MG_1461Zevenhuizen-Lint_helder_1230x691

Het veranderende klimaat laat nog maar weinig keus : het is aanpassen of opkrassen

De waterellende die Wallonië overspoelde, kan ook bij ons in Vlaanderen zegt Bart Eeckhout in De Morgen van 27 juli. Wat minister Zuhal Demir doet met haar blue deal is volgens de commentator in elk geval beter dan de no deal van haar voorgangster. Maar anderzijds is de tijd van blijdschap om kinderstapjes vooruit voorbij.

De Vlaming mag nog van geluk spreken. Kelders liepen onder, water sijpelde door deuren en kieren en straten stonden blank. Maar al met al blijven de gevolgen van de overvloedige regen van de voorbije weken beperkt tot uiterst vervelende materiële schade. Het verschil is groot met de catastrofale watersnood in het zuiden van het land. Aardrijkskunde speelde daarbij een rol: wie in een vallei woont, blijkt plots erg kwetsbaar te zijn voor de grillen van natuur en klimaat. Maar er was ook pech, omdat de onweerswolken vooral boven Wallonië hingen – en, mede door de klimaatverandering, bleven hangen.

Dat had ook boven Vlaanderen kunnen gebeuren. Ook hier zijn er soms dichtbevolkte riviervalleien, met weinig ruimtelijk overschot. Waar is de onschuldige tijd dat lacherig gedaan kon worden over klimaatkaartjes waarin zowat heel Vlaanderen wegzonk onder de zeespiegel? De waterellende in Wallonië is dan ook een waarschuwing: als we niet handelen zijn we even kwetsbaar als onze buren.

Milieuminister Zuhal Demir (N-VA) lijkt dat toch alvast begrepen te hebben. Haar verzet tegen bouwen in overstromingsgebied neemt toe. Haar ‘blue deal’ voor een beter waterbeheer is alvast beter dan de ‘no deal’ van haar illustere voorgangers zoals Joke Schauvliege (CD&V) onzaliger gedachtenis. Het is toch al dat. Maar goede voornemens in het beleid zijn onvoldoende om de bevolking afdoende te beschermen tegen weerfenomenen die door de klimaatopwarming vaker grilliger zullen worden.

De tijd is gekomen om consequent een streep te trekken door alle woonuitbreidingsplannen in overstromingsgebied. Sensibiliseren is mooi, maar het werkt onvoldoende. Zeker in tijden van krapte op de woonmarkt blijven lage grondprijzen in risicogebied projectontwikkelaars en kopers lokken. Gemeentebesturen durven lang niet altijd te weigeren. Ruimtelijke ordening is, zeker in Vlaanderen, bij uitstek een bevoegdheid die aantoont dat goed bestuur niet altijd het bestuur is dat het dichtst bij de mensen staat.

Na de overstromingen van 1993 en 1995 heeft de Nederlandse overheid zwaar geïnvesteerd in het megaproject ‘Ruimte voor de rivieren’. Het project stootte uiteraard op verzet en meewarigheid, maar het heeft er wel mee voor gezorgd dat Zuid-Nederland van de allergrootste menselijke tragedies gespaard is. De watersnood van deze zomer zou tot een vergelijkbaar keerpunt in het Belgische en Vlaamse beleid moeten leiden. Dit is het moment voor moedige politici om te doen wat al zolang had moeten gedaan worden: rivieren en beken ruimte geven, groene ruimte beschermen, overstromingsgebied handhaven, grond ontharden.

Het veranderende klimaat laat nog weinig keus: het is aanpassen of opkrassen, om die slogan maar eens te recycleren. De tijd van blijdschap om kinderstapjes vooruit is voorbij.

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

zeven − 7 =