciteitsrekening van treinen omvat een post voor de CO2-uitstoot.

Daarnaast krijgen heel wat luchthavens subsidies, en recentelijk krijgen lucht­vaart­maat­­schappijen grote covid­steun zonder dat er veel duur­zame condities aan verbonden zijn. Dat uit de hand gelopen systeem heeft een funda­­mentele her­ziening nodig.

Ik hoop ook dat we uit de covid­­crisis geleerd hebben dat we niet voor alles zomaar op reis hoeven te gaan. Zeker business­­reizen moeten met minstens de helft kunnen zakken. Zulke structurele afslanking zou voor het klimaat een hele winst betekenen (en het lucht­­ruim minder over­belasten). Lucht­vaart­maatschappijen zouden aangespoord kunnen worden om in te zetten op hoge­snelheids­treinen voor verplaatsingen beneden de 500km. Er hangt zeker een hele keten van om­schake­lingen aan vast; dat illustreert perfect waarom de transitie naar duur­zaam­heid een complex verhaal is. Ook Europa moet dit verhaal actief aansturen.

Een structurele afslanking [van de luchtvaartsector] zou voor het klimaat een hele winst betekenen (en het lucht­­ruim minder over­belasten)

Zullen de banken een grote rol spelen in de investeringen van de groene relance na corona ?

Een zeer grote rol. Ik vind de beweging naar een duurzame financiering zeer hoopgevend. Ik denk dat nu alle financiële spelers, ook onze doorsnee-banken naar de klimaat­impact van hun investeringen kijken. Maar ze zijn nog gebonden door oude investeringen.

Die omslag is een heel moeilijke oefening. Maar als je ziet dat grote wereld­spelers als Black Rock (zie b.v. de brief van Larry Fink) aankondigen dat ze hun porte­feuille zullen screenen op klimaat, dat CEO’s wandelen worden gestuurd als ze te weinig klimaat­vriendelijk zijn, dat aandeel­houders, zelfs van Exxon, BP en Shell druk zetten, dan moet je dat durven te erkennen. Publiek kapitaal kan het smeer­middel zijn om te vergroenen, maar privé­kapitaal is de grote brok. Daar zien we grote vooruit­gang. Ook Europa heeft recent wetgeving ingevoerd om de sluipende ‘green­washing’ tegen te gaan. Over 5 à 10 jaar zullen we een duidelijk verschil zien.

Publiek kapitaal kan het smeer­middel zijn om te ver­groenen, maar privé­kapitaal is de grote brok

Dit gesprek had via videoconferentie plaats. De interviewers waren Ingrid en Marc.

Overname is mogelijk na goedkeuring via info@grootoudersvoorhetklimaat.be

 

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

elf + 10 =