veranderen...veranderen

We zullen langs de rand van de afgrond gaan, maar we komen er beter uit

Jan Rotmans is hoogleraar transitiekunde aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam, (mede-)oprichter van Urgenda (met o.m. de Nederlandse Klimaatzaak en Grootouders voor het Klimaat), Nederland Kantelt en andere transitie-initiatieven. Maar vooral is hij de Nederlandse autoriteit in de transitie naar een schonere toekomst. Op 13 juni 2022 spreekt Jan Rotmans met ons, Grootouders, in een webinar. Een goed moment om meer over deze bijzondere man en zijn ideeën te vernemen. Dat kan bijvoorbeeld in het interview dat Filip Rogiers van de krant de Standaard met hem had. U kunt het hieronder integraal lezen, want we kregen de toestemming het over te nemen.


Jan Rotmans wist een halve eeuw geleden al dat er een klimaatcrisis op til was. En dat die heftig zou worden. Maar er is hoop. ‘De gedragsverandering kan heel snel gaan als het moet.’

‘Wat me hoop geeft? Dat we eigenlijk nog niets geprobeerd hebben’, tweette de aan de Nasa verbonden Amerikaanse klimaatwetenschapper Peter Kalmus. ‘Tot nu toe gedroegen wij ons in het rijke Noorden als verwende kinderen. Als de mensheid de krachten bundelt, stoppen we de klimaatbreakdown in enkele jaren.’

Jan Rotmans
Jan Rotmans © Jan Rosseel

Het is een wanhopig soort hoop, maar het ís hoop. De Nederlandse transitiedeskundige Jan Rotmans, hoog­leraar aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam, toont zich zelfs optimistischer. ‘Er is niet níéts gedaan. Erger is vermeden. Zonder Kyoto, Montréal of Parijs stevenden we nu af op 2 graden meer opwarming.’

Rotmans kijkt al bijna vier decennia verder dan het weerbericht van de dag. Hij heeft niet enkel oog voor de golven, ook voor de onderstroom. ‘We leven niet in een tijdperk van verandering,’ is al vele jaren zijn adagium, ‘maar in een verandering van tijdperk.’ Het jongste van zijn vier boeken, Omarm de chaos (De Geus, 2021), getuigt opnieuw van voluntarisme.

Tussentijd van chaos

Als wiskundige dokterde hij halfweg de jaren 80 het eerste integrale klimaatmodel ter wereld uit, in 1990 stuurde hij mee het eerste IPCC-rapport aan. We zitten inmiddels aan het zesde rapport. Daar verschenen minder artikels over dan over de klap die Will Smith aan Chris Rock verkocht op de Oscars. Dat de temperaturen op Noord- en Zuidpool 30 graden hoger liggen dan normaal voor de tijd van het jaar? Dat de Groenlandse ijskap smelt a ratio van 10.000 kubieke meter per seconde? Het is en blijft blijkbaar te groot om te zien, te horen.

In België was 26 maart Overshoot Day. Stel dat de hele wereld op dezelfde grote voet als wij leefde, dan hadden we die dag alle natuurlijke hulpbronnen opgebruikt die de aarde in een jaar kan vernieuwen. ‘We doen het een beetje ­beter dan in 2018’, zei WWF-woordvoerder Koen Stuyck (DS 26/3). ‘Toen hadden we 4,3 planeten nodig. Nu “slechts” 4,1. Dat komt waarschijnlijk door een lichte daling van onze uitstoot en de ­opkomst van hernieuwbare energie.’

Rotmans aanhoort de litanie en nipt van zijn thee. Hij verliest nooit zijn cool. ‘Rapporten veranderen de wereld niet. Het IPCC zegt in se al dertig jaar hetzelfde: de mens verandert het klimaat op aarde, dat leidt tot meer extremen en daar moeten we ons toe verhouden. Bij het eerste rapport dachten wij: dat wordt een schok. Nou, die schok duurde maar enkele dagen. Er verandert pas iets als mensen het voelen, zien, ervaren.’

‘Ja, het is erg en het wordt nog erger, maar ik ben er rotsvast van overtuigd dat het roer finaal om gaat. Met alle inzichten die ik in de loop van mijn carrière heb vergaard, kan ik u in tien minuten aan de prozac praten. Maar ik heb mezelf altijd voorgenomen om in het licht te gaan staan, niet in het donker. Een transitie is nog nooit geïnitieerd door mensen die het hoofd laten hangen. We beleven een kantelfase tussen wat is en wat zal zijn. We zitten in een tussentijd van chaos zoals de geschiedenis er meerdere heeft gekend tussen twee periodes van evenwicht.’

Dat was misschien zo bij eerdere transities, zoals de kleine ijstijd in de 16de eeuw, maar zijn we nu niet te ver heen?

‘Ik heb geen glazen bol, ik doe aan ­patroonanalyse. Evenwicht moet je niet als iets statisch zien, het is dynamisch. Ik volg in dezen het denken van uw land­genoot Ilya Prigogine (in Rusland geboren Belgisch fysisch chemicus en wetenschaps­filosoof, 1917-2003, red.), die meende dat er tussen relatief lange periodes van ­dynamisch evenwicht relatieve korte periodes van chaos zijn. Het kan dan zeer ­onrustig en heftig worden. Denk maar aan de industriële revolutie in de 19de eeuw. Elke transitie gaat gepaard met een verschuiving van macht, ook geopolitiek. In de 19de eeuw verschoof het zwaartepunt van Parijs naar Londen en vervolgens naar Berlijn. Nu gaat het weer richting het Verre Oosten. Chaos hoort bij zo’n tijdsgewricht. Maar dat mag nooit te lang duren, want dat vreet energie. Het maakt heel veel mensen ongerust en soms zelfs ziek.’

Of dood?

‘Of dood. Als chaos generaties lang duurt, leidt het tot massavernietiging.’

‘Toen ik begon, stond na elke parameter van de energietransitie een minnetje. Nu staat er nog maar één minnetje: we gebruiken nog altijd te veel fossiele brandstoffen en hebben nog veel fossiele voorraden’

U richtte in 2007 de actiegroep Urgenda op. Die lag aan de basis van de eerste, finaal gewonnen klimaatzaak. Desondanks zei de advocaat in die zaak, ­Roger Cox, over wie Nic Balthazar de film Duty of care maakte, vorig jaar nog in De Standaard: ‘Het is naar de sodeju.’

‘Ik ga dan ook al wat langer mee dan ­Roger. (lacht) Hij is een eminent jurist, maar geen klimaat- of crisisdeskundige. Ik zeg dit met alle respect, want hij heeft de Urgendazaak met verve verdedigd. Ook tegen Shell heeft hij bijzonder goed werk gedaan. Ik begon 37 jaar geleden in een heel andere wereld. We noemden het nog geen klimaatverandering, er was geen klimaatbeleid, er was niks. We werkten eerst aan de bewustwording van veel mensen, dat is behoorlijk gelukt. Nu komt het moeilijkste stuk: de gedragsverandering. Ook daar schieten we bij elke nieuwe crisis mee op. Mensen ervaren steeds meer aan den lijve dat er vreemde dingen aan de hand zijn met het weer. Het voorjaar begint drie weken te vroeg, we hadden drie stormen in een week, er zijn lange perioden van droogte, intensere regenbuien, …’

De klimaatdoelen die de VN zich sinds 1990 stellen en op elke top bijstelden, bleken telkenmale tergend onhaalbaar.

‘De opwarming terugdringen tot 1,5 graad lukt ons niet meer, dat klopt. Daarvoor zouden we nu een ­dalende CO2-trend moeten zien, terwijl die nog steeds toeneemt. Ook 2 graden is uit zicht, 3 lukt misschien nog wel. We moeten knokken voor elke tiende graad, maar het is niet naar de sodeju. We leren van crisissen. Na elke systeemcrisis gooit zo’n 10 procent van de mensen het over een andere boeg. Die veranderen hun leven. We naderen het punt waarop men in Brussel elke week bij elkaar zal komen om ineens maatregelen te nemen die we voordien nooit voor mogelijk hadden gehouden. Zo ging het met corona ook. Je begint met 10 procent en zo telt het op tot je aan een kwart van de bevolking zit, dat is het kantelpunt. Dan wordt de druk op overheden en bedrijven zo groot dat alles kantelt. Het gaat nu al snel. Ik krijg steeds vaker grootbanken en bedrijven over de vloer die om raad vragen. De schrik zit erin. Wie geen degelijk klimaatplan op tafel kan leggen, kan voor de rechter worden gedaagd door de ­Roger Coxen van deze wereld. Greenwashing wordt ook almaar sneller doorgeprikt. Het volstaat niet om schade aan natuur en milieu te compenseren, je moet streven naar een positieve impact.’

U schat dat nu al 15 à 20 procent overtuigd is van de nood aan transitie. Is dat geen wensdenken?

‘Dat is geen schatting, ik baseer mij op onderzoek in vele landen en over tientallen jaren. In Nederland heeft meer dan 20 procent van de huishoudens ­vandaag zonnepanelen, daar hebben we dertig jaar over gedaan. Als je in de buurt van 25 procent komt, kan zo’n omslag binnen tien jaar verdrie- of verviervoudigen. Door corona hebben we bij wijze van spreken de tijd tien jaar naar voren gehaald. Corona en de klimaatcrisis hebben overigens gemeen dat ze het gevolg zijn van onze verstoorde omgang met de natuur. De oorzaken zijn dezelfde, de effecten en de aanpak verschillen. Leidde corona tot een economische dip, een recente studie zegt dat we door de klimaatverandering afstevenen op een jaarlijkse negatieve groei van 4 à 8 procent, maar dan dertig jaar lang. De klimaatcrisis is vele malen complexer en er bestaat ook geen vaccin tegen. Maar je zult het altijd zien: ineens speelt geld geen rol meer. De technologie hebben we al, de gedragsverandering kan heel snel gaan als het moet.’

Jan Rotmans
Jan Rotmans © Jan Rosseel

Bij het begin van corona dachten velen dat alles anders zou worden: hoe we eten, werken, ons verplaatsen. Dat valt tegen.

‘Ik moet ook altijd glimlachen, hoor, als ik bij zulke crisissen mensen hoor verkondigen dat dit het begin is van een nieuwe wereld. Zo werkt het niet. Hadden we 10 in plaats van 2 procent van de miljarden die Europa vrijmaakte voor het herstelbeleid na corona in verduurzaming gestoken, dan stonden we nu ­inderdaad alweer veel verder. Helaas, we hielden liever de KLM’s en de Air Frances van deze wereld in de lucht.’

‘Maar toch, zelfs een klein steentje leidt tot concentrische cirkels. Win je vandaag een klimaatzaak voor de rechter, dan zie je morgen niet meteen het verschil, maar er zijn er inmiddels zo’n tweeduizend wereldwijd. Toen ik hiermee begon, stond na elke parameter van de energietransitie een minnetje. Niets ging snel genoeg, elke stap botste op weerstand. Nu staat er nog maar één minnetje: we gebruiken nog altijd te veel fossiele brandstoffen en hebben nog veel fossiele voorraden.’

Dat is geen minnetje, maar een dikke min, toch?

‘Nou ja, het stenen tijdperk kwam ook niet ten einde omdat er geen stenen meer waren, maar omdat er betere alternatieven kwamen. We gaan niet alles ­gebruiken wat we nog hebben aan olie, kolen en gas. Nogmaals, ik geloof dat we stilaan de kritische drempel van 25 procent “omslagovertuigden” naderen, ­zeker in de westerse wereld. Ook na een volgende crisis, die nog heftiger zal zijn dan corona, zijn we er nog niet, maar daarna kan het wel heel snel gaan. De oorlog in Oekraïne is ook weer een ­wake-upcall. Dat zal een fikse impuls geven aan onze energietransitie. Onze eerste reactie is pavloviaans: we moeten nú van dat Russische gas af, we moeten ons eigen aardgas winnen. De volgende gedachte is: verdorie, we hadden twintig jaar geleden al moeten verduurzamen. Die crisissen helpen echt. Alleen, het doet telkens veel pijn, je betaalt het almaar duurder.’

Stel dat we te elfder ure in de hoogste versnelling schieten. Dan nog rijst de vraag hoeveel draagkracht de planeet nog heeft. Sommige kantelpunten, ­zoals het smelten van de ijskappen, zijn toch onomkeerbaar?

‘Er zijn er vijftien, van die kantelpunten, maar het smelten van de permafrost is inderdaad het zorgwekkendste. Dat is in de geschiedenis nog al gebeurd, maar nu gaat het vele malen sneller. De natuur overleeft het wel, in een andere gedaante dan nu. We onderschatten weleens het regeneratieve vermogen van de aarde. Tien jaar na bosbranden of vulkaanuitbarstingen keert de natuur ook vaak weelderig terug. Dat hadden we in de jaren 80 fout. We waren zeer bezorgd over de planeet, terwijl we nu zeer bezorgd zijn over het voortbestaan van de mens, de planeet redt het uiteindelijk wel.’

‘Het wordt zeer darwiniaans. Een deel van de planten en diersoorten zal uitsterven, de veerkrachtigste fauna en flora zullen zich aanpassen en het redden. Dat geldt ook voor de mens. Het jongste IPCC-rapport was wat dat betreft zonneklaar: de klimaatverandering leidt tot toenemende ongelijkheid, survival of the fittest. Ook corona trof diegenen die toch al onderaan op de sociale ladder stonden het hardst. Bij een klimaatcrisis geldt dat in extremis. Hoe langer je wacht, hoe hoger de prijs, hoe groter de ongelijkheid.’

‘Omarm de chaos’, zegt u, maar de schade is nu al gigantisch en ongelijk verdeeld. Hoeveel pijn vinden we te verantwoorden?

‘Bij transities kun je aan drie knoppen draaien. Er is de overheid en het beleid, er zijn de technologische innovaties, maar de derde knop is minstens even belangrijk: die van de sociale normen en het gedrag. Wat vinden we acceptabel, wat niet? De mens is laks en traag, maar hij is niet masochistisch. Als hij met de rug tegen de muur staat, veranderen normen en gedrag in geen tijd. Als we hier vroeger hadden gezeten, ­zaten u en ik wellicht lekker te roken, want dat was gezellig en sociaal. Toen stopte 5 procent van de mensen met roken nadat ze de studies over de gevaren hadden gelezen en begrepen. Die groep groeide gedurende dertig jaar aan, dan pas nam ook de overheid maatregelen.’

‘Zo zal het ook met klimaat gaan. ­Sociale normen lopen altijd voor op de overheid. De lucht, de bodem, het water zijn vandaag al vele malen schoner dan honderd jaar geleden, omdat we almaar minder vervuiling accepteren. We pikken ook steeds minder pijn, schuld en verlies door klimaatverandering. Als voor iedereen duidelijk wordt dat de keuze beperkt wordt tot veranderen of creperen, springt de mens over zijn schaduw heen.’

Opvallend in uw boek is dat u meer verwacht van veranderende normen en ­gedrag dan van wat u ‘het kwartetten met technologieën’ noemt. Laten we ons door ecomodernisten kostbare illusies aanpraten?

‘(zucht) Ach, het ecomodernisme. Dat denken is zo smal. Ik ging weleens in ­debat met die filosoof van jullie wiens naam ik nu even vergeet (Maarten Boudry, red.), maar dat is geen gelijke wedstrijd. Altijd komt hij met hetzelfde riedeltje dat steevast eindigt bij kernenergie. Hoe kun je nou doen alsof dat een panacee is? Elke technologie die ik de voorbije veertig jaar zag voorbijkomen, heeft voor- en nadelen. Kernenergie net zo goed als waterstof of biobrandstof.’

Wel beter dan gas toch, dat in België moest dienen om de kerncentrales te sluiten?

‘Over kernenergie ben ik van mening veranderd. Ik was mordicus tegen en heb nog met collega’s actie gevoerd tegen de uitbreiding van Borssele. Nu vind ik dat we al zo ver zijn dat we geen enkele optie kunnen uitsluiten. Ook voor het IPCC zit het in de mix, al zal kernenergie nooit meer dan 5 of 10 procent van de energiebehoeften invullen. In Nederland ben je vijftien jaar en tientallen miljarden verder voor er twee nieuwe centrales staan. Ik sluit het niet uit, maar is het sop de kool waard? Het zal ons de komende tien jaar niet helpen, hooguit in beperkte ­mate in de decennia daarna.’

‘Het punt is dat we de klimaatdoelen niet moeten willen halen op een manier die niet duurzaam is. Wat ben je ermee dat je de ene technologie vervangt door een andere als het doel hetzelfde blijft, namelijk ongeremde groei? In plaats van daken vol te leggen met zonnepanelen doen we het op landbouwgrond ten koste van de natuur en de biodiversiteit.’

Of we maken er havenbaronnen rijker mee?

‘Precies, en investeerders in China, het Verenigd Koninkrijk en de VS die denken: wow, in Nederland krijgen we subsidies, vijftien jaar lang 15 procent rendement. Het maakt niet uit of het broodjes kroket of zonnepanelen zijn, als we het geld maar opstrijken.’

U pleit voor degrowth?

‘Dat woord gebruik ik niet, want sommige onderdelen van de economie hebben juist veel meer groei nodig. De circulaire economie staat tenslotte nog maar in de kinderschoenen. We hebben kolen, olie en gas vervangen door wind en zon, maar we zijn op dezelfde voet doorgegaan. We hebben windmolens neer­gezet, maar we zijn niet anders gaan ontwerpen en bouwen. We gebruikten verkeerde, niet-herbruikbare materialen en grondstoffen. Dat pleuren we nu allemaal weg, net zoals 90 procent van onze telefoons. Veertig miljoen zonnepanelen en duizenden windmolens in Europa ­alleen al zijn de komende jaren toe aan vervanging. Het is de afvaleconomie ten top. In de haven van Groningen gaan we nu voor het eerst de windbladen van molens vergruizen en hergebruiken bij de aanleg van dammen en wegen. Dat is echter nog altijd ver weg van het ideaal dat je van een oude weer een nieuwe windmolen maakt.’

U bent 61. Wordt u het nooit moe om zoals het IPCC rapport na rapport in se altijd hetzelfde te moeten vertellen?

‘Dat zeggen mijn kinderen ook weleens. Hoe saai kun je zijn! Maar alles evolueert, ook mijn denken. Vroeger dacht ik in termen van systeemveranderingen en had ik te weinig oog voor de kracht van het individu daarin. Ach, laten we eerst maar eens de grote bedrijven als Shell aanpakken, dat schiet tenminste op. Eerst moet het systeem op de schop.’

Is toch ook zo? Dat schiet meer op dan wanneer we als individu de auto of de vliegtuig aan de kant laten staan?

‘Dat is quatsch! Dat noem ik de illusie van de machteloosheid. Een beter milieu begint wél bij jezelf. Acties op het ­microniveau halen wel iets uit. Je bent namelijk niet alleen individu, maar ­onderdeel van netwerken, gemeenschappen en ecosystemen. Daardoor ­beïnvloed je anderen, die ook weer anderen beïnvloeden, et cetera. Ik verwijs opnieuw naar het steentje en de cirkels.’

‘Je begint met 10 procent mensen die hun leven veranderen en zo telt het op, tot je aan een kwart van de bevolking zit. Dan wordt de druk op overheden en bedrijven zo groot dat alles kantelt’

U vindt dat academici ‘activist’ moeten worden?

‘Zeker. Mijn voorbeelden waren Stephen Schneider en James Hansen in Amerika. Zij waren doorgewinterde klimaatprofessionals, maar tegelijk ook activisten. Ik wil mij niet met hen vergelijken, maar ik ben in hun voetsporen getreden. Nu zijn er duizenden klimaatacademici over de hele wereld. Die zijn vaak radicaler dan ik, zeker de twintigers en de dertigers. Ik vind dat mooi.’

Maakt het u gelukkig? Kan dat überhaupt, wanneer je zoals u veertig jaar lang elke dag getuige bent van een ­catastrofe in de maak?

‘Meer, ik vind dat u zich ook gelukkig mag prijzen, want zo’n periode van omwenteling komt niet in elk mensenleven voor. Het is ook een uitdagende tijd voor ambtenaren, trouwens. Mijn vader was er een, veertig jaar lang, dat wilde ik zeker niet worden. Maar vraag vandaag eens aan Diederik Samsom (gewezen ­politiek leider van de Nederlandse PvdA en vandaag kabinetschef van Europees commissaris Frans Timmermans, red) hoe saai hij het vindt? Hij zei dat hij vandaag meer impact heeft dan in zijn jaren bij Greenpeace, waar hij campagneleider was. Ik zag in mijn carrière nooit ambitieuzere plannen dan de Green Deal en Fit for 55. Wat er allemaal van zal terechtkomen, moeten we nog zien.’

Bent u er geruster op dan toen u in de jaren 80 begon?

‘Toen ik in de jaren 80 bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu aan een integraal klimaatmodel werkte, kwam ik in contact met Dennis Meadows, een van de auteurs van het rapport van de Club van Rome. Een briljant man, maar hij raakte mettertijd verbitterd. Zo wil ik niet eindigen. “Ik heb gelijk gehad,” zei hij, “maar geen gelijk gekregen.” Hij bleef pessimistisch. De kern van zijn inzicht staat nog altijd als een huis: economie en bevolking kunnen niet blijven groeien, de vervuiling en de belasting van de aarde zijn eindig. Wij dachten: het kan ook anders lopen. Je krijgt een ander perspectief wanneer je, zoals Bert de Vries en ik schreven in ons boek Perspectives on global change (1997), ook rekening houdt met variabelen zoals de verandering van gedrag en sociale normen en de snelle technologische innovatie.’

Toch moet uw optimisme vele mensen die somberen over de toekomst van hun kinderen en kleinkinderen vreemd in de oren klinken?

‘Dat begrijp ik en garanties zijn er natuurlijk niet. In de late middeleeuwen en de 19de eeuw waren er ook langere periodes van chaos, somberte en doem. Toch zijn we daar telkens weer aan ontsnapt. Het zit in de mens om eens om de zoveel tijd te geloven dat we met z’n allen naar de verdoemenis gaan. Ik ben daar anders in.’

Ondanks uw gevorderde leeftijd?

‘Of misschien dankzij? Je komt langzaam tot een dieper inzicht, een helikopterperspectief. Ik ben er ten gronde van overtuigd dat we het kunnen en zullen fixen. We zullen langs de rand van de afgrond gaan, maar we komen er beter uit. Het zal veel pijn doen en er zullen veel slachtoffers vallen, maar het tergt ons om het uiterste uit onszelf te halen. Dan zijn wij ook op ons best.’ 


Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

3 + 13 =