les-10-foto-3

Klimaatverstoring les 10

Klimaatverandering Deel 2 Antropogene Klimaatverandering : observatie en meting

Module 2.5  Verdwijnend zee-ijs, smeltende gletsjers en het globale zeeniveau

Een van de duidelijkste  signalen van klimaatverandering is te zien in de veranderingen in de cryosfeer[1], nl. het verdwijnen van zee-ijsgletsjers en de continentale ijskappen. Laten we beginnen met kijken naar zee-ijs aan de Noordpool. De eerste grafiek toont de achteruitgang van het zee-ijs aan de Noordpool sinds het eind van de negentiende eeuw.

En als we inzoomen op de meer recente periode waarvan we meer satellietmetingen hebben, zien we dat er sinds de jaren tachtig een daling is geweest met een factor 2 in de hoeveelheid zee-ijs die er op het einde van het zomerse smeltseizoen nog is.

Eigenlijk is dit ver onder de projecties van onze klimaatmodellen. Het toont de ware  implicaties aan van  de onzekerheid  in de  gebruikte klimaatmodellen.  Het toont aan dat deze modellen  de snelheid waarmee we het zomer zee-ijs verliezen zwaar onderschatten. Dat is natuurlijk geen goed nieuws.

Niet alleen de mate van variatie in het jaarlijkse ijs is belangrijk, maar wat we het meerjarenijs noemen is nog belangrijker. Dat is  het dikke ijs dat zomer en winter blijft. Dat dikke ijs is bijvoorbeeld belangrijk voor walrussen en ijsberen. Het is een cruciaal onderdeel van hun jachtomgeving.

Een van de meer alarmerende trends is dat het meerjarige ijs in de afgelopen decennia is verdwenen.  In feite is er zeer weinig meerjarig ijs over. Het grootste deel van het ijs dat we nu in het Noordpool gebied zien is het puur seizoensgebonden zee-ijs, het dunne ijs dat met de seizoenen komt en gaat. Dat is niet dik genoeg om bijvoorbeeld de jacht van de  ijsberen te ondersteunen.

Wij zien vergelijkbare trends van verlies met gletsjers. Gletsjers groeien  door accumulatie  van sneeuwval en verliezen ijs door smelten of door directe sublimatie van het ijs in de atmosfeer[2]. De  trend is dat  berggletsjers zich de afgelopen eeuw overal ter wereld in een dramatisch tempo aan het terugtrekken zijn. Waarom? Vooral warmere zomers leiden tot meer ablatie dan de winteraccumulatie.  Veranderingen in neerslag en droogtepatronen zijn daarvoor verantwoordelijk.

De veranderingen in gletsjers zijn echter ook regionaal. Er zijn zelfs enkele regio’s waar de berggletsjers in de afgelopen decennia zijn gegroeid, (zie hieronder).

Het blijken meestal gletsjers te zijn in regio’s dicht bij oceanen. De winters zijn er vrij mild en warm. Door de opwarming van de  Noord-Atlantische Oceaan  bijvoorbeeld krijg je meer sneeuwval in delen van Scandinavië, wat zelfs de verhoogde ablatie in de zomer overtreft. Maar als we de massa van alle gletsjers ter wereld samenvoegen, dan we zien een heel duidelijke dalende wereldwijde trend,  dus ijsverlies. (zie hieronder)

Laten we het nu hebben over de twee grootste gletsjers ter wereld, de continentale Groenlandse en Antarctische ijskappen. Net als bij andere gletsjers hangt de massa af van het evenwicht tussen ophoping en verlies door smelten.

De accumulatie gebeurt vooral in het binnenland van beide landmassa’s, terwijl het smelten en afkalven van ijsmassa  gebeurt waar het ijs bij de warmere oceaan komt (zie onderstaande afbeelding).

In satellietbeelden zien we dat het smelten in de zomer toeneemt, zowel voor de Groenlandse als voor de Antarctische ijskap. Vooral de  laaggelegen West-Antarctische ijskap smelt en draagt substantieel bij ​​aan de stijging van de zeespiegel.

Laten we nu eens kijken naar de geaggregeerde gegevens van satelliet
metingen.  Die tonen ons de globale veranderingen in ijsmassa voor beide continentale ijskappen. We zien nu al dat ze  aanzienlijke hoeveelheden ijs verliezen.  Had je 10 jaar geleden aan de experts gevraagd wanneer ze de huidige afsmelt zien gebeuren, dan hadden ze vermoedelijk gezegd: ‘Ergens vanaf het midden van de 21e eeuw ‘!  De modellen voorspelden  toen dat door de opwarmende oceanen de verwachte verhoogde accumulatie van sneeuw in het centrum van de ijskappen het verhoogde ijsverlies aan de periferie van de ijskappen zou compenseren.

Waarnemingen tonen dat dit niet het geval is omdat we nu al zien wat we pas over 20 à 25 jaar verwacht hadden! (zie afbeeldingen hieronder)

Bv. Antarctica : afsmelten ijs

Samengevat: we zien nu al  voortdurend ijsverlies van ijs uit elk segment van de cryosfeer, van berggletsjer, zee-ijs tot  de continentale ijskappen. Wat zijn de implicaties van dat sneller smeltende ijs dat we nu vaststellen? Dat we sneller geconfronteerd zullen worden met sneller stijgende zeespiegels. Samen met de uitzetting van het opwarmende oceaanwater, zitten de waarnemingen nu al aan de bovengrens van wat we voorzien hadden enkele jaren geleden.


[1] De cryosfeer zijn de gebieden waar water voorkomt in de vorm van sneeuw, permafrost, pakijs of gletsjers. Twee miljard jaar geleden, door afkoeling van de aarde, werd voor het eerst de cryosfeer gevormd.

[2] Dat noemen we ‘ablatie’

Alle afbeeldingen in deze tekst zijn van SDG Academy en Penn State University online cursus ‘Climate Change, the science’ onder creative commons licentie

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

een × drie =