Schermafbeelding-2020-10-26-om-20.48.43 AA

Ineos schrapt PDH-installatie – Fabel CO2-afvang blijft overeind

Petrochemiereus Ineos schrapt zijn PDH-unit uit ‘Project One’. De installatie voor propyleen gaat op de lange baan.  De plannen voor  de ethaankraker blijven overeind. Dat nieuws wordt bevestigd door Ineos woordvoerster Nathalie Meert. De toekomst van het project wankelt dus. Daar zit de onzekere financiële situatie van het project en van de petrochemische sector in het algemeen voor iets tussen. Amerikaans kredietbeoordelaar Moody’s verlaagde eind december nog de kredietrating van Ineos. Eén van de redenen hiervoor was de negatieve macro-economische vooruitzichten voor het bedrijf. Daarover berichtten we al eerder. Onder andere Fairfin riep de grootbanken op om hun investeringen in Ineos te herbekijken. Of de afgeslankte versie van Project One er al dan niet komt, hangt nu wellicht af van de reactie van de investeerders. Naast het financiële risico van de ‘stranded assets’ is er immers ook de veranderende politieke context, vooral met de Green Deal van de EU die aanstuurt op klimaatneutraliteit tegen 2050. Ook gaat op 16 maart de Vlaamse klimaatzaak van start, die gevolgen kan hebben voor de milieuwetgeving in België.

Persmededeling Client Earth

N.a.v. de onverwachte aankondiging van Ineos dat het afziet van de bouw van de PDH-installatie, publiceerde Client Earth onderstaande persmededeling. Ook op de Client Earth website verscheen duiding onder de titel Giant plastics project suspended in a big win for the environment.

Client Earth Media release 15 January 2021 

Ineos cuts major plastics investment in wake of court action, reports say

Petrochemicals giant Ineos has suspended plans indefinitely for a major new plastics unit in the Port of Antwerp, according to reports in the Belgian media.

The news comes after lawyers at environment charity ClientEarth, together with 13 NGOs, won an injunction against the project in November, pending the outcome of an ongoing court case over the under-investigated environmental impacts of two planned units. The case highlighted the unsolved plastic pellet crisis affecting Antwerp’s shoreline and nature reserves, as well as the intense climate impacts of using shale gas to manufacture plastics.

The suspended propylene dehydrogenation (PDH) unit was set to comprise one of two installations in the €3bn investment “Project One”, which was set to be Ineos’s biggest ever. Together with an ethane cracker, the units were set to manufacture the key ingredients of plastic, propylene and ethylene.

Ineos is reporting that the change of plan is down to market issues, with demand for propylene tanking. Credit rating agency Moody’s had already confirmed a negative outlook for Ineos in October.

The move should raise serious questions for investors.  

ClientEarth lawyer Tatiana Luján said: “Antwerp has been suffering a major plastic pollution problem and adding further production capacity to Ineos’s existing facilities was only going to intensify it, as well as making it exponentially harder to meet climate targets.

“The news of the suspension of this unit is a relief for anyone concerned about the plastics and climate crises, but it’s also overdue. The sheer breadth of the environmental implications of this project mean that it should have been a no-go from the planning stages. We will continue to fight to overturn approval for Project One.”

The surprise announcement also reportedly means the immediate disbanding of the project team, with job losses likely to result.

Luján said: “We regret that the project was allowed to advance this far as this U-turn could now mean job losses. The world is changing, policy by policy, and carbon-intensive industries are going to find it harder and harder to stay afloat. With plans for the PDH unit now on ice, there is serious doubt over whether it will ever be built.

“It’s been well known throughout Ineos’s planning process that plastics oversupply is a market-wide issue – the fossil fuels industry is volatile and vulnerable and these risks are clear.”

The lawyers will continue their fight against Project One, due to the need for the environmental impacts of the ethane cracker to be interrogated in court.  

ENDS

Notes to editors 

While climate risk is now under constant discussion within the ‘traditional’ fossil fuel industry, plastics executives are all too often unaware of the risks closing in on the petrochemicals sector, including increased regulation around plastic, waste and carbon emissions. ClientEarth authored a report, “Risk unwrapped”, in 2018, to demystify the issue.

ClientEarth is working with the following organisations to stop the expansion of the Ineos plastics complex: Natuurbeschermingsvereniging De SteltkluutKlimaatzaakGreenpeace BelgiumStRaten GeneraalFairfinBOS+Recycling Network BeneluxGrootouders voor het KlimaatClimaxiBond Beter Leefmilieu (BBL)WWF BelgiumZero Waste Europe and Gallifrey Foundation.

The environmental groups consider “Project One” both environmentally destructive and legally fraught. ClientEarth’s initial legal case, which delayed the project, was based on the Flemish authorities’ failure to fully assess the environmental impacts of the expansion – a clear breach of EU and national laws.

In December 2020, the environmental organisations submitted a judicial appeal against the approval of the permit for the woodland clearance needed for ‘Project One’. It came following an emergency injunction filed by the environmental groups in an urgent legal bid to prevent the felling of the forest. The approval of the injunction by the Council of Permit Disputes in Flanders, Belgium means Ineos is blocked from going ahead with the project until the court case is concluded.

De waterstof/hydrogen soap gaat door

Auteur: Annick Vanisterbecq

Toch surft Ineos intussen gewoon mee op de recente mediahype over de waterstoftechnologie als ‘klimaatoplossing’ en als ‘propere’ energie, zoals die werd ontketend door dé PR-firma bij uitstek van de olie- & gasindustrie, FTI Consulting. Voelt u de bui al hangen? Stijgt de spanning?

IneosWillFall vertelt u het verhaal van deze onthullende soap.

Aflevering 1 – Het fabeltje van appelblauwzeegroene waterstof

De grootste misleiding gebeurt al bij de start van het verhaal! Momenteel is men het er over eens dat waterstoftechnologie in vier grote categorieën kan worden opgedeeld: groen, blauw, grijs en bruin. Groene waterstof wordt volledig gemaakt uit hernieuwbare en duurzame energiebronnen zoals wind- of zonne-energie, waterkracht… Bruine waterstof wordt gemaakt uit steenkool. Blauwe en grijze waterstof worden gemaakt uit methaan, een broeikasgas met veel grotere negatieve impact op de klimaatopwarming dan CO2, of koolwaterstoffen (LNG’s) als restproducten uit gasontginning. Bij blauwe waterstoftechnologie zou de CO2-uitstoot veroorzaakt door de productie van waterstof worden afgevangen en opgeslagen (CCS). In het geval van grijze waterstof gebeurt dat niet. En hier zit al meteen een serieuze adder onder het gras!

Volgens de industrie is immers ook de blauwe waterstoftechnologie duurzaam, zelfs al wordt die geproduceerd uit het fossiele, zeer schadelijke methaan, o.a. afkomstig van schaliegas. Daarvoor verwijst ze enkel naar het potentieel gebruik van de – momenteel nog embryonale – technologie voor CO2-afvang en -opslag!

Groene waterstof is – terecht – een mogelijke klimaatoplossing. Maar hoe komt het dan dat slechts 0,1% van de wereldwijde waterstofproductie bestaat uit groene waterstof? En waarom is de EU zo een grote fan van de productie van blauwe waterstof? Als je dit wil weten, mis dan zeker de volgende aflevering van onze soap niet.

Aflevering 2: Blauwe waterstof: een list van de industrie ondersteund door de Europese Unie

Als ‘groene’ waterstof een mirakeloplossing is, waarom is ze dan nog niet overal uitgerold? Simpel: de kostprijs is torenhoog door de enorme hoeveelheid elektriciteit die nodig is voor de productie. Waterstof komt in de natuur enkel voor in combinatie met andere chemische elementen. Om ze te splitsen heeft men energie, dus elektriciteit nodig. BloombergNEF berekende dat de hoeveelheid elektriciteit nodig voor het produceren van voldoende groene waterstof voor amper een kwart van de wereldwijde energiebehoefte, hoger zou liggen dan alle elektriciteit die momenteel wereldwijd geproduceerd wordt en dat bovendien méér dan 11 miljard USD aan investeringen in aangepaste infrastructuur nodig zijn! Deze energie kan dus beter rechtstreeks aangewend worden om bv. openbaar vervoer te elektrificeren of voor de verwarming van gebouwen! Op basis van de huidige hernieuwbare energiecapaciteit lijkt het uitrollen op grote schaal weinig waarschijnlijk in de komende decennia. Bank of America Securities spreekt van een aandeel van slechts 24% groene waterstof in de wereldwijde energiebehoefte tegen 2050.

In stilte hoopt de gasindustrie dat deze doorbraak nog lang op zich laat wachten. Verwijzend naar CO2-afvang en – opslag (CCS) schuiven zij ‘blauwe’ waterstof naar voor als CO2-besparende overgangstechnologie in afwachting van volledig ‘groene’ waterstof. Door inmenging van de waterstof- & gaslobby gaat de EU in haar recente ‘Europese Waterstofstrategie’ mee in die redenering. Tussen 2014 en 2020 werd 1 miljard euro gespendeerd via publiek-private investeringen van de EU met Hydrogen Europe. Vele sector- en belangenverenigingen werden opgericht en binnengeloodst in officiële overlegcommissies binnen de EU met de hulp van PR-firma FTI Consulting. Volgens het EU-Transparantieregister spendeerden zij vorig jaar samen een totaal bedrag van 58,6 miljoen euro in het kader van hun lobby-activiteiten binnen de EU. Zo hebben ze zichzelf een plaats weten te versieren op het hoogste niveau van de beleidsvoering. Met dit nieuwe beleid slaan ze twee vliegen in één klap. Ze kunnen op deze manier zichzelf naar voor schuiven als klimaatbewust en met een hoop subsidies hun net van fossiele energievoorziening in stand houden.

Wie zit er achter deze waterstof- en gaslobby? Hoe gaan ze te werk? Wat winnen ze hiermee? Welke rol speelt FTI Consulting? Moeten we hiervoor applaudisseren? Anders gezegd, is dit in hun of in ons aller belang? In aflevering drie zien jullie wie achter deze misleidende campagne zit!

Aflevering 3: Vuile doelstellingen van witteboordengemeenschap

De olie- en gasindustrie heeft het financieel moeilijk en ziet waterstof als hun reddingsboei. De lobby-inspanningen binnen de Europese Unie voor het inzetten op ‘blauwe’, fossiele waterstof ter bevordering van de energietransitie en dus het hergebruik en verder uitbouwen van bestaande gasinfrastructuur in afwachting van de werkelijk duurzame ‘groene’ waterstof, worden geleid door ‘Hydrogen Europe’. Vanuit dit platform werd tijdens het World Economic Forum in Davos in 2017 de ‘Hydrogen Council’ gelanceerd: een wereldwijd initiatief van toonaangevende energie-, vervoers- en industriebedrijven. Hydrogen Europe is een hybride orgaan met wazige contouren, dat zijn oorsprong vindt in een publiek-privaat partnerschap van de Europese Commissie samen met de industrie, rond brandstofcellen en waterstof (Fuel Cells Hydrogen Joint Undertaking). Maar tevens stelt het industriële spelers – als lid van Hydrogen Europe – in staat om het indienen van project- en financieringsvoorstellen binnen de Commissie te versnellen, vorm te geven en ook zelf uit te voeren. In het jaarverslag 2015 van Hydrogen Europe staat duidelijk vermeld hoe het wordt “beheerd” door de PR-firma FTI Consulting.

De pogingen van FTI Consulting in opdracht van de fossiele brandstoffenindustrie om aardgas als klimaatoplossing te verkopen, werden recentelijk in de New York Times opgelijst.

FTI verdedigt zich met de uitspraak dat de methaanuitstoot van de Amerikaanse schalie- en fracking-industrie daalt. Deze misleidende stelling is echter gebaseerd op cijfers die geen rekening houden met de hoge methaanemissies van de olie- en gasbronnen zelf, en kan makkelijk worden weerlegd omdat de methaanuitstoot in de VS in 2019 nog steeds recordhoogtes bereikte. FTI volgt nu dezelfde aanpak voor waterstof als destijds voor aardgas door het volop te promoten als klimaatoplossing, ondanks bewijs van het tegendeel. Advertenties van grote olie- en gasbedrijven voor groene waterstof misleiden het publiek, rekening houdend met de reële industrieplannen voor blauwe waterstof op basis van fossiele brandstoffen.

Naast de ‘waterstoflobby’ valt het op dat ook de traditionele ‘gaslobby’ actieve inspanningen doet om ‘blauwe’ waterstof een prominente plaats te geven in de toekomstige EU-strategie op het vlak van energietransitie. Mede door het aanwerven van ex EU-beleidsmedewerkers konden sectororganisaties als GasNaturally, Gas Infrastructure Europe (GIE), Eurogas en de ‘International Association of Oil and Gas Producers’ (IOGP) infiltreren in de lobby van hernieuwbare energie (zoals SolarPower, WindEurope) of tot zelfs in EU-adviesorganen zoals Gas for Climate, ENTSO-G (het ‘European Network of Transmission System Operators for Gas’) – opgericht door de EU in 2009 – of het Zero Emissions Platform (ZEP), dat optreedt als technisch adviseur voor de EU op het vlak van CO2-afvang en -opslag (CCS/U)! Uiteindelijk blijkt de ledenlijst van zowel de waterstof- als gaslobby’s als die van de EU-adviescommissies grotendeels uit dezelfde grote, fossiele industriële spelers te bestaan.

Een interessant verkoopargument voor de fans van waterstof is dat kleine concentraties waterstofgas momenteel kunnen worden gemengd met methaan en getransporteerd via bestaande pijpleidingen. Waarom het zeer voorbarig is miljarden te investeren in dergelijke fossiele waterstofprojecten zolang deze technologie niet op punt staat, ontdekt u in de volgende aflevering!

Aflevering 4: Waterstof en methaan… een dure, explosieve cocktail

De status van methaan als ideale transitiebrandstof is reeds lang achterhaald, maar toch blijft de industrie de verdere uitbouw van het gasnetwerk door onze strot rammen. Reden: hergebruik, rentabiliseren en uitbouwen van de bestaande gasinfrastructuur.

Gastransportbedrijven hebben de waterstofhype aangewakkerd om nog meer gasinfrastructuur te bepleiten, zelfs nu er steeds meer bewijs is dat Europa eigenlijk meer gasinfrastructuur heeft dan nodig is. Hun zogeheten ‘Hydrogen Backbone’ plan voorziet in een netwerk dat tegen 2040 23.000 km pijpleidingen zou bestrijken op basis van 75% bestaande pijpleidingen die aangepast zullen moeten worden voor het transport van waterstof, en 25% nieuwe pijpleidingen. Dit plan werd in juli 2020 voorgelegd door Gas for Climate, maar werd al maanden eerder besproken in vergaderingen met de EU-commissaris voor energie, Kadri Simson.

Hydrogen Europe, dat alle leden van Gas for Climate omvat, heeft dit plan ook opgenomen in hun eisen voor de komende herziening van de Trans-Europese netwerken voor Energie (TEN-E). Zij beweren dat door de herbestemming van bestaande pijpleidingen gestrande activa zullen worden vermeden (infrastructuur die waardeloos zou kunnen worden naarmate fossiele brandstoffen worden afgebouwd), maar gaan voorbij aan het feit dat de gastransportsector de afgelopen jaren een overmaats netwerk heeft aangelegd dat overbodig zal worden als er geen ander (kunstmatig) doel voor wordt gecreëerd. Bovendien blijkt uit nauwgezette analyse dat slechts een deel van alle, volgens hen ‘bestaande’ infrastructuur nu al is gebouwd, wat betekent dat er nog meer conventionele gaspijpleidingen zullen worden aangelegd, die vervolgens zullen moeten worden herbestemd. Dit alles zal worden betaald met overheidsgeld, terwijl particuliere bedrijven de winst in eigen zak steken.

Steeds meer studies wijzen echter op de talrijke gevaren van transport van waterstof via bestaande gasinfrastructuur. Door een chemische reactie doet waterstof materialen zoals staal en kunststof versneld verzwakken of slijten wat leidt tot een hoog risico op lekken of zelfs ontploffingsgevaar. Waterstof brandt totaal anders dan methaan. De korte, eerder explosieve ontbranding stelt onderzoekers voor serieuze uitdagingen op het vlak van technologie en veiligheid. De opslag onder zeer hoge druk vereist zeer hoogwaardige, stevige maar dus ook extreem dure infrastructuur. Eens een waterstofgehalte van meer dan 25% is men verplicht andere infrastructuur te voorzien. Zo moet b.v. de elektronica explosieveilig zijn. Er mogen geen vonken ontstaan, want waterstof ontbrandt met bijna elke lucht-brandstofverhouding.

De lage dichtheid van waterstof maakt het aanzienlijk moeilijker om op te slaan dan fossiele brandstoffen. Als waterstof vandaag de dag in de wereldeconomie het aardgas zou vervangen, zou er 3 tot 4 keer meer opslaginfrastructuur moeten worden gebouwd, wat 637 miljard dollar zou kosten tegen 2050 om hetzelfde niveau van energiezekerheid te bieden. Het opslaan van waterstof in grote hoeveelheden zal een van de belangrijkste uitdagingen voor een toekomstige waterstofeconomie zijn. Grootschalige lage-kost opties zoals zoutgrotten zijn geografisch beperkt en de kosten voor het gebruik van alternatieve, vloeibare opslagtechnologieën zijn vaak hoger dan de kosten voor de productie van waterstof.

De hierboven beschreven opslagcapaciteit voor waterstofgas komt bovenop de opslagcapaciteit die nodig is voor CO2 die zou worden afgevangen bij de productie van ‘blauwe’ waterstof. Op dit moment is dit echter een absurde stelling. Waarom? Dat leest u in aflevering 5.

Aflevering 5:  CCS-mythe voor een blauwe waterstof-illusie

Het concept van waterstof als schone brandstof is onterecht gebaseerd op de ‘Carbon Capture and Storage’ (CCS) technologie. Het doel van koolstofafvang en -opslag is het afvangen van CO2 uit grote emissiebronnen, zoals elektriciteitscentrales en industriële installaties, het transporteren ervan naar een opslagplaats en het permanent afsluiten ervan, zodat het niet kan ontsnappen in de atmosfeer en bijdragen aan de opwarming van de aarde. Deze kostbare, experimentele technologie heeft ondanks tientallen jaren verspilde overheidssubsidies geen enkel resultaat opgeleverd. CCS werd daarom door de industrie zelf ten grave gedragen op basis van economisch niet rendabel maar maakt nu dus als zombie zijn rentree. Feit is dat de efficaciteit van CCS evenmin bewezen is als het bestaan van zombies.De mislukte CCS-technologie wordt nu dus nieuw leven ingeblazen en krijgt politieke, financiële en regelgevende steun, zodat de EU de integratie van waterstof op basis van fossiele brandstoffen in haar klimaatplannen voor 2050 kan rechtvaardigen.

Het falen van de technologie leidde tot kritiek van de Europese Rekenkamer over het feit dat de EU 424 miljoen euro heeft uitgetrokken voor mislukte CCS-projecten, met de conclusie “dat geen van de programma’s erin geslaagd is om CCS uit te rollen in de EU”. De G8-groep van geïndustrialiseerde landen had zich ertoe verbonden om 20 grootschalige projecten op te starten tegen 2010 en het Internationaal Energieagentschap had als doel om tegen 2020 100 projecten op te zetten. Slechts 5 daarvan werden daadwerkelijk gerealiseerd. De wereldwijde operationele CCS-capaciteit bedraagt momenteel 39 miljoen ton CO2 per jaar. Dit is ongeveer 0,1% van de jaarlijkse wereldwijde uitstoot van fossiele brandstoffen.
Ironisch genoeg is de voornaamste toepassing van CCS/U het injecteren van afgevangen CO2 in bestaande olie- en gasbronnen om de winning van deze fossiele brandstoffen te vergemakkelijken, waardoor de beschikbaarheid ervan uiteindelijk nog toeneemt. Er zijn momenteel slechts 26 operationele CCS-installaties in de wereld, waarbij 81% van de tot nu toe afgevangen CO2 wordt gebruikt om nog meer olie en gas te winnen via dit proces genaamd ‘Enhanced Oil Recovery’ (EOR). Tot op heden blijft EOR ook domineren in de plannen voor het verder uitrollen van CCS. CCS/U is dus eenvoudigweg niet compatibel met de inspanningen om de klimaatopwarming onder 1,5°C te houden. Er komen bij de toepassing van CCS ook andere afvalgassen vrij die niet worden opgevangen. Eenmaal gestockeerd kunnen er ook lekken ontstaan. Een van de hinderpalen voor de grootschalige inzet van CCS is het risico verbonden aan de veiligheid van de CCS-infrastructuur, met name tijdens het transport en de opslag van CO2.

Niet alleen blijft het percentage afgevangen CO2 zeer beperkt maar bovendien zijn enorme hoeveelheden (fossiele) energie nodig om CO2 af te vangen en op te slaan. De kostprijs van CO2-afvang en -opslag is hierdoor torenhoog! Steeds meer studies wijzen uit dat de beste oplossing is om zich te concentreren op échte duurzame alternatieven – zoals windkracht of zonne-energie – om fossiele brandstoffen te vervangen, en niet op het afvangen van CO2. Tot op heden hebben dergelijke dure proefprojecten dus nog niet bewezen dat ze effectief bijdragen tot het produceren van koolstofarme en betaalbare waterstof. Toch verwijzen INEOS en hun supporters binnen de Vlaamse Regering naar dergelijke technologieën om de klimaatimpact van Project One te minimaliseren! Hoe ze dit proberen te doen lees je in de spannende finale van onze soap.


Wil je meer weten over de verschillende methoden van afvang en opslag CO2 en hun resultaten, lees dan deze interessante studie. Hieruit blijkt  dat CCS en DAC extra CO2 uitstoot veroorzaken.  En de opschaling van deze technieken om een effectieve CO2 reductie in de atmosfeer te bekomen is zodanig groot dat deze technieken gewoon niet realistisch zijn.

Daarmee samenhangend vind je hier nog een voor beleidsmakers interessant document i.v.m. CCS en DAC, dat ook concrete acties vermeldt.

2 Antwoorden

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

zeventien − dertien =