Pieter Leroy (c) Dag van het Klimaatakkoord (verscherpt)

Lieve Julia, mijn lieve kleindochter,

Op 3 november 2022, de Nederlandse “Dag van het Klimaatakkoord” (1) schrijft Pieter Leroy, hoogleraar emeritus Milieu en Beleid aan de Radboud Universiteit, een brief aan zijn pasgeboren kleindochter Julia. Hij las hem ook zelf voor, zoals u onderaan deze pagina kunt zien.

Lieve Julia, mijn lieve kleindochter,

Je bent net geboren, in 2022, 100 jaar na de geboorte van mijn moeder, jouw overgrootmoeder. Je bent naar haar vernoemd. Welkom op planeet aarde!

Ik schrijf je een brief, ouderwets met pen en papier, terwijl je die voorlopig niet kunt lezen. Voorlopig ook niet moét lezen. In 2040 misschien, of in 2050, als een gelukkige jonge vrouw. Mooi vooruitzicht!

Mooi vooruitzicht? Maar: in wat voor wereld ga jij groot worden? Ik zal je niet lastig vallen met alle plagen van Egypte. Mijn brief gaat alleen over klimaat. Dat is genoeg hoop en vrees.

2022

De hete zomer van 2022, je geboortejaar, is in 2040 normaal en in 2050 gemiddeld. Beleidsmakers houden vol dat Europa in 2050 klimaatneutraal is. Ik wens het je van harte toe. Maar er moet nog veel gebeuren. En om wereldwijd binnen die anderhalve graad te blijven, moet er nog veel meer gebeuren. Ingrijpende sociale veranderingen, systeemtransformaties heten die tegenwoordig: een energietransitie, een voedseltransitie, het industriesysteem moet om, het banksysteem… En dat allemaal vóór 2050.

In een recent boek staat dat we de klimaatcrisis in één generatie kunnen oplossen. Technisch, dat weet ik niet. Maar sociaalhistorisch is het een beetje dom. De geschiedenis is niet zo simpel van koers te verleggen, we hebben er ook geen historisch voorbeeld van. En hoezo zou het, na 2 generaties milieubeleid met beperkt succes, in één generatie klimaatbeleid wél goed gaan?

Systeemtransformatie en sociale ongelijkheid

Klinkt dat somber? Lieve Julia, ik hoop van harte dat het lukt, maar ik heb mijn twijfels. Weet je wat die systeemtransformaties vooral in de weg zit? Sociale ongelijkheid. Lokaal en wereldwijd dragen mensen zeer ongelijk bij aan klimaatverandering, zijn ze daar ongelijk aan blootgesteld, hebben ze ongelijke kansen om zich teweer te stellen, en hebben ze ongelijk voor- en nadeel van beleid. Op zoveel ongelijkheid groeit geen steun voor klimaatbeleid, maar onvrede, boosheid en verzet. De gele hesjes, het zal je niets meer zeggen. Het was een opstand van gedupeerden van ondoordacht klimaatbeleid. Minderbedeelde Franse plattelandsbewoners die voor hun inkomen en welzijn afhankelijk zijn van een fossiel aangedreven auto. En voor wie diesel onbetaalbaar werd. Dat leidde tot een opstand.

Lieve Julia, ik koester moraliteit, kennis en kunst als toppunten van menselijke beschaving. Maar sociale verandering komt niet dááruit voort. Verandering ontstaat uit boosheid over duur graan en dure patatten, koude winters en onbetaalbare energie. Dáár komt revolutie van. Politici zijn daar bang voor, dus strooien ze met compensaties, soms ook ondoordacht. Sociale ongelijkheid is ook meer dan inkomen en koopkracht. Systemische ongelijkheid zit in de productieketens van goederen en diensten, van energie, van woningen en van Internet, in de stofstromen van stikstof en plastic. Expertise, eigendom, geld en macht zijn daar zeer ongelijk verdeeld. Dáár loopt anno 2022 het stikstofbeleid op vast: in gesprek met de boeren, ja, maar intussen hult de rest van de keten zich in stilte en systemische onschuld. Net zoals Coca-cola mij vraagt of ik alsjeblief het dopje aan het plastic flesje wil laten. Systeemtransformaties gaan niet lukken met zoveel machtsongelijkheid.

Politiek

Biedt een politieke strategie meer hoop? De roep om een andere democratie was altijd al onderdeel van het groene denken. Nederland kent die buitenparlementaire circuits: rondom controversiële levensbeschouwelijke en sociaaleconomische thema’s. Dat kun je je ook voor klimaat voorstellen. Ook het klimaatvraagstuk gaat immers gauw het sturend vermogen van de democratie te boven.

Het Klimaatakkoord is een voorbeeld. Anno 2050 kun jij beoordelen of het inderdaad meer sturend vermogen heeft opgeleverd. Anno 2022 past het bij 20 jaar delegeren van milieubeleid, met een bijpassende probleemdefinitie, gemodelleerd naar het sociaaleconomisch overleg. Het is dan ook een verdelingsovereenkomst tussen economische actoren, niét tussen politieke actoren.

De burger

Maar kijk, twee politieke actoren zijn een beetje terug: de overheid neemt wat regie in het vervolg van het Klimaatakkoord en de burger maakt een comeback. Macron’s Convention citoyenne sur le climat was een aanstekelijk experiment. Brenninkmeijer (2) en de zijnen hebben keurig opgeschreven onder welke voorwaarden een burgerforum de democratie kan aanvullen.

Dat is prima werk. Maar, lieve Julia, jij en het klimaat verdienen meer. Zeker, een burgerforum kan helpen het klimaatprobleem anders te zien dan in louter termen van CO2-reductie. Het kan politieke ruimte maken voor de energie-armoede van een eenoudergezin in een slecht geïsoleerd huurhuis. Burgers betrekken betekent ongelijkheid erkennen en meerdere probleemdefinities accepteren. Over de politieke invloed van een burgerforum maak ik me geen illusies: de Convention citoyenne stelde onder meer een extra belasting voor technologie-reuzen voor. Zelfs dat kleine transformatie-stapje ging het Elysée te ver. Durft ons politiek leiderschap dat wel aan?

Meer dan een eenmalig burgerforum, wens ik je een bredere en langduriger burgerparticipatie toe, gericht op leren, op meningsvorming, met definities van het klimaatvraagstuk die voor burgers en hun sociale weefsel relevant zijn. Gestuurde maatschappelijke mobilisatie. Mobilisatie levert meer capaciteit, meer vermogen op: the active society van Amitai Etzioni of de energieke samenleving van Maarten Hajer. Mobiliseer en gebruik al die goede wil, moraliteit, kennis en kunstigheid uit de samenleving, van buurtcomités tot energiecoöperatieven. Spreek dat ongebruikte potentieel aan!

Regionale Energiestrategieën

De Regionale Energiestrategieën (3) doen dat al een beetje. Ze mogen opereren in een quasi-regelvrije ruimte, en ze experimenteren leerzaam met burgerparticipatie. Die lessen moeten we geografisch en bestuurlijk opschalen en institutioneel verankeren. Zó kan het verder. Met een Klimaatakkoord dat niet alleen economisch-technologisch is, maar sociale ongelijkheid erkent, politieke gelijkheid koestert en daarmee werkt aan maatschappelijke transformatie.

Lieve Julia, de klimaatcrisis zal ons de komende 20, 50, 100 jaar meer dan parten spelen. Het is een politiek vraagstuk en een politiek waagstuk. Er is geen grand design om het op te lossen, geen simpele strategie die het klimaatbeleid ineens ‘sneller en verder’ doet gaan. Dat is mij te bestuurlijk gedacht. Het politieke karakter van het klimaatvraagstuk méér in plaats van minder erkennen, en het klimaatbeleid maatschappelijk beter doordenken, lijkt mij de beste manier om tegen 2050 verder te komen.

Lieve Julia, hopelijk spreken we elkaar in 2040 nog over deze brief. Tot die tijd en voor ver daarna, wens ik je alle goeds.

Liefs van je opa en – niet vergeten – natuurlijk ook van oma.

Pieter Leroy, hoogleraar emeritus Milieu en Beleid, Radboud Universiteit


(1) In Nederland sloten bedrijven en (overheids-)organisaties in 2019 het Klimaatakkoord over maatregelen om de klimaatdoelen van Parijs 2015 te halen. In het Klimaatakkoord staan afspraken met 5 sectoren: gebouwde omgeving, mobiliteit en transport, industrie, landbouw en landgebruik en elektriciteit. Intussen zijn meer dan 100 organisaties bij het akkoord aangesloten. (terug naar tekst)

(2) Brenninkmeijer was onder meer 12 jaar nationaal ombudsman in Nederland. Hij betoogde dat veel wet- en regelgeving gebaseerd is op wantrouwen t.a.v. de burger. Volgens Brenninkmeijer is echter vrijwel iedere burger ter goeder trouw. Hij deed onder meer onderzoek naar inspraakprocedures bij gemeenten en werkte daarvoor een gedragscode voor decentrale overheden uit. (terug naar tekst)

(3) Een van de afspraken in het Klimaatakkoord is dat 30 energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. Maar ook welke warmtebronnen te gebruiken zijn zodat wijken en gebouwen van het aardgas af kunnen. Waar is ruimte en hoeveel? Zijn de plekken maatschappelijk gezien acceptabel en financieel haalbaar? In een Regionale Energie Strategie (RES) beschrijft elke energieregio haar eigen keuzes. (terug naar tekst)


De auteur las zijn brief ook zelf voor:


Illustratie bovenaan: Pieter Leroy © Dag van het Klimaatakkoord

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

twee × 4 =