bernard-hermant-Zpdb7-owcpw-unsplash AA

Eerst het transitieplan, dan de leidingstraat – Tijd voor bezwaar en petitie

Artikel – Tycho Van Hauwaert

Intro – Marleen De Vry

Ben je op de hoogte van het dossier en wens je voor 30 april 2021 bezwaar in te dienen tegen het project leidingstraat Antwerpen-Ruhr, dan vind je hier de link naar Omgeving Vlaanderen.


Scabs frontman en Diestenaar Guy Swinnen bracht, samen met zangeres Pascale Rubens, zelfs het lied en het filmpje ‘We map the stars’, een nummer waarin ze hun ongerustheid uiten over de eventuele aanleg van een leidingstraat op het grondgebied van Diest. “Wat er gebeurt, strookt niet met mijn rechtvaardigheidsgevoel”, vat Swinnen zijn deelname samen. Het initiatief komt van verontruste burgers die bij de song een filmpje maakten. 


Inmiddels startte een bezorgde Limburgse Grootouder ook een leidingstraatpetitie. Die is niet gebonden aan de termijn van bezwaarindiening. Om deel te nemen aan deze petitie klik je op deze link.


GRUP Leidingstraat Antwerpen-Ruhr in NIMBY fase

Over het de megapijplijn door Limburg en de Antwerpse Kempen – het Gewestelijk Ruimtelijk UitvoeringsPlan (GRUP) Leidingstraat Antwerpen-Ruhr – loopt de discussie hoog op. De leidingstraat moet op vraag van de petrochemische industrie de Antwerpse haven ondergronds via Geleen ( Nederlands Limburg) verbinden met het Ruhrgebied. De idee is om olie en gassen door (vijf tot acht) naast elkaar liggende buisleidingen te transporteren. De leidingstraten zullen bovendien de energietransitie ondersteunen door het transport van bijvoorbeeld waterstof of CO2. De leidingstraat (45m breed, onbebouwd en onbebost) moet de internationale concurrentiepositie van de grote chemische clusters in Antwerpen, Rotterdam en het Ruhrgebied versterken. Tot daar het officiële verhaal, dat zowaar milieu- en klimaatvriendelijk klinkt.

Maar waar dit soort leidingen in Nederland qua tracé nauwelijks een probleem vormen, ligt dat in versnipperd Vlaanderen ietsje anders. Hier moet al minstens een kleine 400 hectare natuurgebied voor de bijl. Een veelvoud wordt hopeloos versnipperd. Kwetsbare gebieden als het Essersbos in Genk, Nationaal Park Hoge Kempen of de Europese Natura 2000-gebieden zijn bedreigd. Het zuidelijk tracé langs Kiewit loopt dwars door het hoofdpodium van Pukkelpop. Ook 15 tot 80 woningen gaan eraan en voetbalploegen verliezen hun terrein. Genoeg redenen voor de NIMBY-discussie, die nu volop woedt. Natuurverenigingen en verscheidene burgemeesters roepen op om bezwaar in te dienen in het kader van het openbaar onderzoek. Vele steden en gemeenten adviseren het GRUP zelf ook negatief, o.a. Geel, Diest, Halen en Tessenderlo, net als de provincie Limburg, die daarover communiceerde op tvl.    

Uiteraard is de vraag wat opgeofferd wordt uitermate belangrijk. Het advies dat over het GRUP wordt gevraagd, betreft dan ook de tracés en niet de grond van de zaak. Die grond van de zaak is of de greenwashing wel klopt en of de leidingstraat zelf nog wel past in een CO2-neutraal toekomstproject.

Precies die vraag stelt Tycho Van Hauwaert in ‘Eerst het transitieplan, dan de leidingstraat’ , BBL, 21 april 2021, dat we de GvK-lezer graag aanbieden, al was het maar omdat een ander dossier uit de Antwerpse petrochemie weer in het vizier komt.

Eerst het transitieplan, dan de leidingstraat

Tycho Van Hauwaert

Expert circulaire economie en zware industrie

Zonder uitzicht op een duurzame transitie voor de industrie, dreigen we met de leidingstraat een verkeerde richting in te slaan © Bernard Hermant

De plannen van de Vlaamse Regering om een leidingstraat te bouwen, die de haven van Antwerpen zou verbinden met de chemiecluster in Geleen (NL) en het Ruhrgebied, stoten op hevig protest. Reden: bij deze grootschalige operatie dreigen honderden hectaren bos en natuur te verdwijnen. Bovendien is het maar de vraag of de leidingstraat zal bijdragen aan klimaatneutraliteit in 2050. In plaats van nu al een tracé te kiezen, moet een industrieel transitiekader eerst duidelijk maken wat het nut is van deze leidingen voor een klimaatneutraal Vlaanderen.

De Vlaamse Regering heeft plannen om een reservatiestrook aan te leggen voor ondergrondse pijpleidingen. Via de Antwerpse Haven, naar chemieclusters in Nederland en Duitsland. In de startnota heeft men een strook voorzien waar een 8-tal leidingen zou kunnen aangelegd worden. Er zijn drie mogelijke tracés voor deze leidingstrook, in een  Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) wil men het exacte tracé vastleggen. Op de drie voorgestelde tracés liggen naast bos en natuur ook huizen, die onteigend moeten worden. 

Daarnaast is het erg onduidelijk wat exact door de leidingen getransporteerd zal worden. Eerder werd gehint op het transport van waterstof en CO2. Dergelijke infrastructuur zal onmisbaar worden voor de energie- en industriële transitie. Daarvoor zullen namelijk nieuwe technologische processen nodig zijn: grootschalige elektrificatie, maar ook nieuwe transportinfrastructuur van nieuwe energiedragers zoals waterstof en op moleculen gebaseerde energie (zoals syngassen). 

De ambities van het Vlaamse Energie- en Klimaatplan lijken haaks te staan op de huidige invulling van de leidingstraat.

Wordt dit een leidingstraat voor plastics? 

Volgens de federatie van de chemische industrie Essenscia en de Vlaamse Regering is deze pijpleiding ecologisch en milieuvriendelijk. Vervoer via pijpleidingen betekent een vermindering van vrachtwagens en uitstoot op de weg. Dat klopt natuurlijk alleen wanneer dit transport wegtransport vervangt, en niet als het over extra productiecapaciteit gaat. Voorts is het van belang wat getransporteerd zal worden.

En wat blijkt? De eerste concrete case voor zo’n leiding is propaan, een chemisch bestanddeel, gewonnen uit aardolie, dat zal worden omgezet naar propyleen, een basisgrondstof voor de chemische industrie. En die kan het dan weer verwerken tot plastics. Bovendien staat aan de start van zo’n keten een kraker, die vaak nog eens op schaliegas draait. Kortom: permanente fossiele waardeketens. En laat dat nu exact zijn wat we niét nodig hebben in de industriële transitie. Het project zoals het er nu staat, lijkt wel op maat geschreven van het chemiebedrijf Ineos, dat recent de stekker trok uit de plannen voor haar PDH-kraker (propane dehydrogenation plant). Eén van de drijfveren om dat te doen, waren “de moeilijkere marktcondities van propyleen”. Zo dreigt de Vlaamse overheid te kiezen voor productieprocessen die de markt als “achterhaald” beschouwt.

In het Vlaamse Energie- en Klimaatplan 2021-2030 staat bovendien de ambitie om de materialenvoetafdruk van de Vlaamse consumptie met 30% te verlagen. Dat betekent ook: minder plastics. Diezelfde ambitie is opgenomen in het Uitvoeringsplan Kunststoffen, waarin uitdrukkelijk wordt beloofd om meer plastics te hergebruiken en te recycleren. Die ambities lijken haaks te staan op de huidige invulling van de leidingstraat. Zou het niet beter zijn om eerst te analyseren wat de noden zijn voor de Vlaamse industrie om klimaatneutraal te worden? En daarna te kijken waar we het best investeren voor de transitie van bestaande installaties? In plaats van koste wat het kost de chemie hier te willen houden met investeringen die niet toekomstbestendig zijn.

Vlaanderen moet werk maken van een transparant, inclusief en participatief transitiekader voor onze industrie. En pas daarna kan ze verstandige keuzes maken over de infrastructuur die daarvoor nodig is.

Eerst industrieel transitiekader, dan infrastructuur

Het staat buiten kijf dat de petrochemie voor een gigantische uitdaging staat. Niet alle productie zal passen binnen een klimaatneutrale toekomst in 2050. In een persbericht van Essenscia lezen we dat men de chemische industrie hier wilt verankeren. Een valabel doel, maar het kan toch niet de bedoeling zijn om dan maar via fossiele waardeketens de afzet van plastic te vergroten? 

De vraag zou eerst en vooral moeten luiden welke industrie we hier nog willen. We hebben innovatieve, schone en vooral circulaire bedrijven nodig. Plastic-recyclagebedrijven bijvoorbeeld. Circulaire businessmodellen die fossiele brandstoffen volledig bannen, of vasthouden doorheen de productieketen. 

Wat is de oplossing? Vlaanderen moet werk maken van een industrieel transitiekader. Dat moet ook nog eens transparant, inclusief en participatief zijn. Daarin zal duidelijk moeten worden geschetst welke productie en industrie in de toekomst zal kunnen, met een stappenplan dat rekening houdt met de noden voor de Vlaamse industriële transitie. De overheid kan aan de slag gaan als durfinvesteerder en investeren in strategische sectoren. Pas dan kunnen we ook de infrastructuur onder handen nemen.

Foto: Bernard Hermant

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

dertien − 2 =