Doel kerncentrale AA

De wereld red je niet met minder, minder, minder

De kerncentrale van Doel ligt, met 9 miljoen inwoners in een straal van 75 km en 1,5 miljoen in een straal van 30 km, in één van de dichtstbevolkte gebieden van Europa. De kosten van een kernramp in Doel werd in 2015 geschat op 740 tot 1400 miljard euro. Is dat wel haalbaar en betaalbaar voor Vlaanderen? © Guido Meeus, Puurs.

Groen denken 2.0: dit is de toekomst!

Rechts en links denken nog steeds verschillend, om niet te zeggen héél anders, over de klimaatcrisis. Dat bleek nog maar eens uit de publicatie Political Orientation Moderates the Relationship Between Climate Change Beliefs and Worry About Climate Change, in Frontiers in Psychology van 16 juli 2021. Het onderzoek betrof 23 Europese landen, waaronder België en Nederland. Twee conclusies springen eruit: (1) iedereen is bezorgd over de klimaatveranderingen maar (2) rechtse kiezers zijn duidelijk minder bezorgd dan linkse kiezers.

Interessant is dat zowel links als rechts van mening is dat de huidige klimaatverandering door menselijke activiteiten is veroorzaakt. Over de mogelijke oplossingen verschillen de meningen sterk. Nu we bijna elke dag met de gevolgen van de klimaatcrisis te maken hebben, verharden de standpunten, in plaats van samen sterk te staan in deze ongekende en onbekende storm.

Dat verklaart dan ook de opvallende titel van het boek van Jan Deschoolmeester en Thomas Rotthier dat deze maand bij de jonge Gentse uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts verscheen. Indirect verwijst de titel naar het boek van Jason Hickel, Minder is Meer. Hoe degrowth de wereld zal redden uit 2021. De auteurs zien zaken als consuminderen niet zitten. Het vervagen van de woorden ‘minder, minder, minder’ visualiseert deze mening.

De opvallende en wat ‘verdachte’ titel van het boek trok mijn belangstelling door een lovende boekbespreking in de nieuwsbrief van Liberales, een onafhankelijke denktank binnen de liberale beweging. Hij doet me denken aan andere titels van boeken waarvan de vlag de lading niet dekt of waarvan de titels gewoon misleidend zijn. De boeken van Jaap Tielbeke, redacteur bij De Groene Amsterdammer, Een beter milieu begint niet bij jezelf uit 2020 en van de Gentse filosoof Maarten Boudry Waarom ons klimaat niet naar de knoppen gaat uit 2021, zijn hier goede voorbeelden van. Dat betekent niet dat je ze niet zou moeten lezen. De lokale bib biedt vele mogelijkheden.

Klimaatopwarming

Het boek van bio-ingenieur Deschoolmeester en filosoof Rotthier, is lezenswaardig en vlot geschreven. De lay-out is aantrekkelijk, met goed gekozen, zwart-wit illustraties, die het betoog ondersteunen. Het dankwoord maakt duidelijk dat er veel werd overlegd en dat beide Gentse auteurs uit de ecomodernistische school komen. Ze zijn medeoprichters van ecomodernisme.be.

Dat is de Belgische tak van het ecomodernisme, dat rond de eeuwwisseling in de Verenigde Staten ontstond. In de VS is er een link met het Californische Breakthrough Institute van Ted Nordhaus en Michael Shellenberger, dat in 2003 werd opgericht. Beide heren hebben naar verluidt banden met de olie-industrie. In de ogen van wat de ecomodernisten de traditionele milieubeweging noemen, gaat het om bedenkelijke banden. Het ecomodernisme ontkent de klimaatverandering niet, maar heeft een bijna religieus geloof in economische groei en technologie, die alle problemen wel zullen oplossen. Zij zijn blind voor het feit – de ‘mening’ in hun ogen – dat grenzeloze groei juist aan de basis ligt van de gigantische, vervuilende menselijke activiteiten die de klimaatellende hebben veroorzaakt.

Systeemdenken komt in het boek wel degelijk voor maar wordt niet zo genoemd. De auteurs willen in ieder geval geen verandering van het economische systeem (het kapitalisme) om onze wereld duurzamer en leefbaarder te maken. Zij streven naar eigen zeggen die twee doelen zeker na, maar ze hebben een andere perceptie over de weg ernaartoe. Dat kan voor de argeloze lezer verwarrend overkomen.

Het woord klimaatcrisis zult u tevergeefs zoeken in dit boek. Innovatieve technologie zal alles op een wonderlijke manier en zelfs ook nog op tijd, oplossen. Tja…. Vreemd dan dat de auteurs het voortdurend hebben over ‘klimaatopwarming’, een klungelige vertaling van het begrip ‘climate warming’, waarmee ze oorzaak en gevolg door elkaar halen. Met klimaatopwarming wordt immers de opwarming van de aarde door menselijke activiteiten bedoeld. Die zorgt er vervolgens voor dat het klimaat opwarmt en verandert.

De opkomst van de mens

Dat is de titel van het eerste hoofdstuk. Hierin gaan Deschoolmeester en Rotthier met zevenmijlslaarzen door de voorgeschiedenis van de mens, Homo sapiens, die circa 300.000 jaar geleden ergens in Afrika ontstond. In sneltreinvaart wordt de huidige biodiversiteit op onze ‘blauwe parel’ beschreven en worden we welkom geheten in het Antropoceen, het tijdperk van de mens.

De Britse industriële revolutie met de uitvinding van de stoommachine, is een kantelpunt, die naar welvaart leidde voor een deel van de wereldbevolking. Na 300.000 jaar “heeft die ons in 258 jaar bevrijd van de ellende van onze voorouders”. Typerend en storend is dat de auteurs volledig voorbijgaan aan de invloed van natuurlijke klimaatveranderingen op de ontwikkeling van de verschillende mensensoorten in de afgelopen twee miljoen jaar, waarin het geslacht Homo zich ontwikkelde en er verschillende mensensoorten naast elkaar leefden.

De mens is goed voor slechts 0,01% van de biomassa. Door ons eetgedrag en de veeteelt wordt dat 4%. Dat is ruim tien keer meer dan de biomassa van alle wilde zoogdieren en vogels. Our World in Data, Hannah Ritchie, 24 april 2019.

Op het eerste gezicht leest dit hoofdstuk vlot en lijkt het een gedegen inleiding op de rest van het boek. Maar dat is het niet. De auteurs doen een zeer geselecteerde greep in de ‘grabbelton’ van de wetenschap. Zo worden belangrijke aspecten in de ontwikkeling van de mens, zoals het beheersen van het vuur door de Neanderthalers, het koken van voedsel, de samenwerking in groepen enz. wel genoemd maar vaak niet in een context geplaatst.

De agrarische revoluties die op de verschillende continenten op andere tijdstippen plaatsvonden, markeren inderdaad een cruciaal keerpunt in de ontwikkeling van onze voorouders. Het boek richt zich vooral op de voor Europa belangrijke agrarische revolutie in de Vruchtbare Sikkel in het Midden-Oosten, waar de domesticatie van planten en dieren plaatsvond.

Met rasse schreden gaan we dan naar de moderne tijd waarin we met enige moeite ontsnapten ”aan de armoede, schaarste en ziekten die het agrarische tijdperk plaagden”. Om de sprong naar welvaart te maken, wordt een viertal voorwaarden genoemd die toevallig voor het eerst in West-Europa ontstonden. Hierbij speelden drie cruciale gebeurtenissen een rol: de ontdekking van Amerika, de opkomst van de wetenschap en het ontstaan van het kapitalisme.

Via Columbus belanden we snel in de wetenschappelijk revolutie van de Verlichting en de Britse Industriële Revolutie, waarin fossiel zonlicht wordt gemobiliseerd door nieuwe technologie. Vervolgens was er een gezondheidsrevolutie nodig om de arbeidersklasse uit hun armoedige en sterk vervuilde leefomgeving te halen. En was er in de jaren 1960 een Groene Revolutie nodig om de snelgroeiende wereldbevolking te voeden en de Westerse welvaart te garanderen. Ecomodernisten zijn blijkbaar gek op revoluties.

De ellende waarmee deze ontwikkelingen gepaard gingen, zoals de massamoord op de inheemse Amerikaanse bevolking van ongeveer 55 miljoen mensen en de onderdrukking van een reeks van Afrikaanse en Aziatische gebieden, worden wel genoemd, maar lijken irrelevant in de opmars van de Westerse beschaving. Hilarisch is de opmerking in het stukje over de introductie van de elektriciteit en huishoudelijke apparaten, zoals de wasmachine die de vrouwen verloste “van het eentonige en zware karwei om kleren te schrobben op een wasbord”.

De dure en winstgevende COVID-19-vaccins worden weggezet als alweer een triomf van de wetenschap, zonder erop te wijzen dat de woekerwinsten weleens zouden mogen worden afgeroomd en dat arme landen het nakijken hebben. Aan het einde van deze eenzijdige lofzang op onze verworvenheden belanden we weer duidelijk in het Antropoceen, het orgasme van een ecomodernist.

Er wordt daar helemaal geen aandacht besteed aan de gangbare definiëring van het begin van het Antropoceen: het ontploffen van twee atoombommen op Japan om een einde aan de Tweede Wereldoorlog te maken. Wel aan een meta-analyse van de evolutionaire drijfveren van de sociale complexiteit van onze samenlevingen in de afgelopen 10.000 jaar, die in juni 2022 werd gepubliceerd. Daaruit blijkt dat sinds de agrarische revolutie, oorlogen en de er bij behorende technologische ontwikkelingen de belangrijkste drijfveer waren van de toenemende complexiteit.

De uitdagingen

Energiegebruik in de rijkere landen. De Westerse welvaart gaat ten koste van andere landen. © NASA, Joshua Stevens, 2016.

Aan het einde van het eerste hoofdstuk worden een aantal slechte kanten van het Antropoceen genoemd, zoals de groei van de wereldbevolking en de welvaart, het energie- en het grondstoffen-gebruik, die alle een enorme impact op het milieu hebben gehad. Daardoor worden we nu geconfronteerd met urgente problemen, zoals de vervuiling van het land, de lucht en de oceaan en de alarmerende achteruitgang van de biodiversiteit. Die moeten we dringend aanpakken. En dat doen de auteurs in de rest van het boek vanuit een ecomodernistisch perspectief.

Ecomodernisten zijn heel tevreden over de diersoort Homo sapiens. Aan hoogmoed over de prestaties ervan is geen gebrek. Maar om een hoofdstuk De schaduwzijde van het menselijk vernuft te noemen, als je het hebt over onze bizarre vervuiling van ons ‘nest’, dat is er toch echt wel over. In het boek wordt het ontstaan van milieuproblemen gekoppeld aan de beheersing van het vuur zo’n twee miljoen jaar geleden. Dat is daarom geen verdienste van onze soort, maar van onze verre voorouders.

Bizar is de verklaring waarom wij zo veel vervuilen. Dat heeft – zo lezen we – te maken met de tweede wet van de thermodynamica, die stelt dat de totale wanorde van het universum steeds verder toeneemt. Stel u voor dat een verbaliserende agent zo’n antwoord zou krijgen van een zonneaanbidder of -bidster op het Middelkerkse strand van klimaatcrisisontkenner Jean-Marie Dedecker, als hij of zij achteloos één van de 10.000den peuken achterlaat!

Er zijn in de ogen van de auteurs geen grenzen aan de groei. Dit ondanks het feit dat de Britse econoom Thomas Malthus zich in 1798 al zorgen maakte over de bevolkingsgroei, en ondanks het – jawel – “doemdenken” van de Club van Rome in 1972. De discussie hierover is zo nu en dan hilarisch. Het is bijvoorbeeld naïef om het winnen van 80 miljard ton aan grondstoffen te vergelijken met het gewicht van de aardkorst. Ook de bewering dat er geen gebrek aan hout was bij de overgang naar steenkool, terwijl dat in Engeland juist de oorzaak van die transitie was, is ronduit onjuist en uit zijn verband gerukt.

De Schoolmeester en Rotthier zien het klimaat als de uitdaging van deze eeuw. Het blinde geloof in wetenschap, technologie, maatschappelijke bewustzijn en politiek leiderschap zijn valkuilen van het ecomodernisme, die in dit boek met verve worden verdedigd. Een aantal kernaspecten van de klimaatcrisis, zoals de rol van het broeikasgas CO2 en van methaan, wordt heel duidelijk uitgelegd. Maar het vergelijken van de klimaatveranderingen in het Pleistoceen, met een lange reeks van koude ijstijden en warme tussenliggende perioden in de afgelopen 2 miljoen jaar, met de plotselinge PETM-opwarming van circa 56 miljoen jaar geleden, is onjuist. Het is alweer appelen met peren vergelijken.

Consuminderen, Westerse overconsumptie, bio en lokaal vinden de auteurs helemaal niks. Dat is, volgens deze klassieke, in economische groei en technologie denkende liberalen, het gedachtengoed van de klassieke groenen. Hoogtechnologische precisielandbouw zal het voedselprobleem oplossen. De jaarlijkse CO2-uitstoot van 51 miljard ton voor elektriciteit, verwarming, transport, landbouw en industrie, kan op verschillende manieren worden aangepakt. Groene en blauwe waterstof, CO2 uit de lucht halen, adaptatie, het kopen van airco’s, enz. komen allemaal aan de orde. Ook hier zijn er regelmatig merkwaardige inschattingen over bijvoorbeeld het Sigmaplan, de krimp van de veestapel, enz. Maar het is een goed leesbaar ecomodernistische verhaal.

Voor de energievoorziening, die nodig is om de nu nog minder ontwikkelde landen van Westerse welvaart te voorzien, is kernenergie onontbeerlijk. Aan de vraag of die landen wel behoefte hebben aan die welvaart met zijn verfoeide ik-cultuur, wordt geen aandacht besteed. Het hoofdstuk Kernenergie, Ja graag!, is interessant, maar de meeste van die technologie zal veel te laat beschikbaar zijn.

Kernenergie zit volgens de auteurs wat de veiligheid betreft in dezelfde range als wind- en zonne-energie en waterkracht. Wat er niet bij wordt gezegd, is dat er een watercrisis aan het ontstaan is, waardoor de koeling van kerncentrales een probleem kan worden. Hoogactief kernafval, dat slechts 5% van het afval vormt, stop je diep in de grond. Geologische berging heet dat. Nieuwe types van kerncentrales, zoals Bill Gates Hoe we een klimaatramp kunnen vermijden (zie boekbespreking op 15 april 2021) ze in zijn boek ook beschrijft, vormen, rond 2050, de motor van de diepe decarbonisatie. Te laat dus!

Het voeden van 10 miljard mensen tegen het einde van de eeuw is ook geen probleem. De Groene Revolutie uit de jaren 1960 wordt hierbij als uitgangspunt genomen. Veredeling, kunstmest en irrigatie waren de belangrijkste ingrediënten. Door de verhoogde opbrengsten was er minder grond nodig, wat de natuur ten goede kwam, beweren de auteurs. Toch pakte dat anders uit. De snelle bevolkingsgroei, leidde ertoe dat er juist meer landbouwgrond nodig was.

Voor de voedselproductie gebruiken wij de helft van het bewoonbare land (ijs- en woestijnvrij) en 70% van het zoete water. Our World in Data, Hannah Ritchie and Max Roser, juni 2021.

De bijdrage van de landbouw aan de mondiale CO2-uitstoot bedraagt nu 26%. Voedselverspilling in vooral de rijke landen draagt voor 6% bij aan de opwarming van de aarde. Dit heeft gevolgen voor de oorspronkelijke leefgebieden van planten en dieren. Volgens de auteurs hebben hightech precisielandbouw – een verhaal van “meer uit minder” – met drones en kunstmatige intelligentie (AI), en minder vlees of kweekvlees eten, de toekomst.

Om de opbrengsten te verhogen is veredeling, belangrijk. In hoofdstuk 6 wordt een uitvoerig en bijzonder goed leesbaar overzicht gegeven van de klassiekers mutatieveredeling en genetische manipulatie met genetisch gemanipuleerde organismen (GGO’ of GMO’s). Zeer tot spijt van de auteurs stelt de EU strenge eisen bij GMO’s, waardoor volgens Deschoolmeester en Rotthier kansen worden gemist. De laatste stap in het veredelingsproces is, tot nu toe, de revolutionaire CRISPR-techniek. Hiermee kunnen wetenschappers uiterst nauwkeurig stukjes uit het DNA van organismen knippen of erin plakken. Zo kunnen ze eigenschappen van een organisme veranderen en aanpassen aan de wensen van de mens of de consument. Ik vind dit een hellend vlak.

RangerBot is een onderwaterrobot waarmee giftige zeesterren die koralen doden, worden opgespoord en gedood. Ze kunnen ook koraallarven opvangen en uitstrooien boven beschadigde riffen. © Queensland University of Technology, Brisbane, Australië.

Het laatste hoofdstuk gaat over De mens als rentmeester van de natuur. Bij het lezen van die titel lopen de rillingen over mijn rug. Hoogmoed ten top. Er worden een aantal strategieën om de natuur te herstellen beschreven, zoals verwilderen en soorten verplaatsen. Onder de charmante titel van Eerste hulp bij uitsterving, worden een aantal voorbeelden gegeven, waarbij superkoralen worden gekweekt en onderwaterdrones en AI worden gebruikt, om de natuurlijke vijanden van koralen te elimineren. Zo kan de Australische RangerBot dankzij deep learning geheel zelfstandig zeesterren die het Groot Barrièrerif beschadigen, opsporen en doden. Ik vind dit oorlogje spelen in de oceaan.

Dit hoofdstuk besluit met een drietal alinea’s onder het kopje De mens als hoogtechnologische rentmeester. Mijn maag draait zich om. De tekst illustreert dat de auteurs en daarmee de ecomodernisten, hun voeling met de natuur, die in hun perceptie kosteloos is, helemaal kwijt zijn. De tekst wekt de indruk dat je met de natuur alles kunt doen wat Homo economicus maar wil. Bizar! De notie dat de mens slechts een onderdeel en evolutionair voortbrengsel is van de natuur, is helemaal zoek. Volgens Deschoolmeester en Rotthier zijn wij hoogtechnologische rentmeesters die blijkbaar kunnen doen wat ze willen. Hoe verzin je zoveel onzin?

De Epiloog begint met een citaat van William Shakespeare uit Hamlet: “Wat een meesterwerk is de mens, hoe edel door de rede, hoe onbegrensd in zijn vermogens ..… (de mens) in houding gelijk een engel, in begrip gelijk een god; het sieraad van de wereld, toonbeeld van al wat leeft.” Een dergelijk, sterk door de religie van toen beïnvloed wereldbeeld, kan ik nog begrijpen van een 16de eeuwse Engelse toneelschrijver, dichter en acteur. Maar dat wetenschappers, anno 2022, dit citaat nog gebruiken ….. daar zakt mijn broek van af.

Eindbeoordeling

De titel van het boek wekte mijn belangstelling. Maar het is al snel duidelijk dat hij de lading niet dekt. Pas aan het einde van het boek wordt hieraan een mouw gebreid, door te verwijzen naar het indrukwekkende boek van Jason Hickel. Dat boek vinden de auteurs maar niks. De titel van hun boek is trouwens misleidend omdat het niet over ‘minder, minder, minder’ (zoals in consuminderen) gaat, maar juist over ‘meer, meer, MEER’ technologie en groei, de gesel van het kapitalistisch systeem.

De opzet van het boek is door het ecomodernistische uitgangspunt van economische groei en een rotsvast geloof in de technologie, erg smal. Te smal om de crises op te lossen, die de menselijke activiteiten sinds de Britse industriële revolutie en vooral sinds de jaren 1950, hebben veroorzaakt. Die drie mondiale crisissen – vervuiling, klimaat en biodiversiteitsverlies, alle drie de keerzijde van technologische ontwikkeling – los je echt niet op met alleen maar nieuwe technologie. In de afgelopen 150 jaar was technologische ontwikkeling juist de oorzaak van grote problemen. En dat ging ten koste van de natuur, die als gratis werd en wordt beschouwd.

Toch is dit een interessant boek omdat het ecomodernisme een concept is waar we rekening mee moeten gehouden, omdat het aantrekkelijk lijkt om voort te gaan op de bekende vertrouwde weg. Dat die weg doodloopt, is blijkbaar nog niet relevant.

Ik heb dit goed geschreven, informatieve boek met plezier gelezen, want een aantal innovatieve technologieën kunnen inderdaad bijdragen aan de oplossing van de crisissen. Het boek is vooral een aanrader voor wie meer wil weten over het gedachtengoed van het ecomodernisme. Maar ik deel de mening van de auteurs en de door hun opgerichte organisatie ecomodernisme.be niet.

Recensie door Jan Stel


Jan Deschoolmeester en Thomas Rotthier, De wereld red je niet met minder, minder, minder, Borgerhoff & Lamberigts, 2022

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

17 − zeven =