20221209_193735

Een vlecht van heilig gras

Robin Wall Kimmerer

Schrijfster Robin Wall Kimmerer is botanicus en professor in de bosecologie, en ook een begenadigd verhalenverteller. In het boek “Een vlecht van heilig gras” verbindt ze haar wetenschappelijke kennis met de onuitputtelijke eeuwenoude kennis van haar inheems-Amerikaanse voorouders. Ze maakt ons ervan bewust dat we ons voor echte duurzaamheid opnieuw moeten verbinden met de natuur, de geschenken van de aarde met eerbied en dankbaarheid moeten ontvangen.

Heilig gras of veenreukgras kweek je door een stek met wortels rechtstreeks in de grond te stoppen. Op die manier gaat de plant door de jaren heen van hand naar aarde en naar de volgende hand, en verbindt hij generaties met elkaar. Hij staat het liefst op een zonnig veld waar hij veel water krijgt. Hij gedijt goed langs verstoorde randen.”

Het lijkt alsof deze voortplanting ook geldt voor het gelijknamige boek “Een vlecht van heilig gras” : “het verspreidde zich ondergronds als een netwerk van wortelstokken, eerst bijna onopgemerkt en nu zie je het overal bloeien.”

Schrijfster Robin Wall Kimmerer is botanicus en professor in de bosecologie, en ook een begenadigd verhalenverteller. In dit boek verbindt ze haar wetenschappelijke kennis met de onuitputtelijke eeuwenoude kennis van haar inheems-Amerikaanse voorouders. Ze maakt ons ervan bewust dat we ons voor echte duurzaamheid opnieuw moeten verbinden met de natuur, de geschenken van de aarde met eerbied en dankbaarheid moeten ontvangen.

Ik heb dit boek geschreven in de reactie op het verlangen van inheemse gemeenschappen dat onze filosofie en onze gebruiken worden erkend als leidraad om weer terug te komen op het levenspad. Ik heb het geschreven in reactie op het verlangen van kolonisten die moeite hebben met de nasleep van onrecht en leven op gestolen land, om ze te helpen een manier te vinden om zich thuis te voelen. Ik hoorde het verlangen van de vertrapte aarde zelf om weer liefgehad en geëerd te worden. Ik heb het geschreven vanuit een gevoel van wederkerigheid met de lessen van de Anishinaabe, die ik van mensen en planten heb geleerd. De reden waarom onze voorouders zich aan deze lessen vastklampen was dat de levensopvatting die de kolonisten probeerden te vernietigen ooit nog hard nodig zal zijn voor alle wezens op aarde. Nu in de tijd van het 7e vuur, in de tijd van de 6e extinctie, van klimaatchaos, van ieder voor zich en gebrek aan eerbied, denk ik dat dat moment gekomen is.”

Het boek begint bij het allereerste verhaal, bij het verhaal van de Hemelvrouw die de tuin schiep voor het welzijn van iedereen.

veenreukgras
Veenreukgras (GFDL)

De schrijfster raakt hiermee meteen een voorbeeld aan van hoe de westerse kijk op de wereld en op de natuur, grondig verschilt van die van de inheemse volkeren. De moeder van de westerse mens werd uit de tuin met de boom verbannen en moest de wildernis ontginnen. Het scheppingsverhaal van de inheemse volkeren vertelt over een vrouw die de plicht heeft om het leven te beschermen. Het scheppingsverhaal bevat instructies voor de toekomst. In tegenstelling tot de westerse traditie staat de mens er niet bovenaan de schepping: planten waren hier eerst. Mensen zijn de jongere broeders van de schepping en hebben de minste ervaring. De natuur is hun enige leraar: planten en dieren leren ons hoe we mens moeten zijn. En wat goed is voor de natuur is goed voor de mens. De wereld in evenwicht houden, vergt geven en nemen. Alles wat we gebruiken is afkomstig van een ander leven, verspilling is dus oneerbiedig. Inheemse volkeren nemen nooit meer dan ze nodig hebben en uiten ten allen tijde hun dankbaarheid aan wie zijn leven voor hen gaf.

Deze visie botste met het wereldbeeld van de kolonisten. De schrijfster vertelt uit eerste hand wat die botsing van culturen voor haar volk betekend heeft. Zelf ging ze pas jaren na haar wetenschappelijke studie weer echt luisteren naar haar oorspronkelijke drijfveer voor haar keuze om plantkunde te studeren: zoeken naar de draden die de wereld verbinden, en zo herontdekte ze de talloze plantenverhalen.

Het woord ‘puhpowee’ dat in een van de verhalen gebruikt wordt, doet haar besluiten om het Potawatomi, de verdwijnende taal van haar volk, te leren. Het woord ‘puhpowee’ betekent ‘de kracht die paddestoelen van de ene dag op de andere uit de grond doet komen’ en getuigt van observatie en een bewustzijn van een hele wereld van zijn, van onzichtbare krachten die alles bezielen.

Dat geloof in een bezielde wereld blijkt ook uit het feit dat Potawatomi voor 70% uit werkwoorden bestaat, in het Engels is dit slechts 30%. Kimmerer beschrijft hoe ze door het werkwoord ‘wiikwegamaa’ (baai zijn) plots het fundamentele verschil tussen het Engels en de inheemse taal begrijpt: ‘baai zijn’ bevrijdt het water en geeft het niet-menselijke leven persoonlijkheid en keuze.

‘De taal is het hart van onze cultuur, ze bevat onze gedachten onze kijk op de wereld.’

“Een vlecht van heilig gras” is een boek dat je niet onberoerd laat. Het neemt je mee op een reis naar een wereld die kon en kan zijn, een wereld waarin mensen en planten samenwerken. Het is dan ook een confronterend boek.

Een van de talloze verhalen in het boek is dat van de windigo, het  monster van de Anishinaabe. De legende is ontstaan door de angst van de inheemse stammen om in de winter te sterven van de honger. Honger werd een realiteit nadat ongelimiteerde jacht door kolonisten het dierenbestand drastisch verminderde. De windigo is een mens wiens zelfzucht zoveel sterker is dan zijn zelfbeheersing, dat verzadiging niet mogelijk is. Hoe meer hij eet, hoe gulziger hij wordt.

In een samenleving gebaseerd op gemeenschappelijk bezit en waar delen cruciaal is om te overleven, brengt een hebzuchtig individu de hele gemeenschap in gevaar.

Het ongebreidelde eigenbelang dat door de inheemse stammen zo verafschuwd werd, wordt daarentegen in onze tijd verheerlijkt. Kaal gekapte hellingen, kobaltmijnen in Congo, schaliegasvelden in Canada, een kast vol kleren, … Het zijn de voetsporen van de nieuwe soort windigo, sporen van de onverzadigbare consumptie. En het vervuilde land wordt geaccepteerd als nevenschade van vooruitgang.

We zijn medeschuldig. We hebben de markt laten bepalen waar we waarde aan hechten. Diezelfde markt creëert kunstmatige schaarste en blokkeert bv. de stroom tussen consument en bron, zoals via het vasthouden van graan in magazijnen. Het gevolg is hongersnood bij de enen, welvaartsziekten bij de anderen. De geschenken van de aarde worden gebruikt om grote ongelijkheid en onrechtvaardigheid te creëren.

We hebben handelsartikelen gemaakt van wat de aarde ons schenkt. Onbezielde materie waarvan de herkomst soms niet meer te achterhalen is: een onbekend aantal niet-menselijk levens heeft het voortgebracht en zijn leven voor ons geschonken.

Door zichzelf bovenaan de schepping te plaatsen en er over te gaan heersen, raakte de mens geïsoleerd en vervreemd van de rest van de natuur. Om de kwaliteit van ons bestaan te behouden, moeten we een radicale omslag in ons denken maken. Menselijke consumptie hééft nadelige gevolgen, eeuwige groei op een eindige planeet gaat in tegen álle wetten van de natuur.

‘Een vlecht van heilig gras’ is echter vooral een boeiend, poëtisch en hoopvol boek. Als we luisteren naar wat de natuur, de planten en dieren, ons vertellen; als we goed observeren; als we samenwerken en leren dankbaar te zijn voor de geschenken van de aarde; als we eerbiedig oogsten dan helpen we bij het herstellen van de balans. Kimmerer geeft enkele voorbeelden van waar het grondig mis liep en waar men nu goed op weg is met het natuurherstel.

Robin Wall Kimmerer suggereert dan ook om voortaan eerder te luisteren naar de wetten van de natuur ipv naar de wetten van de economie.

Denk maar aan de hoofdwetten van de thermodynamica: simpel gesteld zeggen die dat als er meer warmte aan een systeem wordt toegevoegd dan eraan kan ontsnappen, dat het systeem opwarmt. Maar ook dat energie niet uit het niets kan ontstaan, en dus als de bron op is, is ook de energie op. En verder dat het meer energie kost om iets op te ruimen dan om iets stuk te maken.

De schrijfster pleit ook voor de invoering van een Bill of Responsibilities als aanvulling of tegenhanger van de Bill of Rights (grondwet/ burgerrechten): als mens heb je net als de dieren en de planten gaven/ talenten gekregen en daarmee ook een verantwoordelijkheid. Als burger draag je bvb op diverse manieren (financieel, deelnemen aan democratische processen, zorgtaken,voedselproductie…) bij aan het voortbestaan en het welzijn van de gemeenschap.

Dat is trouwens een toepassing van de wet van de wederkerigheid. Die overigens de basis vormt van ons leven op aarde: de adem van planten geeft leven aan dieren, de adem van dieren geeft leven aan planten.

Precies in het midden van het boek besteedt de schrijfster uitgebreid  aandacht aan de regels voor eerbiedig oogsten. De belangrijkste zijn: neem nooit het eerste, noch het laatste of meer dan de helft, neem nooit meer dan je nodig hebt, verspil nooit, deel, veroorzaak zo weinig mogelijk schade bij het oogsten, oogst met respect, neem alleen wat gegeven wordt, wees dankbaar, geef een geschenk in ruil voor wat gegeven wordt, steun degenen die jou steunen en de aarde zal altijd blijven bestaan,…

Kolen opdelven, naar olie en gas boren zijn geen voorbeelden van eerbiedig oogsten. Het is volgens het levensvisie van inheemse volkeren nooit de bedoeling dat de aarde beschadigd wordt om haar geschenken te kunnen ontvangen. De aarde biedt ons dagelijks zon, water, wind in overvloed aan.

Een andere suggestie is nog de Dankzegging die de Onandaga elke dag op school uitspreken. Een alternatief voor de dagelijkse groet aan de vlag/ Pledge of Allegiance in de VS. Dagelijks spreken ze hun dankbaarheid uit voor het land en de aarde, voor de goede leiders en burgers, voor gerechtigheid, de schepping, de wederzijdse trouw. Het bewust zijn van genoeg hebben leidt tot tevredenheid en eerbied. Dankbaarheid plant zaadjes van overvloed.

Tenslotte verwijst de schrijfster nog naar de regels van De Grote wet van de Onondaga: handel ten behoeve van de vrede, de natuur en de toekomstige generaties.

We worden overspoeld met informatie over hoe de mens de aarde aan het verwoesten is, maar je krijgt bijna nooit te horen hoe we deze planeet kunnen koesteren. Al die informatie leidt tot wanhoop. Herstel is een krachtig tegengif tegen wanhoop. Door aan herstel te werken kan de mens op een krachtige manier weer een positieve en creatieve relatie met de meer-dan-menselijke wereld ontwikkelen.

Bij de inheemse volkeren bestaat een profetie voor de tijd of het volk van het zevende vuur, die bevat 2 visioenen.

Het eerste zegt dat er een nieuw volk komt dat in de voetsporen van de voorouders zal teruglopen en alles weer zal samenvoegen. Het tweede visioen luidt dat alle mensen op aarde zullen zien dat het pad dat voor ons ligt splitst. Het is aan ons om te kiezen welk pad naar de toekomst we zullen nemen: de ene weg is zacht en groen met nieuw gras, het andere pad is hard en zwartgeblakerd.

Laat ons de menselijke gave van taal gebruiken om elkaar verhalen te vertellen die kennis en ziel verbinden, die de mens weer deel laat uitmaken van de natuur, verhalen ook die van herstel te vertellen.

Dit boek boordevol verhalen zal jou en vele anderen daarbij ongetwijfeld inspireren.

3 Antwoorden

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

15 − 4 =