Oikos-Manifest_169

De omslag naar een duurzame economie

Auteur: Luc Van Overloop

1.Inleidend

Corona is een spelbreker. Vooral de recente, nieuwe golf van coronabesmettingen ontmoedigt mensen. De somberheid neemt hand over hand toe. Komt er wel een postcoronatijd? Hoe relevant is het klimaatverhaal nog? Kunnen we onze kleinkinderen nog wel een betere toekomst beloven? 

Gelukkig biedt een wijsheid uit de sociale psychologie perspectief. Deze wetenschap stelt dat doemdenken mensen verlamt, terwijl hoop mensen prikkelt tot actie.  Diezelfde menswetenschap zegt echter dat je mensen hun verhaal, al is dit een donker verhaal, niet mag afnemen zonder een ander narratief aan te bieden.  Dus is het van strategisch belang als activistische klimaatbeweging om mensen een verhaal van hoop aan te bieden.  Een verhaal van hoop gebaseerd op redelijke grondslagen.  Een narratief dat mensen voedt in hun hunker naar een goede, betere toekomst.

De Nederlandse schrijver Ilja Leonard Pfeijffer verwoordt in zijn magistrale roman Grand Hotel Europa {1} perfect hét motief om dit te doen.  De ik-figuur in deze roman, gast in dit hotel, rookt af en toe een sigaret met de piccolo Abdul. Tijdens die ontmoetingen vertelt Abdul in episodes zijn tragisch, haast mythisch verhaal van zijn vlucht naar Europa.  Pfeijffer (alias de ik-figuur) reageert op één van die pijnlijke ontboezemingen met de uitspraak dat verhalen moeten verteld worden. Op de vraag van Abdul ‘waarom?’, antwoordt hij dat dit zo is omdat verhalen betekenis geven aan gebeurtenissen. Dat mensen dit al sinds mensenheugenis doen.  Omdat zonder betekenis alles zinloos wordt.  En vooral ook omdat verhalen definiëren wie wij zijn en wat het betekent dat wij mensen zijn.

De klimaat ontwrichting neemt intussen alsmaar toe en de kans, om deze fatale ontwikkeling te stoppen en te beheersen, neemt voortdurend af.  Het komende decennium zal ter zake beslissend zijn. De tijd dringt.  Vele analisten en experten zijn het er over eens, deze verontrustende evolutie kan enkel gestopt en gekeerd worden door een systemische verandering van het huidige neoliberale economische stelsel naar een duurzame economie. Daarom zal dit artikel inzoomen op de volgende cruciale vragen.  Wat houdt het model van een duurzame economie in?  Hoe kan zo een metatransitie bereikt worden?  In welke mate zijn er redenen tot hoop?  En finaal, welke rol kunnen burgers, bedrijven, overheden in deze cruciale omslag bijdragen en vooral ook in welke mate gebeurt dit nu al?

Als stramien voor dit artikel wordt gebruik gemaakt van een wetenschappelijk onderzoek dat Ann Crabbé deed voor The Shift vzw, een projectorganisatie die met een netwerk van wetenschappers werkt aan een batterij concrete en haalbare oplossingen gericht op de realisatie van een duurzame toekomst. De bevindingen van haar onderzoek schreef ze uit onder de titel De duurzame economie van de toekomst, hoe ziet ze eruit en hoe geraken we er?  {2}  Ann Crabbe is dr. in de sociologie, als onderzoekster geattacheerd aan de UA en onder meer ook coördinator van het nieuwe korf-vak Klimaatverandering aan deze Antwerpse universiteit.

2. Wat is een duurzame economie?

Ann Crabbé definieert duurzame economie als een model van economie dat er in slaagt ecologische grenzen, sociale rechtvaardigheid, economische stabiliteit en levenskwaliteit met elkaar te verbinden.

De meeste analisten zijn het er over eens dat een duurzame economie een systeemverandering vereist. De duurzame economie kan niet zonder een heuse transitie.   Transitie is een grondige maatschappelijk veranderingsproces van een oud naar een nieuw evenwicht, waarbij veranderingen optreden op het niveau van structuren en werkwijzen.  Het betreft hier (dus) geen optimalisatie van het bestaande (economische) systeem, maar radicale, doorgedreven, niet-lineaire innovaties.  Transitie is (in die zin) per definitie het tegenbeeld van een business as usual beleid {3}.  Verder doen zoals het nu loopt is bijgevolg geen optie.  Dit vraagt dus om een ruimte voor experimenten waar individuen, burgers, maatschappelijke groepen, bedrijven en overheden op innoverende wijze oplossingen voor duurzaamheidsproblemen (zoals bv. de klimaatuitdagingen) uitproberen.  

Een duurzame economie mondt uit in een duurzame maatschappij.  Wat dit kan betekenen wordt door Oikos, een denktank voor sociaalecologische verandering, op inspirerende wijze omschreven in haar redactiemanifest {4}.  Daarom hieronder de integrale tekst van dit manifest, dat binnen het opzet van dit artikel en met enige ruimdenkendheid met een schuine streep gelijkgesteld kan worden met een duurzaam maatschappijbeeld.

De lezer zal in de beschrijving van allerlei innovaties op economisch vlak die volgen, merken hoe die samen de kenmerken van een duurzame maatschappij op een opmerkelijke wijze dekken.  Maar zoomen we nu vooral in op de kwestie of en hoe een transitie naar een duurzame economie mogelijk is en in welke mate dat mensen hoop kan geven.

3. Strategieën die de weg naar een duurzame economie openen

3.1.   De strategie van het creëren van overvloed

Wat houdt deze strategie in?

Ann Crabbé ziet als een eerste strategie het creëren van abundancy.  Het creëren van een overvloed aan initiatieven die mogelijke openingen naar een heuse transitie bieden.

Veel initiatief is nodig.  De achterliggende gedachte is helder.  Hoe meer voorzetten tot een duurzame economie worden gegeven, hoe groter de kans dat één of enkele ervan samen kunnen doorrijpen tot een heus alternatief.  Die kans zal ongetwijfeld verhogen in de mate de huidige maatschappij allerlei breuklijnen gaat vertonen, veroorzaakt door diverse vormen van falen. En dit is wat nu aan de hand is.  De klimaatontwrichting gaat snel, het verlies aan biodiversiteit neemt hand over hand toe.  De doorgeschoten globalisering veroorzaakt populisme en ‘trumpisme’.  Onze politieke elite verspeelt al jaren het vertrouwen van de burger.  De ongelijkheid tussen mensen stijgt nog, de rijken worden extreem rijk en de armoede neemt toe.  Stress en burn-out komen meer voor dan voordien.  De geopolitieke scène toont een wereld in spanning.  Allerlei crisissen volgen elkaar op en op heden legt de coronapandemie het meervoudig falen van onze maatschappijen op pijnlijke wijze bloot.  Kortom onze beschaving is op zoek naar zichzelf, de dominante cultuur ontrafelt, vele tekenen wijzen erop dat de cultuur van gisteren en de cultuur van morgen in de kering liggen.

Maar er is hoop.  Allerlei nieuwe initiatieven ontstaan.  Ze komen van verschillende maatschappelijke actoren.  Van burgers, burgerbewegingen, ngo’s. Van wetenschappers en academici.  Van bedrijven en van overheden.  En dat is een goede zaak, een transitie vraagt om engagement van diverse maatschappelijke spelers.  En dat is wat op vandaag ook gebeurt.  De abundancy is groot en groeit nog gestaag.  Alternatieven schieten als paddenstoelen uit de grond.  In die mate zelfs dat er in 2016 een boek verscheen met de sprekende ondertitel Een vocabulaire voor een nieuw tijdperk  {5}. 

Het boek biedt ruim 51 nieuwe begrippen aan die staan voor het alternatieve denken en voor alternatieve acties die getuigen van de zoektocht naar een andere, duurzame economie.  Dit boek getuigt van de kracht van de menselijke verbeelding. En toont op magistrale wijze aan wat de hedendaagse neurologie ontdekte, met name dat menselijke verbeelding groeit bij de gratie van innerlijke taalontwikkeling.  Dus het ontstaan van dergelijk weids vocabularium over een duurzame economie zegt heel veel.  En geeft hoop want de neoliberale economie ligt onder een spervuur.

Wetenschappers zoals Kate Raworth ontwikkelden nieuwe economische modellen zoals de Donut-economie.  Universiteiten (UA) richtten de leerstoel Economie van de Hoop op.  Lieven Annemans, professor aan de UGent en VUB bekleedt de leerstoel Het Nationaal Geluksonderzoek. Het Europees SPES Instituut is een internationale netwerk van individuen (vaak professoren) en organisaties die spiritualiteit in het economische en sociale leven willen bevorderen.  Het academisch milieu heeft begrepen dat de oude economische modellen niet meer volstaan.  Sociale denkers helpen landen om een nieuwe visie te ontwikkelen op hun nationaal beleid.  Zo ontstonden in de voorbije jaren alternatieven voor het Bruto Nationaal Product als centrale indicator voor vooruitgang.  Bhutan werkt nu met het concept Bruto Nationaal Geluk en in Latijns-Amerikaanse landen voeren beleid vanuit het begrip Buen Vivir (Goed leven){6}.  

Ondernemers met faam kozen voor een nieuwe bedrijfscultuur en boekten succes met hun innovatieve keuze voor een circulaire economie.  De economie van het Gemene Goed biedt een sterk alternatief voor de huidige kapitalistische markteconomie en is erg succesvol.  De ontgroei-beweging is over heel de wereld actief, zowel op academisch als op praktisch niveau.  

De overvloed aan alternatieve economieën groeit jaar na jaar. En terecht stelt Ann Crabbé dat dit een goede zaak is, want dat zo de kans toeneemt dat via het principe van de survival of the fittest een of andere vorm van innoverende en duurzame economie een relevante plek zal veroveren in het landschap van de economie. Of dat een convergentie van alternatieven zal leiden tot de doorbraak van een nieuw, toekomstgericht en duurzaam economisch model.

Sprekende voorbeelden

Om een inkijk te geven in de lading die deze vele innovaties dekken, volgt hieronder een uiterst beknopte maar inspirerende toelichting.  Ann Crabbé focust op drie nieuwe economieën.  Om het beeld nog te verbreden volgen er nog drie andere alternatieve vormen van economie die meer en meer opgang maken.  Uiteraard beperkt dit artikel zich tot een korte evocatie van deze nieuwe economieën.  De lezers worden daarom aangeraden zich te verdiepen in de boeken die opgenomen werden in Wegwijzers, achteraan dit artikel.

De circulaire economie 

De circulaire economie is een economie die geen of zo weinig mogelijk afval produceert en zo min mogelijk vervuiling veroorzaakt.  Dat doet ze door de natuurlijke bronnen die ze aanwendt zo efficiënt mogelijk en duurzaam te beheren gedurende de hele productiecyclus.  Deze economie beperkt sterk de nood aan input van materialen en energie.  Ze zoekt dus constant naar dematerialisatie.  Daarmee verlicht ze de druk op het milieu door dit verminderd gebruik van bronnen, lagere uitstoot van emissies en zoals reeds gezegd minder afval.

Afbeelding Milieu Service Nederland

Het Mc Kinsey & Company rapport (2012) voorspelde dat deze economie zal zorgen voor groei in de innoverende domeinen van productontwikkeling en de herstel- en reparatie-economie.   Het stelt ook dat dit circulair model tegen 2025 vele miljarden zal besparen door lagere materiaalkosten.   Intussen maken meer en meer bedrijven de overstap naar deze circulaire economie.  Even googlen naar www.vlaanderen-circulair.be  geeft een inkijk in wat groeit in Vlaanderen.  Intussen maken meer en meer bedrijven met succes de overstap naar deze circulaire economie.  

De deeleconomie

Crabbé wijst op de vervaging van de grens tussen producenten en consumenten in dit type economie.  Ze creëren samen waarde.  Door samen, bedrijf en individuen, hun vaardigheden en fysieke bronnen in te zetten.  

Dit delen van vaardigheden wordt dan meestal mogelijk door gebruik te maken van online platforms.  Delen van bezit is hier een nieuw uitgangspunt in deze deeleconomie. De voordelen van dit type economie zijn o.m. dat er een intensiever gebruik wordt gemaakt van individuele talenten die anders vaak onderbenut blijven, dat er een verrijkend sociaal contact tussen producenten en consumenten groeit en dat de gedeelde inzet leidt naar een lagere ecologische voetafdruk.  Een belangrijk maatschappelijk bijeffect is dat de klemtoon op bezit verzwakt en delen, wegschenken, verhuren en ruilen van talenten meer het nieuwe normaal wordt.

Deze onbaatzuchtigheid is en blijft sterk in deze experimenten.  Repair Café waar mensen hun spullen goedkoop kunnen later herstellen is een kleinschalig voorbeeld.  Maar er zijn intussen ook wel vormen van deeleconomie die niet bijdragen tot een ecologische duurzame samenleving. De praktijk van Über en AirBnB tonen dit aan. De ene stimuleert tot meer auto- en vliegtuiggebruik.  En in beide initiatieven wordt helaas ook vaak gewerkt aan minder volwaardige werknemersstatuten.

Next economy

In dit type van next economy of toekomstgerichte economie wordt informatie in plaats van de fysieke hulpbronnen dé belangrijkste input in de economie.  Deze economie steunt vooral op de zgn. derde industriële revolutie, het internet {6}.  Deze nieuwe economie maakt nu al furore in de energiesector en dit vooral binnen het domein van de hernieuwbare energievormen.  Deze economie steunt op een totaal ander bedrijfsmodel.  Decentralisatie is hier de norm.  En dat is begrijpelijk, want hernieuwbare energie is quasi overal.   Zon, wind, water, aardwarmte, golfslag en getijden zijn immers op vele plekken beschikbaar.  Zonne-energie kan opgewekt worden op huizen van burgers, op daken van bedrijven, op overheidsgebouwen.

Miljoenen kleine producenten wekken op hun huis zonne-energie op en verkopen hun overschotten op de digitale markt van het internet.  Het kapitalisme wordt hier belaagd, want de kenmerkende concentratie ervan nl. grote kapitaalconcentraties is niet meer nodig.  Dit bedrijfsmodel werkt evengoed op basis van kleinschalige investeringen.  De lezer kan zich van deze alternatieve een goed beeld vormen als hij even googelt naar bv. Boltenergie.be .  

De gemene-goed-economie

Ook dit type economie biedt een uitweg voor de neoliberale, kapitalistische economie.  Deze nieuwe vorm van economie wordt door haar pioniers {7} gekenmerkt als solidair, ethisch, ecologisch, democratisch open, transparant, coöperatief.  Het concept gemene-goed of welzijn voor allen staat centraal en niet groei en winst.  Bovendien hecht deze economievorm veel belang aan democratie, de concrete invulling van dit welzijn voor allen is bij voorkeur het resultaat van een democratisch proces.  Deze economie streeft ernaar om de centrale waarden uit de grondwet, zoals eerbied voor de menselijke waardigheid en gelijkheid in rechten, in de economie in praktijk te brengen.  Dit type economie probeert belangrijke waarden zoals vertrouwen, appreciatie, samenwerking, verbondenheid met de natuur en solidariteit en delen tussen burgers te realiseren.

Deze economie zoekt naar alternatieven om het falen van het huidige dominante neoliberale economische stelsel ongedaan te maken.  Ze is gericht op ecologische uitdagingen, streeft naar duurzaamheid.  Ze probeert de schokgevoeligheid, veroorzaakt door een doorgeschoten globalisering en de veel te lange aankoopketens, te pareren. Daarom wordt ze vaak meer regionaal ingeplant en dit binnen bv. transitiesteden, d.w.z. steden die zich meer richten op een andere toekomst.  De gemene-goed-economie wil ongelijkheid afbouwen en de welvaartsstaat versterken.  De focus verschuift van competitie naar coöperatie.  De ware winst ligt in het verhogen van het welzijn van zoveel mogelijke mensen.  Vijf jaar na de start in 2010 telde deze beweging al meer dan 2000 ondernemingen en 250 organisaties.  In onze contreien is Triodos, de bank die enkel belegt in duurzame producten een gekend voorbeeld (zie haar website).

De ontgroeibeweging

De ontgroeibeweging verwerpt het overheersende dogma van de neoliberale, kapitalistische groei.  Want die groei is niet rendabel, onrechtvaardig en ecologisch onhoudbaar.  Groei is niet rendabel, want de reële kosten zijn hoger dan de zgn. baten.  Kosten zoals de vele vormen van milieuschade, negatieve effecten op de psychische gezondheid van mensen, economisch verlies die files veroorzaken e.d.m. worden niet verrekend in de finale kostprijs.  Neoliberale groei is onrechtvaardig want verwekt nog altijd een toenemende ongelijkheid, bewezen door de befaamde Franse economist Thomas Piketty {8} en weigert de massale waarde van huishoudelijk werk te erkennen.  Bovendien werd door deze vorm van gulzige groei het ecologisch plafond van onze planeet op meervoudige wijze overschreden.

Ontgroei biedt daartegenover een integraal en werkelijk duurzaam toekomstbeeld.  Het is een tegenmodel van vele denkers en doeners.  En geen misverstand, ontgroei mag niet gelijkgesteld worden met achteruitgang of recessie.  Deze beweging kiest wel voor andere prioriteiten, ze wil de productie van positionele goederen, dit zijn niet-noodzakelijke goederen die er vooral op gericht zijn de sociale status van de koper te verhogen, verminderen.  Deze nieuwe economie is gericht op het eenvoudige maar rijke leven, op de verhoging van gemeenschapsgoederen, de realisatie van centrale waarden zoals zorg voor mensen, gastvrijheid, natuurbehoud, publiek plichtsbesef.  Het optrekken van het welzijn voor zoveel mogelijke burgers is een hoofddoel. 

Door het creëren van dit verminderd volume aan groei in het Noorden, komt er ruimte voor groei vrij voor het achtergestelde Zuiden dat het recht heeft om de historische achterstand aan welvaart en welzijn in te halen.  In deze visie hebben de rijke landen de plicht om een Marshallplan uit te werken om de achtergestelde landen te helpen bij hun groei en ze de technologieën gratis ter beschikking te stellen die kunnen helpen met veel minder ecologische schade en zelfstandig hun ontwikkeling te realiseren.

De ontgroeibeweging durft het heilige huisje van het privébezit relativeren.  Samenwerken, delen, ruilen wordt gezien als het nieuwe normaal.  Degrowth verdedigt alternatieve vormen van werkverdeling in deze tijden dat het arbeidsvolume daalt en komt op voor de invoering van een basis- en maximuminkomen.  Degrowth ondersteunt het macro-economische denken gericht op andere concepten dan het Bruto Nationaal Product (zie hoger).  Deze economie wenst dienstbaar te zijn voor een veilige toekomst en een zinvolle levensvervulling van een maximum aan burgers.  Ze steunt op een scala van begrippen die een nieuw perspectief openen op onze toekomst en die een cruciale aanzet kunnen geven tot waarachtige bloei van maatschappijen.

Mogelijke besluiten?

Het exacte profiel schetsen van de toekomstige economie is nog niet mogelijk.  De geschiedenis van de economische leerstelsels leert wel dat geen enkel economische model eeuwigheidswaarde heeft.  Ook het liberale model dat – het dient erkend – succesvol is geweest, maar dat uitmondde in veelvuldige vormen van falen, zal opgevolgd worden door een ander stelsel. 

Volgt een gemuteerde versie van de huidige liberale economie? Dat is twijfelachtig gezien het falen dat te omvangrijk en te pijnlijk is geworden.  Maar de kracht van systemen mag nooit onderschat worden.  Als het kapitalisme overleeft, dan zal het gaan over een uiterst wendbare versie ervan en zal het in ieder geval allerlei vormen van falen moeten wegwerken en in die zin gelijkend zijn op bepaalde alternatieve vormen van economie die hier belicht werden.  Over deze kwestie zegt Dirk Holemans (Oikos) dat hij ter zake de visie volgt van de Britse econoom Tim Jackson (Prosperity without growth).  Zijn stelling was: we moeten ons systeem veranderen en of we het nadien nog kapitalisme kunnen noemen, zien we dan wel. 

Een analyse van de nieuwe economieën,  die de kop opsteken, toont  in ieder geval andere kenmerken die dwars staan op het huidige dominante model.  Er valt een sterk parallellisme tussen al deze alternatieve economieën op.  Ze mikken allemaal op duurzaamheid, op een verminderd en efficiënter gebruik van grondstoffen, op een overstap ook van fossiele energiebronnen naar hernieuwbare energievormen.  Allemaal spelen ze in op de digitale revolutie, er ontstaat daardoor decentralisatie van productie, de grens tussen producenten en consumenten vervaagt, de markt wordt meer digitaal.  Er tekent zich een verschuiving af van competitie naar coöperatie.  Het winstmotief verzwakt, verhoging van de welvaart én het welzijn van zoveel mogelijke mensen wordt het hoofddoel.

De economie wordt meer democratisch aangestuurd.  De economie wordt opnieuw gezien als dienstig aan de mens en is erop gericht om belangrijke humane waarden zoals empathie, verbondenheid, samenwerking, zorg voor iedereen, aandacht voor de sociale en economische rechten van burgers te realiseren en dit met de erkenning van de unieke inherente waarde van de natuur en met respect voor de ecologische grenzen van onze planeet.

Deze nieuwe economieën varen op het kompas van een nieuwe morele renaissance.  Het perspectief van hoop ligt erin dat dit kompas een uitweg biedt voor de zorgwekkende ontwikkelingen die onze samenleving en aarde op vandaag teisteren.  Want zovele tekenen wijzen erop dat er een cultuuromslag zich geleidelijk aan voltrekt en dat een nieuw mensbeeld dat het sociaal-darwinisme overstijgt, het nieuwe ijkpunt aan het worden is voor de toekomst die wacht {9}.

3.2. De strategie van een maatschappelijk draagvlak

Als tweede belangrijke strategie om tot een duurzame economie te komen, vermeldt Ann Crabbé in haar rapport het creëren van een ‘burning platform’.  Ze schrijft dat, om de grote massa te mobiliseren, er een draagvlak nodig is en dat dit platform dient te steunen op een gevoel van hoogdringendheid.  Want, voegt ze er aan toe, als er nu geen actie ondernomen wordt, dan is het te laat.  Hier stellen zich dus twee vragen.  Eén, is er op vandaag een draagvlak? En twee, hoe aanwezig is die sense of urgency?

De voorbije jaren is er veel gebeurd.  De wereldwijde, massale jongerenbetogingen waren ongezien en hadden een markant succes.  De jongeren slaagden erin het klimaat hoog op de politieke agenda te plaatsen.  Die verdienste wordt door niemand betwist.  Greta Thunberg en andere leidsters van deze jongerenbeweging werden gehoord op diverse wereldforums.  Zij werden gehoord in de VN, ontmoetten de Europese Commissie, passeerden bij meerdere wereldleiders. Onlangs nog spraken ze Angela Merkel.  

Vele wetenschappers schaarden zich achter hun acties. Al dan niet op verzoek van de jongeren reikten zij de politici rapporten aan met een breed gamma aan oplossingen en ideeën voor een wetenschappelijk onderbouwd klimaatbeleid.  In één beweging verbreedde deze generatie klimaatjongeren het draagvermogen voor een aanpak van de klimaatuitdagingen.  En in hun pleidooien klonk vooral de sense of urgency sterk door.  De terugkerende mantra van Greta Thunberg, gevat in de titel van het boek dat ze schreef met haar gezin, werd gehoord door de hele wereld en luidde scherp: ‘ons huis staat in brand’ {10}.

Wat leeft bij de burger?

Welk potentie leeft bij de burgers om deel uit te maken van een maatschappelijke steunvlak?  Een studie in het Verenigd Koninkrijk leverde interessante inzichten.  Ze wees uit dat een op de drie Britten (36%) zegt mee te willen vechten tegen de verdere klimaatopwarming.  Maar ze stelt tegelijk dat deze burgers blijken niet goed te weten hoe ze dit kunnen doen.  Een tweede derde erkent het klimaatprobleem, maar handelt er voorlopig niet naar.  Deze derden samen, goed voor 64%, vormen de zgn. onbewogen meerderheid.  Het is dus zaak deze weifelende meerderheid te mobiliseren. 

Belangrijk om dit doel te realiseren is het inzicht dat de voornaamste hindernis daartoe is dat het klimaatprobleem voortdurend en overwegend wordt verpakt als een penibele, dreigende en erg zorgelijke kwestie.  Dit inzicht is erg belangrijk.  Het toont aan dat de beste manier om mensen te betrekken bij het klimaat en dus het draagvermogen te verbreden erin ligt de klimaatzaak te benaderen vanuit een positieve invalshoek. Onder meer door mensen weliswaar te wijzen op de uitdagingen, maar tegelijk ze te informeren over geloofwaardige oplossingen en door hun eigen mogelijke bijdrage daarin tastbaar te maken {11}.  Dit inzicht wordt overigens ook bevestigd door de sociale psychologie. 

Onderzoek uitgevoerd in België in mei 2020 {12} stemt eveneens tot hoop.  De Belg heeft na corona honger naar meer duurzame en faire producten.  Bij de aankoop van voeding hecht hij meer dan ooit belang aan duurzaamheid.  Zijn voorkeur voor lokale producten stijgt (+ 42´%), maar ook zijn wens naar meer eerlijke (+ 23%) en biologische (+ 14´) producten.  

Een recent onderzoek, ook anno 2020, peilde breder en dieper naar de houding van de Belg inzake duurzaamheid.  De auteurs, experten in deze materie, openen hun boek De duurzame Belg {13} met het statement dat de wereld duurzaam bekijken en maken de grootste opdracht is die de mensheid zichzelf ooit heeft gesteld.  Hun onderzoek focust op de kwestie hoe we als samenleving tijdens deze Decade of Action met deze opdracht zullen moeten omgaan.  De opdracht die ze formuleren ter attentie van de Belgische beleidsmakers en bedrijven – nu ná deze coronacrisis – is duidelijk:  ‘Don’t build it back, build it forward’.  Met andere woorden ‘investeer in wat toekomst heeft, de toekomst ligt in duurzaamheid’.  Hun onderzoek toont aan dat de Belgische burger er klaar voor is.  Opnieuw een reden tot hoop.

Het is nu aan de politieke elite.  De kritiek op deze maatschappelijke actor klinkt steeds luider.  De klacht die Prof. Marc De Vos uitte in De Afspraak op 31 augustus 202 was uitermate scherp maar wordt gedeeld door vele politieke observatoren:  ‘De politieke stilstand is ons land is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. België is politiek aan het ontsporen’. En hij vervolgde dat net nu ambitie en expertise nodig is.  

De politieke partijen hebben volgens hem nu een unieke historische kans om – voorbij de politieke ideologieën, maar met kans op vervulling van cruciale thema’s voor elke ideologie – een groot pact te sluiten.  Een groot akkoord, bij voorkeur gespreid over twee legislaturen en dit om de vele politieke problemen, die al lang wachten op een oplossing, ernstig aan te pakken.  En hij reikte daarbij die partijen een belangrijk motief aan, met name dat dergelijke aanpak zal lonen en hen een electoraal succes zal opleveren.  Want dit is het dat de burger nu, in deze tijd eigenlijk wenst.  Hij bevestigde hiermee de stelling dat bij de burgers de facto de wil aanwezig is voor een heuse verandering.

Burgers beschikken over allerlei middelen om de overheden onder druk te zetten.  Een erg efficiënt drukkingsmiddel is een rechtszaak aanspannen tegen de staat.  Die strategie heeft intussen haar nut al bewezen.  In Nederland hebben de burgers hun klimaatzaak gewonnen.  Er volgt een effectief klimaatbeleid als de overheid dit beleid neerlegt in een klimaatwet.  Dit is intussen zo in Nederland maar ook in Duitsland, het VK, Denemarken, Zweden, Finland.  Nu hebben 6 Portugese jongeren zelfs een ‘baanbrekende klimaatzaak aangespannen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens tegen 33 landen.  Ze beschuldigen deze landen van schending van hun recht op leven, door onvoldoende te doen tegen de klimaatcrisis {14}.

Hoe regeert het bedrijfsleven?

Indicatief is wat de peiling van de Bertelmann-stichting al in 2010 publiceerde.  Deze stichting is een onafhankelijke, onpartijdige en non-profit denktank in Washington DC, die zich wijdt aan een sterke en duurzame transatlantische relatie.  Welnu dit onderzoek signaleerde dat 88 procent van de ondervraagden in Duitsland een nieuw economisch systeem wenst.  En dat het bedrijfsleven meer en meer openstaat voor een alternatief van een nieuwe economie. 

Allerlei tekenen wijzen erop dat vele bedrijven meer en meer kiezen voor een transitie naar een duurzame economie.  Om een reden waar bedrijven erg gevoelig aan zijn, nl. veranderingen in de markt.  Sinds de kostprijs van niet-fossiele energie, dus hernieuwbare energie lager is dan de kostprijs van de fossiele energie, stappen bedrijven in groep over naar deze vorm van duurzame energie.  Philips wil enkel nog draaien op groene energie, neemt verouderde medische apparaten van haar klanten terug en vernieuwt ze.  Het bedrijf pleit er bij Europa nu zelfs voor de strengst mogelijke milieuwetgeving uit te werken   Het omdenken gaat sneller en sneller.  Zelfs Saudi-Arabië en de Golfstaten investeren volop in het postolietijdperk.  China gebruikt weliswaar nog steenkool en neemt zelfs nog bijkomende mijnen in gebruik, maar ligt ook in de frontlijn van de ontwikkeling van hernieuwbare energie.

Grote beleggingsfondsen volgen.  Zij beleggen immers in een toekomst die opbrengt.  Black Rock is één van de toonaangevende wereldwijde vermogensbeheerders die onlangs de beleidskeuze heeft gemaakt alleen nog in duurzame producten te beleggen.  Het Noorse pensioenfonds, ’s werelds grootste beleggingsfonds in overheidshanden, zette delfstoffen reus Anglo American en sectorgenoten op haar zwarte lijst {15}.

Mensen uit het bedrijfsleven zelf stellen dat zij nog meer naar duurzaamheid zullen streven indien de druk van bovenaf (vanuit de overheden – denk vooral aan Europa) en de druk van onderuit (nl. de vraag van de consument naar duurzaamheid) zal toenemen.

En hoe zit het met die sense of urgency?

Het gevoel van hoogdringendheid stijgt.  Screen de kranten op de inhoud van hun artikels en het valt op dat het klimaat sinds meerdere jaren frequent in de editorialen en berichtgeving terug te vinden is.  Stilaan dringt het tot de publieke opinie door dat het klimaat een veel groter probleem is dan de coronapandemie die de wereld verontrust.  

De waarschuwing van Bruno Latour, belangrijk socioloog en filosoof, klinkt luider en luider {16}.  Hij voorspelde in zijn magistraal essay dat het klimaat een politieke actor van formaat zal worden met een enorme macht.  Het klimaat zal een nieuw politiek regime verwekken. Als de politiek en de maatschappij niet luisteren naar de waarschuwingen van deze Actor met hoofdletter zal het klimaat door de overschrijding van één of meerdere van haar tipping points zorgen voor een ongeziene chaos.  De wereld en haar decision makers zullen dan gedwongen worden tot een drastische en onmiddellijke omslag.  En dit zal dan het momentum worden voor een doorbraak van het ideeëngoed van het alternatieve denken.  Als een rat in het nauw gedreven wordt, zal zij vluchten in de enige uitweg die haar geboden wordt.  Deze rauwe beeldspraak toont aan dat het alternatieve denken van vandaag nooit tevergeefs zal blijken te zijn.  Want om het met een boutade te zeggen: de toekomst kan finaal niet uitgesteld worden.

3.3.   De strategie van de goede multi-actor samenwerking

Terecht schrijft Ann Crabbé dat de transitie naar een duurzame economie een complexe uitdaging is en dat de gecombineerde inzet van vele maatschappelijke actoren nodig is om tot een systeemverandering te komen.

In deze multi-actor samenwerking is een cruciale rol weggelegd voor de overheden.  In die zin is het hoopvol dat er tussen de Belgische partijvoorzitters een consensus is gegroeid dat nu ná corona het noodzakelijk is om te werken aan een grootschalig isolatieprogramma en dit zowel vanuit klimaatdoelstellingen als vanuit het perspectief van een economische relance.  Het bedrijfsleven, middenveld en de milieubewegingen zijn het eens dat deze renovatie niet alleen leidt tot een significante lagere uitstoot van broeikasgassen, maar ook bijkomende banen, een lagere energiefactuur en minder energiearmoede tot gevolg zal hebben. 

Dit betekent volgens De Standaard van 3 september 2020 {17} dat de komende dertig jaar er in Vlaanderen alleen al jaarlijks ruim 95.000 woningen grondig zullen moeten gerenoveerd moeten worden.  Dit plan is bijzonder ambitieus, want volgens de recentste cijfers zou 96,5 % van de gebouwen in Vlaanderen moeten aangepakt worden tegen 2050.  Het zal een ernstige kapitaalinjectie van Vlaanderen vragen, maar gelukkig kan ook de federale regering voor fiscale en andere aanmoedigingen zorgen dankzij gelden uit de Europese Green Deal. Deze steun vanuit Europa zal in het najaar zelfs substantieel worden want de Europese Commissie werkt aan een programma dat specifiek bedoeld is om de renovatie van gebouwen in Europa te versnellen.  

De maatschappelijke druk om tot een sociaalecologische heropbouw na de pandemie te komen is groot.  Oikos {18} lanceerde nog onlangs samen met tien andere media en denktanks een oproep voor een dringend debat over een dergelijke multi-actoriële relanceplan.  Hun pleidooi is duidelijk, er is nu in 2020 nood aan een nieuw soort overeenkomst, een Green New Deal waar burgers, overheden, werkers, ondernemers en zelfstandigen, bewegingen en vrijwilligers hun schouders onder kunnen zetten.

In deze oproep worden de zeven terreinen, die in het maatschappelijk debat aan bod dienen te komen, opgesomd. Een, er is een slagkrachtige overheid nodig, vraag is hoe die rol wordt ingevuld.  Twee, een gesprek is nodig over de bijdrage die geleverd kan worden door het vitaal middenveld.  Drie, de economie heeft een nieuw kompas nodig: wat heeft dit te betekenen voor het bedrijfsleven?  Vier, ongelijkheid schaadt de sociale samenhang in onze maatschappij, hoe kan die verminderd worden en de cohesie in onze samenleving verhoogd worden.  Vijf, de toekomst moet beter – maar dat staat niet gelijk aan steeds meer.  Zes, een meer rechtvaardige mondialisering is nodig. En ten slotte zeven, groene jobs en investeringen zijn nu vooral prioritair.

The Shift vzw {19} kiest resoluut voor deze multi-actor samenwerking en werkt mee aan allerlei green deals die in de steigers staan.  The Shift is het Belgische netwerk voor duurzaamheid met als doelstelling samen met leden en andere partners de transitie naar een betere (lees duurzamere) samenleving en economie te verwezenlijken.  Hun methode: connect, commit, change.  Deze koepel werkt samen met 470 organisaties.  

Bij wijze van illustratie enkele partners.  Change makers 2020 is een netwerk dat jongeren tussen de 18 en 35 steunt die een leidende rol willen spelen in duurzame transitie.  De Green Deal Duurzame Stedelijke Logistiek is een projectorganisatie die o.m. samenwerkt met de Koning Boudewijnstichting en de overheden, met als doel door een duurzame logistiek bij te dragen tot leefbare en emissievrije steden.  Dit in het besef dat vooral ook (grotere) steden een beslissende rol zullen spelen in de overstap naar een duurzame economie en samenleving.  Amerikaanse steden vormen op deze wijze een tegenkracht tegenover het falende non-klimaatbeleid van Trump. Zo is er ook de Belgian SDG Chartergroep for Development, die vooral steun verleent aan projecten die de volgende, door de VN opgestelde Duurzame Ontwikkelingsdoelen willen realiseren, nl. (1) het uitbannen van (extreme) armoede, (8) zorgen voor inclusieve, economische groei, werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen en (12) focus op duurzame consumptie en productie.  Het spreekt dat het de Sustainable Development Goals de krachtigste formulering zijn voor een duurzame ontwikkeling op wereldvlak.   

De VN Duurzame Ontwikkelingsdoelen / Sustainable Development Goals

En geeft ten slotte de ambitie van de Europese Commissie, die tot expressie kwam in de Green Deal {20} niet terecht veel hoop? De ambitie om van Europa tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent te maken is haar menens.  Dit bewees ze trouwens in haar eerste State of the Union in september 2020 nog toen ze bekend maakte dat ze de doelstelling, om in 2030 de O2-uitstoot te verminderen, verhoogde tot 55%. Vanzelfsprekend zal deze Deal nog veel politiek werk vragen, zullen er nog vele ideologische en praktische bezwaren opduiken, maar de krachtlijnen die werden uitgezet zijn zonder voorgaande en bewijzen dat de idee van duurzaamheid onophoudelijk aan kracht wint.  

Zeer hoopgevend is vooral de speech die de Chinese president Xi Jinping hield op 23 september ll. tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toen hij aankondigde dat China tegen 2060 klimaatneutraal wil worden. Terecht noemde Jos Delbeke in de Afspraak van 24 september 2020 {21} dit een aardverschuiving.  Temeer omdat als de Chinese president dit zegt, dit ook menens is, voegde Delbeke er nog aan toe. Want aan dergelijke beslissing gaat volgens hem altijd een lang proces van intern beraad vooraf, maar eens het regime dit heeft aangekondigd is het dit enorme land menens, verzekerde deze voormalige directeur van de Europese klimaatcommissie ons.

De enorme betekenis van het samengaan van de Green Deal in Europa en de belangwekkende koerswijziging in China verwoordt Dirk Holemans in een interview in de weekendeditie van De Standaard van 26/27 september 2020 op bijzonder treffende wijze. ‘De ambitie van China om tegen 2060 klimaatneutraal te worden, hoort echt bij het beste klimaatnieuws van de jongste jaren. Dat doel verandert het geopolitieke klimaat bord. Europa is niet langer de wat eenzame voortrekker, het heeft nu echt een partner in het oosten én onze bedrijven die bezig zijn met hernieuwbare energie kunnen er een gigantische markt bijkrijgen. (En) als Joe Biden verkozen wordt, stijgt de kans dat het akkoord van Parijs weer zuurstof krijgt’.

Zovele tekens tonen aan: de toekomst ligt open, de transitie is nu aan de gang, een onomkeerbaar proces is onloochenbaar ingezet.  Er tekent zich een nieuwe realiteit af.  De conclusie is terecht: er zijn vele redenen tot hoop.  

Wegwijzers

Deze wegwijzers bieden de lezer de gelegenheid om zich persoonlijk te verdiepen in de ontwikkeling van de duurzame economie.

{1}   lja Leonard Pfeiyffer.  Grand Hotel Europa.  Arbeiderspers 2018.

{2}   Ann Crabbé.  De duurzame economie van de toekomst, hoe ziet ze eruit en hoe geraken we er. SHIFT vzw.

{3}   Peter T. Jones & Vicky De Meyere.  Terra Reversa. De transitie naar rechtvaardige duurzaamheid.  EPO 2016.

{4}   Oikos, tijdschrift voor sociaal-ecologische verandering.  Redactiemanifest op www.oikos.be

{5}   Giacomo D’Alisa, Federico Demaria, Girogos Kallis (red).  Ontgroei, degrowth een vocabulaire voor een nieuw tijdperk. Uitgeverij Jan van Arkel 2016.

{6}   Maarten Desmet.  Bruto Nationaal Geluk. Bhutan inspireert de wereld.  Lannoo 2013.

{7}   Christian Felber. Ware winst. Gemene-goed-economie als wegwijzer. Uitgeverij Jan van Arkel 2017.

{8}   Thomas Piketty.  Kapitaal in de 21-ste eeuw. De Bezige Bij 2014.

{9}   Klaas Van Egmond.  Homo universalis.  Moreel kompas voor een nieuwe Europese renaissance. De Geus 2019.

{10} Greta Thunberg, Beata Erman & Svante Thunberg, Malena Erman. Ons huis staat in brand.  Een gezin en de toekomst van onze planeet.  De Bezige Bij 2019.

{11}  Pieter Boussemaere.  Tien klimaatacties die werken. Davidsfonds Uitgeverij 2018.

{12}  Onderzoek uitgevoerd in mei 2020 door Fairtrade Belgium i.s.m. onderzoeksbureau Dynata.

{13}  Wim Vermeulen & prof.dr. Gino Verleye.  De duurzame Belg. Lannoo Campus 2020.

{14}  MO* Mondiaal Nieuws 5 september 2020.  Zes Portuguese jongeren starten baanbrekende klimaatzaak tegen 33 landen.

{15}  De Standaard dd. 14 mei 2020. Mega Belegger brandmerkt steenkool reus.

{16}  Bruno Latour.  Waar kunnen we landen? Politieke oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime.  Octavo 2018.

{17}  De Standaard dd. 3 september 2020 Over het belang van renovatie gebouwen.

{18}  Oikos 2020/2 nr. 94.  #BeterNaCorona. Bouwen aan sociaal-ecologisch beleid voor het post-coronatijdperk.

{19}  www.theshift.be 

{20}  https://www.europa-nu.nl/id/vl4ck66fcsz7/europese_green_deal

{21}  VRT-uitzending De Afspraak op 24 september 2020.

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

twaalf + zeventien =