greenwashing__pavel_constantin_169

Hernieuwbare diesel

Een Fins bedrijf maakt ‘hernieuwbare’ diesel, lees ik in de krant. Die diesel kun je nu ook bij ons tanken.

“Die hernieuwbare diesel wordt gemaakt uit verschillende grondstoffen, zoals gebruikt frituurvet, dierlijk vet dat uit slachterijen komt en vervallen voedsel dat anders door supermarkten zou worden weggegooid”, zegt Peter Zonneveld, verkoopdirecteur van Neste. “Die grondstoffen worden verzameld in onze raffinaderijen in Singapore, de Finse stad Porvoo en Rotterdam, waar ze een chemisch proces ondergaan met waterstof als energiebron. Uiteindelijk maken we daar een synthetische dieselmolecule van. Die is identiek met gewone diesel, met als grote verschil dat er geen schadelijke aromaten in zitten. Dat zijn verbindingen die kankerverwekkend kunnen zijn.”

Het zal wel een poging zijn om iets zinnigs te doen met ons dieselverbruik, en ik heb een stel hersens dat niet erg technisch is aangelegd, maar ik heb een hoofd dat wel snel lastige vragen stelt.

Die frituurolie bijvoorbeeld. Als je die na gebruik verbrandt als dieselolie, dan komt de CO2 die oorspronkelijk in die olie was opgeslagen toch alsnog in de atmosfeer terecht? En dat vet van dieren, komt dat niet uit een industriële vleesindustrie die toch al drijft op de kap van immense oppervlaktes regenwoud dat op onnavolgbare wijze onze CO2-uitstoot opving? En dat nu, als het verbrand wordt, extra CO2 opnieuw de lucht instoot?

En die onverkochte voedselberg van de grootwarenhuizen, zouden we die niet beter voorkomen door zorgzamer om te gaan met ons voedsel, zodat we (veel) minder voedsel Europa rondrijden en vervolgens weggooien?

En al dat afval, hoe komt dat in Singapore en Porvoo en Rotterdam terecht? Is dat niet een businessmodel dat vooral diesel maakt uit de zeer slechte gewoontes die we als samenleving hebben omarmd?

En als we straks op een meer duurzame wijze leren omgaan met ons gebruikt frituurvet, ons krimpend vleesgebruik en aan de supermarkten verbieden om nog voedsel weg te gooien (zoals in Frankrijk), wat gebeurt er dan met jullie businessmodel? Gaat dat dan op de schop? Of wordt de verleiding dan misschien groot om de palmolie, die een duurzamer voedingsindustrie intussen toch niet meer wil, dan maar als grondstof voor diesel te gebruiken? So what…

Ik wil niet cynisch klinken, maar ik lees het zoveelste groene sprookje. In dat type sprookje is er één woord dat sprookjesmakers nooit in sprookjes mogen schrijven, op straffe van ter plaatse te worden doodgebliksemd: het woordje ‘minder’. In die groene sprookjes komt er altijd een moment waarin de Wolf (hij heet erg toevallig Wolf Winst) ergens een of andere verre Indonesische of Braziliaanse Grootmoeder opvreet en in zijn onstilbare vraatzucht likkebaardend ook nog Groenlandkapje in het vizier heeft.

Pas geleden, tijdens de lockdown, durfden we nog dromen van het nieuwe normaal: een waarin we minder zouden rondtoeren met onze auto’s en onze vrachtwagens, een waarin we met de hogesnelheidstrein naar Barcelona zouden reizen in plaats van in zo’n belastingvrije vliegende CO2-uitbraker van O’Leary.

Ook dat bleek een sprookje, want de files zijn vandaag indrukwekkender dan ooit. Iedereen hopt weer met een vliegtuig alsof de aarde morgen al naar de Filistijnen moet. En vrachtwagens blijven Nederlandse serretomaten naar Spaanse supermarkten brengen om in het terugkeren Spaanse serretomaten aan Nederlandse supermarkten te leveren.

Gelukkig kunnen we ons schuldgevoel tegenover onze kroost en onze kleinkinderen straks afkopen door met ‘hernieuwbare diesel’ in steeds langere files te gaan staan. En wie weet kunnen we straks toch weer duurzaam naar Barcelona in een sardienenblik dat op ‘hernieuwbare kerosine’ rondhopt. Het nieuwe normaal blijkt in vergelijking met het oude een nog wildere nachtmerrie.

Het knekelhuis van een compleet uit de hand gelopen consumptiecultuur, die zelfs geen werkvolk meer vindt, wenkt.

Wanneer gaan we nu eindelijk eens ophouden met onszelf collectief groene blazen wijs te maken. Veel jongeren eisten in de afgelopen klimaatbetoging ‘system change’ als een aanzet naar echte oplossingen voor de klimaatcrisis. We moeten – liever vandaag dan morgen – af van het idee van eeuwige groei. Deze compleet ontspoorde consumptiecultuur moet ergens ophouden.

Hernieuwbare diesel? We lijken steeds meer op een alcoholverslaafde die beslist heeft dat hij voortaan biologische wijn gaat drinken omdat die minder schade berokkent aan zijn lichaam… En in de mist van onze dronkemansbui vinden we het zonde om een gezonde fles wijn niet tot de allerlaatste druppel leeg te drinken.

Ik ben mijn hele leven aan de slag geweest als OCMW maatschappelijk werker. Ik heb meer dan eens aan het sterfbed gestaan van zwaar alcoholverslaafde cliënten, die geel en groen door levercirrose tijdens hun laatste dagen in het OCMW-ziekenhuis terechtkwamen (altijd om er te sterven). De meesten hadden maar één laatste vraag, die op hun lippen brandde: kan je mij niet een fles drank meebrengen? Ze hoefde zelfs niet bio te zijn…

Elke vergelijking met hoe deze samenleving met haar consumptieverslaving omgaat is van mijn kant intentioneel. Als we zo blijven doorgaan zal de laatste vraag van een stervende mensheid zijn of iemand de tank nog eens kan volgooien met hernieuwbare diesel…

Ik heb een paar maanden geleden mijn oude lectuur rond alcoholisme en verslavingen opnieuw uit mijn bibliotheek gehaald. Niet omdat iemand in mijn directe omgeving met verslaving worstelt, maar omdat de vergelijking met onze cultuur en onze economie zo schrijnend is. We lijden aan hetzelfde ontkenningsgedrag en gebruiken dezelfde mechanismen om onze (zelf)vernietigende levensstijl voort te blijven zetten.

Zelfs de Standaard, in al zijn vriendelijke en gewillige aandacht voor de klimaatopwarming, kan in aanloop naar de klimaatconferentie in Glasgow niets beters verzinnen dan vijf debatten met twintig sleutelfiguren uit… het bankwezen, de industrie en de politiek. Over één centrale vraag: “Wat doen jullie om het klimaat te redden?”

Tussen haakjes, bezorgde klimaatreporters bij de Standaard: niet het klimaat moet worden gered, maar de mensen die compleet uit het oog zijn verloren dat ze onlosmakelijk verbonden zijn met de aarde waarop we met zijn allen leven.

De lijst van deelnemers aan die debatten leest als een zeer exclusieve verzameling van de Captains of Industry in ons land. Precies aan dat netwerk, dat het langst met de hakken in het zand is gaan staan, toen het ging over de vraag of die klimaatopwarming wel echt was, wat het aandeel van de industrie daarin was en hoe die klimaatopwarming moet worden aangepakt (haalbaar en betaalbaar, vrees ik), gaan we nu dus vragen wat ze gaan doen om die klimaatopwarming tegen te gaan. Als er van die kant al enige bereidheid was geweest om iets aan de klimaatopwarming te doen, hadden we die inspanning dan al niet in een terugval van de nog steeds groeiende cijfers van onze CO2-uitstoot moeten zien?

We zijn onvergeeflijk snel vergeten dat het de spijbelende jongeren waren die op 10 januari 2019 met 3000 luidruchtige betogers in Brussel de kat de bel aanbonden en de klimaatcrisis in het centrum van de media-aandacht brachten. Terwijl politici en Captains of Industry elkaar voor de voeten liepen om luidkeels te roepen dat schoolverzuim een brug te ver was.

Die jongeren mogen straks de debatten van de Standaard bijwonen en beleefd vragen stellen. Terwijl het toch om hun toekomst gaat?

Ik wil niet onwillig en negatief lijken, en ik ben er van overtuigd dat veel ondernemers het probleem ten volle vatten, zelf ook bezorgd zijn over de toekomst van hun kinderen en kleinkinderen en een oprechte poging doen om op een meer duurzame wijze dingen te maken en handel te drijven. Maar ik ben bang dat dergelijke debatten blijven draaien om technobabbel en greenwashing, zoals het voorbeeld van de hernieuwbare diesel hierboven.

In één zin gegoten: waarom vraag je uitsluitend aan de leiders van de industrie en het bedrijfsleven hoe een duurzame toekomst eruit moet zien?

Waarom nodig je in zo’n debatreeks niet ook de jongeren uit die de crisis hebben aangekaart en zichtbaar gemaakt en om wier toekomst het tenslotte gaat?

We blijven hopeloos rondjes draaien in een model waarin de groei van onze economie en onze buitensporige consumptie ten allen prijze moeten worden gered. ‘There is no alternative’, beweren we nog steeds, 40 jaar nadat Margaret Thatcher met die uitspraak het neoliberale marktmodel door de strot van de samenleving ramde. Het klinkt zo hopeloos hol en leeg en het laat een spoor van dood en vernieling achter.

Een blinde kan zien dat dit model op sterven na dood is. Dat het blijven volhouden dat er geen alternatief is, gewoon een pleidooi is om verder als een bende plunderaars de aarde rond te trekken en alles wat van waarde is door de mallemolen van onze economie te draaien.

Ik stond op 22 oktober onvoorwaardelijk naast de spijbelende jongeren in Gent. Ze hebben overschot van gelijk dat ze onze verslavende levensstijl zien als de belangrijkste reden voor de vernietiging van hun toekomst.

5 Antwoorden

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

3 × 5 =