ballonmeisje

Luchthaven of vlieg(er)plein ?

De plannen met de luchthaven van Deurne worden door de Grootouders kritisch gevolgd. Een GvK’er, van wie naam en adres bekend zijn bij de redactie, stuurde ons een mooi verhaal. We publiceren het graag.

Om heel eerlijk te zijn, ik ben een fan van het vliegveld van Deurne. Ik heb lang in de buurt ervan gewoond en denk met nostalgie terug aan de sport- en zweefvliegtuigjes die op mooie dagen onze kinderogen naar de hemel trokken of aan de toertjes met de fiets die we op de in de nabijheid gelegen afgedankte startbanen van ‘den Duits’ maakten. Daarenboven vervult het vliegveld in mijn ogen een soort van gegarandeerde buffer tegen de oprukkende stad. Hef de functie op en het hele gebied dreigt – in mijn ogen althans – ten prooi te vallen aan verkaveling en projectontwikkeling. Het is dan ook met enige terughoudendheid dat ik deelnam aan de fietstocht van GvK regio Antwerpen op 3 december 2022 om de situatie van de luchthaven wat beter te leren kennen. Ik heb me nu eenmaal geëngageerd bij GvK en kan dan ook best mijn actieve deelname uiten, voor de toekomst van onze klein-, achterklein- en achterachter­kleinkinderen (en eventueel nog enkele generatie na hen).

De deelname aan de fietstocht en de informatie die daarbij gegeven werd, bleek geen maat voor niets. Ik moest mijn nostalgische beeld uit het verleden ernstig bijstellen. Natuurlijk weet ik ook wel dat de zweefvliegtuigjes er al lang verdwenen zijn, dat er grotere commerciële toestellen landen en opstijgen. Die vliegen trouwens geregeld ook op zwoele zomeravonden met het nodige gedruis over mijn tuin – gelukkige ik, die daarover beschik – in het toch niet vlakbij gelegen Zuid. Dat ook heel wat ‘zakenjets’ gebruik maken van de luchthaven was mij ook wel bekend. Wat er allemaal achter steekt, de talloze (onbekende) commerciële en administratieve vehikels, het gekonkel en de foefelarij – vergelijk het gerust met de dieselgate van Volkswagen – daarover wist ik echter niet zo veel. Dus…

… laat me maar een lijstje maken à la Piet Huisentruyt : wat hebben we die dag geleerd?

Ten eerste – en ik zal niet bij ten derde kunnen stoppen – eigendom en concessie : het terrein van de luchthaven, ongeveer 190 hectare, is mijn en uw eigendom. Het is eigendom van het Vlaamse Gewest en dus van alle Vlamingen waar hun wortels ook mogen liggen. Dat eigendom is in concessie gegeven aan LEM[1] tegen wel heel gunstige voorwaarden: voor een concessie­vergoeding van om en bij de 250 000 euro per jaar[2] terwijl het Gewest alle investeringskosten op zich neemt en eveneens in staat voor de douane- en brandweerdiensten die er nodig zijn. Daar tegenover ontvangt de concessiehouder alle huurinkomsten van de gebouwen en activiteiten die op de terreinen van de concessie liggen zoals daar o.a. zijn ALDI en Kringwinkel, maar ook een baseball-veld en luchtvaart maatschappijen voor privé-jets en weet ik wat nog meer. Ik durf er op wedden dat Dikke Freddy[3] een dergelijke huurovereenkomst voor zijn optrekje met plezier zou ondertekenen.

Ten tweede, bedient de luchthaven naast onrendabele lijnvluchten[4] iedereen die het kan betalen… dus zeker niet de gewone Vlaming (eigenaar van het domein). Er werd een speciale terminal gebouwd waar de sterren van het grote geld, zoals daar zijn stervoetballers van de lokale voetbalploeg, sommige zaken­mensen en anderen die goed in de slappe was zitten, in een luxueuze lounge kunnen zitten wachten tot hun privé-jet komt voorgereden, waarna ze zich – met veel gedruis – naar hun zakenafspraak of misschien vaker nog naar hun optrekje op Ibiza kunnen begeven, zonder zich al te veel te moeten storen aan de eventuele aanwezigheid of bezwaren van het plebs. De oorspronkelijke core business van de luchthaven: rendabele lijnvluchten uitbouwen en echte zakenvluchten organiseren, bleek niet haalbaar. Daarom ligt nu de nadruk op privé-jets en worden ook toeristische vluchten van TUI aange­trokken. Dat is natuur­lijk leuk voor vakantiegangers die niet in de ellenlange rijen moeten aanschuiven in Zaven­tem of Brussels South maar in Deurne vlot en met een vriendelijke glim­lach van het douanepersoneel op het vliegtuig kunnen stappen. Of het de klimaatzaak dient, mensen toch wat vliegschaamte aanpraat of hen bewustmaakt van de ecologische impact van een (te) goedkope vlucht naar hun vakantiebestemming, valt te betwijfelen.

Ten derde: behalve bij de twee categorieën van mensen die hierboven werden vernoemd, is er niet echt vraag naar een heuse luchthaven in Antwerpen. Een vlotte verbinding met Brussels Airport is via het spoor (als er geen staking of vertraging is) of via de autosnelweg (als die niet dicht zit) verzekerd. Dat blijkt uit de poging begin 2000 om via PPS – publiek-private samen­werking – de haven, de industriële ondernemers, de diamentsector en (mogelijk) nog anderen bij het project luchthaven te betrekken. Van het ogenblik dat er geld op tafel moest komen, trokken de private ondernemers zich terug, niet omdat ze de service niet genegen waren, maar omdat het voor hen niet winst­gevend was. Geen geld over de balk gooien is immers het adagium van het bedrijfsleven.

Ten vierde: het vliegveld ligt er al langer dan ik leef, maar in die periode, en vooral de laatste twintig jaar zijn er heel wat ingrepen gedaan zonder de nodige vergunningen of met overtreding van allerhande wetgeving. Zo werd jaren geleden – bij het aanleggen van de tunnel op de ‘militaire baan’ zoals de R11 in Antwerpen ook wel genoemd wordt – de startbaan stiekem met enkele tientallen meters verlengd zodat ze voldeed aan de Europese normen om zwaardere toestellen zoals de Embraeer te kunnen laten landen. Bij het vernieuwen van de startbaan werd die zonder verpinken – en al helemaal zonder vergunning – met enkele decimeters verhoogd. Aan de overkant van de R11 werd een stuk landbouwgrond ingepalmd en omgetoverd tot een RESA (Runway End Safety Area) – uiteraard zonder aanvraag, vergunning of consideratie voor de Belgische en Vlaamse wetgeving. Wie betwijfelt of het echt een RESA is, kan eens gaan kijken en zich afvragen waarom er dan een (niet toegankelijke) serviceweg en een afsluiting rond staat. Al wie een niet vergund tuinhuisje of buitenverblijf heeft, moet dringend eens polshoogte nemen bij LEM om te vragen hoe ze zoiets kunnen fixen. Voor alle duidelijkheid trouwens: die RESA ligt buiten de concessie. Kunnen we dan behalve van bouwovertredingen ook nog spreken van ordinaire diefstal?

Er zijn nog enkele aspecten, zoals vliegtuigjes met loodhoudende benzine (echt!) die staan warm te draaien op enkele tientallen meters van de speelplaats van een lagere school waarover hier niet is gerept. We hebben ook niets gezegd over de CO2-uitstoot van de privé-jets en de grotere toestellen. Evenmin werd er gewag gemaakt van de vele miljoenen die naar onren­da­bele lijn­vluchten en het privé-luchtverkeer van de happy few wordt versluisd, terwijl het openbaar vervoer, in casu De Liijn, gebukt gaat onder onderinvesteringen en bezuinigingen. Maar laat ik het hier maar bij houden.

Het lijkt mij dus gepast dat GvK zich aansluit bij het protest en het bezwaar van het burger­platform Vliegerplein om  de vergunning van de luchthaven te vernieuwen – laat staan hen een eeuwigdurende vergunning te verlenen. PFOS indachtig weten we nu allemaal dat zoiets ecologisch – maar ook economisch, financieel en politiek – een zeer slecht idee is.

Moet het vliegplein weg? Ik blijf een fan van het vliegveld, maar dan met een puur recreatieve functie. Laat het maar opnieuw een vliegplein-annex-park worden zodat het zeker gevrij­waard blijft van speculatie en projectontwikkeling. Dat zoiets niet overbodig is, blijkt uit het feit dat een fameuze hap uit de concessie toch werd getransformeerd tot een ‘bedrijventerrein’. De Vlaamse overheid biedt zeker geen garantie dat er op dat gebied, uit geldnood of om welke andere reden ook, niet aan het statuut van de gronden zou worden geprutst.

Laat de occasionele sportvlieger er maar af en toe opstijgen en landen. Laat het jaarlijkse tweedekkerfestival maar behouden blijven. Perk echter de niet beschikbare ruimte in, zodat naast de start/landingsbaan ook een echt ‘vliegerplein’ kan ontstaan, waarop kinderen naar hartenlust kunnen vliegeren of andere ludieke activiteiten ontwikkelen. In de Esperantowereld is er een Friese folkgroep die zich ‘Kajto’ noemt. (kajto = vlieger, zoek maar op in google trans­late). Ze kozen die naam omdat één van de leden de ervaring had dat hij en zijn vrienden in hun kindertijd niet meer mochten vliegeren omdat dat een gevaar was voor de (militaire) luchtvaart. Een gelijkaardig verhaal hoorde ik ook uit Bretagne.[5] En ook in het bekende boek ‘De Vliegeraar’ van Khaled Hosseini wordt het fenomeen beschreven. Het hoort niet meer dat kinderpret steeds opnieuw moet wijken voor andere minder onschuldige activiteiten of belangen.

Laten we dus als GvK mee onze schouders onder deze eis zetten om zo onze dichtbije wereld, maar ook de hele ruime internationale uitgestrektheid, klimaat-, kind-, veiligheid- en vrede­vrien­delijker te maken.

naam bekend bij de redactie,
5 december 2022,


[1]           LEM – Luchthaven Exploitatie Maatschappij – de privé-partner in het verhaal, Egis, een Franse groep. Daarnaast is er de Luchthaven Ontwikkelings Maatschappij (LOM) – eigenlijk de Vlaamse Overheid die voor de infrastructuur, een deel van het personeel en subsidies zorgt. Het is de moeite waard om eens een vluchtig kijkje te nemen op de website van Egis om te begrijpen wat “sustainable” of “duurzaam” betekent voor de consultants van het grote geld.

[2]           Ter vergelijking: de vastgoedwaarde van de concessie zou ongeveer 115 miljoen euro zijn. (https:­//www.­bond­beter­­leef­­milieu.be/artikel/blootgelegd-32-miljoen-euro-subsidies-voor-verlieslatende-regionale-luchthavens)

[3]           Dikke Freddy, pseudoniem van Erik Vlaminck waarmee hij in De Standaard geregeld sociaal gemoti­veerde ironisch-sarcastische brieven aan Vlaamse en Belgische bewindvoerders publiceert.

[4]             . In de loop der jaren werden allerlei bestemmingen uitgeprobeerd of aangekondigd (o.a. Birmingham, Manchester, Keulen, Munchen, Maribor) die allemaal ofwel werden gestopt ofwel niet eens van de grond kwamen.

[5]           Het is trouwens opvallend hoe ook windturbines op het land te maken krijgen met bezwaren van de luchtvaart, al heb ik me laten vertellen dat die echt niet zo’n groot risico inhouden.

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

17 − vijftien =