betogers dragen leuzen mee voor sociaal klimaatplan

Iedereen mee ?

Dat de strijd tegen de klimaatcrisis en die tegen de armoede elkaar voor de voeten lopen, dat gele hesjes tegen de kar rijden van klimaatactivisten, of andersom: we weten dat het valse tegenstellingen zijn. De duurzaamheidstransitie zal sociaal rechtvaardig zijn, of ze zal niet zijn. Dat en andere inzichten over armoede en klimaat wil ik in deze bijdrage documenteren.

Niemand achterlaten

De boodschap achter de Sustainable Development Goals van de VN is duidelijk: we laten niemand achter. Terecht! Meer dan ooit is die solidariteit met de meest kwetsbaren nodig.

Toch voel ik in die formulering te veel éénrichtingsverkeer. Alsof zij ons – maar wij hén niet nodig hebben?

Juist wél!

In zijn boek Omarm de chaos benadrukt Jan Rotmans meermaals dat we iederéén nodig hebben om het tij te keren richting een duurzame, inclusieve samenleving. Iedereen. Niet morgen, maar nu. Kan het duidelijker?

Kwetsbare groepen in de samenleving

Er bestaan allerlei termen voor kwetsbare groepen in de samenleving: mensen in armoede, mensen aan de onderkant van de samenleving, precaire groepen, kansarmen, de lagere sociale klassen, de zwakkeren in de samenleving…

In feite is het een heterogene groep1 : daklozen, mensen op invaliditeit, mensen die het psychisch moeilijk hebben, chronisch zieken, langdurig werklozen, ouderen met een klein pensioen, vluchtelingen of mensen met een zwaar migratieverhaal, kleine zelfstandigen of boeren die met moeite de eindjes aan elkaar kunnen knopen, maar ook sommige studenten, mensen die een faillissement gehad hebben….

Tegelijk rust een serieus stigma op hen, alsof armoede hun eigen fout is, erger nog, alsof het allemaal profiteurs zijn. Tegenover dat individueel schuldmodel argumenteren veel academici en sociale organisaties echter dat armoede vooral structurele oorzaken heeft. Sociaal werkers op het terrein kunnen dat volmondig bevestigen.

Kinderen die in armoede worden geboren, bouwen in hun eerste levensjaren al een achterstand op die nauwelijks nog te overbruggen is. Het onderwijs dicht die kloof niet, integendeel: nergens ter wereld is de onderwijskloof tussen leerlingen met en zonder migratieachtergrond groter dan in Vlaanderen.

In België gaat het naar schatting om één derde (!) van de bevolking als je iedereen meetelt die in de “gevarenzone” zit aan de rand of net boven de armoedegrens.

Groeiende sociale ongelijkheid: een sluipend gif

Armoede is een probleem op zich, maar de groeiende sociale ongelijkheid is volgens tal van onderzoeken een slechte zaak voor de héle samenleving en niet alleen voor de meest kwetsbaren. Het probleem van een grote sociale ongelijkheid wordt mee veroorzaakt door de toename van het aantal “superrijken” aan de andere kant van de curve.

cover van het boek "de Kansendans"

Opmerkelijk is dat niet enkel de armen slachtoffer zijn van grote inko­mens­onge­lijk­heid: zowat iedereen in de betrokken samen­levingen is slechter af. On­ge­lijk­heid zorgt voor af­stand, minder contact, waardoor er minder ver­trouwen, verenigings­leven en samen­hang is. In gelijkere samen­levingen is er meer ver­trouwen tussen mensen en is het ver­enigings­leven rijker. De angst om niet te vol­doen is er kleiner. De levens­ver­wachting is hoger in landen met meer ge­lijk­heid en de kinder­sterfte is er lager. Er komen minder tiener­zwang­er­schappen voor. Er zijn minder moorden en minder mensen in de gevangenissen. De kansen om op sociaal vlak op te klimmen zijn beter in landen met meer gelijk­heid.2[De kansendans, p. 111]

Het begrip ‘intersectioneel denken’ (of ‘kruispuntdenken’ 3) verheldert hoe sociale ongelijkheid “werkt”. Onze identiteit is eigenlijk de som van een aantal posities die we innemen op “assen” : de as jong-oud, wit-gekleurd, hoogopgeleid-laaggeschoold, allochtoon-autochtoon, man-vrouw, enz. De heersende maatschappelijke norm bepaalt welke de “goede” kant van de as is. Wie zich daar bevindt, zit in een dominante positie, geniet meer macht, heeft de neiging zich superieur te voelen, heeft meer privileges en voordelen dan wie aan de “verkeerde” kant zit: die behoort tot een minderheid, riskeert achterstelling, discriminatie, uitsluiting en soms zelfs vervolging, en voelt zich vaak ook tweederangsburger. Op één as in de mindere positie zitten kan al een grote impact hebben, maar we zien dat mensen vaak die ongunstige posities ‘cumuleren’. Wie vrouw is, een hoofddoek draagt, van allochtone origine is, laag opgeleid is en geen Nederlands spreekt zal in onze samenleving bitter weinig kansen krijgen… Meer nog, op die manier komen de sociale grondrechten in het gedrang. Discriminatie aanpakken lukt alleen als met die complexiteit en onderlinge samenhang van die diverse deelidentiteiten rekening gehouden wordt.

Nog meer druk op ongelijkheid door klimaatcrisis

De klimaatcrisis ten goede keren en dus de opwarming van de aarde binnen nauwe perken houden, zal veel geld kosten (al zou niets doen nog veel meer kosten). De gevolgen opvangen (overstromingen, droogtes, bosbranden, klimaatmigraties…) wordt ook een dure zaak. Zo riskeert de klimaatcrisis nog meer druk te zetten op die ongelijkheid, omdat de kosten op de zwakste partijen afgewenteld dreigen te worden.

De meest kwetsbaren riskeren in élke crisis het meest de dupe te zijn. Nochtans is hun ecologische voetafdruk het kleinst en participeren ze het minst in de transitie naar een duurzamer en inclusiever maatschappijmodel.

Zoals Jan Rotmans het zegt: het grootste probleem van de klimaatcrisis gaat over de verdeling van de lasten ervan, zowel tussen rijke en arme landen als tussen rijke en armere bevolkingsgroepen binnen één land.

Als dat klopt, dan moet het vraagstuk van die verdeling voor alle klimaatbewegingen een centraal thema zijn: hoe verdelen we die lasten op een rechtvaardige manier?

“…Door Covid-19 is de klimaatbeweging doordrongen van het feit dat de strijd tegen de vernietiging van de aarde een sociale strijd is. Het is een strijd van indigenous people, tegen racisme, tegen armoede, tegen alles wat inherent fout is aan dit fundamenteel ongelijk systeem. Of zoals António Guterres van de VN het verwoordde: de pandemie is ‘een soort röntgenfoto, die breuken aan het licht brengt in het fragiele skelet van de samenlevingen die we hebben opgebouwd’. Als de klimaatbeweging haar ogen nog niet volledig had geopend, dan kan ze die nu onmogelijk nog sluiten.4[David Huylebroeck, coordinator Climate Express, in SamPol]

Het voelt inderdaad aan als zeer onrechtvaardig: wie het minst verantwoordelijk zijn voor de problemen, riskeren er de meeste lasten van te zullen dragen – terwijl ze juist het minst een stem in het debat hebben.

Lieven De Pril formuleert drie grote knelpunten5 waar we niet langer omheen kunnen: de groeiende sociale ongelijkheid, het polariserend wij-zij denken tussen diverse groepen in de samenleving en de nood aan een ‘sociaal klimaatplan’.

Oplossingen?

We hebben dus twee kwesties op te lossen: (extreme) armoede de wereld uit helpen door de ongelijkheid te reduceren (want er is genoeg voor iedereen), én de participatie van de precaire groepen aan de samenleving (én aan de transitie naar een duurzamer, inclusiever samenleving) bevorderen.

Herverdeling

Als je lasten moet verdelen, is het rechtvaardig om de sterkste schouders de zwaarste lasten te laten dragen. Nu lijkt het wel de omkeerde wereld: hoe rijker je bent, hoe makkelijker het is om de fiscus te ontwijken, om erfrechten te omzeilen, om gelden naar belastingparadijzen te versluizen.

Herverdelen kan via een ingrijpende aanpassing van de fiscaliteit, maar ook innoverende ideeën worden bestudeerd zoals de invoering van een aardegebruiksrecht, of geïndividualiseerde emissierechten, zoals onder meer David Van Reybrouck in zijn Huizinga-lezing 2021 bepleit.6 Ook de mazen in het net van de sociale zekerheid – goddank dat we die hebben – mogen (weer) wat kleiner.

Een reductie van de sociale ongelijkheid komt er niet vanzelf. Macht, invloed en geld gaan hand in hand7. Zelfs wie al miljarden heeft wil blijkbaar toch nog méér. Tegenover de macht van het geld kunnen we in een democratie alleen de macht van het getal stellen.

Maar dan nog: in een cultuur gebaseerd op individualisme gaat het eerder bergaf met de solidariteit met de meest kwetsbaren. We zien integendeel tendensen die de democratie bedreigen en een herverdeling tegenwerken: extremisme, polarisatie, populisme, toenemend wantrouwen in politiek en wetenschap. Angst en onzekerheid leiden makkelijker tot geloof in complotten, fake news, bijgeloof, het zoeken van een zondebok. Mensen trekken zich terug in de eigen kleine kring van gelijkgezinden, maar juist daardoor worden “de anderen” sneller als bedreigend gezien, als “de vijand” – wat tot nog meer spanning, conflict en geweld kan leiden… Tendensen die door de sociale media nog aanzienlijk versterkt worden.

Er is dus véél tegenkracht nodig, sensibilisering maar ook daadkracht en voorbeeldfunctie. Om de impact van de klimaatbeweging te versterken is ook samenwerking en netwerking nodig, niet alleen met andere klimaatactivisten, maar breder rond de driehoek ecologie – democratie – sociale rechtvaardigheid.

Maar er is hoop. Jan Rotmans geeft aan / schrijft dat ondergronds de beweging naar een duurzame, inclusieve samenleving al begonnen is. Zelfs niet meer tegen te houden is, ook al is de weerstand van wie nu de macht heeft en in de oude remedies gelooft, nog bijzonder groot.

Participatie

Hoe kunnen we die hoopvolle ‘ondergrondse’ beweging ondersteunen, zichtbaarder maken, versterken? Hoe geven we de democratie van de toekomst vorm, en hoe zorgen we ervoor dat iedereen, ongeacht afkomst of wat dan ook, er op een evenwaardige manier aan kan participeren?

Rotmans geeft aan / wijst erop dat het een gezamenlijke inspanning moet zijn van burgers, overheid en bedrijfsleven. Zeker. Maar blijkbaar moeten de impulsen toch van burgerbewegingen komen, want het is wel duidelijk dat de politiek te laat, te traag en te weifelend reageert, en het bedrijfsleven zich vooral noodgedwongen aanpast (al zijn er uitzonderingen).

Het is voor de diverse klimaatbewegingen die ons land telt al een hele uitdaging hoe ze hun boodschap kunnen uitdragen naar het beleid én de brede bevolking.

Hoe daarbij de meest kwetsbaren betrekken – en alle anderen die zich niet meer gehoord of vertegenwoordigd voelen en zich daarom afkeren van de democratie – is een nog groter vraagstuk.

We kunnen wel vandaag al zorgen voor kleur en diversiteit bij al wie bezig is rond ecologische duurzaamheid, democratie en sociale rechtvaardigheid. Het lijkt me een bijzonder belangrijk aandachtspunt, waar heel specifiek over moet nagedacht en gewerkt worden. Hierbij kan de theorie van het kruispuntdenken ons van nut zijn.

Wij, die doorgaans wit zijn, hoogopgeleid en tot de middenklasse behoren, zullen daarbij wel moeten leren onze privileges in vraag stellen alsook ons vaak onbewust superioriteitsgevoel ten opzichte van – onder meer – andere culturen of zogenaamd “lagere” sociale klassen.We zullen ons bewust moeten worden van onze vooroordelen, zoals het idee dat mensen in armoede niet begaan zouden zijn met de klimaatcrisis.

Een goed begin is echte interesse betonen in hun perspectief en hun leefwereld. Zo blijkt uit een erg degelijk rapport van het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting dat armen wel degelijk een heldere kijk hebben op duurzaamheid.8

En Mamphela Ramphele, huidig covoorzitter van de Club van Rome, wijst er ons fijntjes op dat Afrikanen al heel lang wisten dat er limieten aan de westerse groei waren, en dat in Canada inheemse volkeren bij alles wat ze doen afwegen wat de impact ervan is voor de komende zeven generaties9… Maar ook boeddhisten beseffen al eeuwenlang de hechte interafhankelijkheid van mens, natuur en al wat leeft10.

Eén kleine concrete stap is misschien al de methode van de lege stoel aan de vergadertafel, die de meer kwetsbare groepen in de samenleving vertegenwoordigt, en ons telkens weer bewust maakt dat we iederéén nodig hebben om het tij te keren.

Iedereen. Nu, niet morgen.


1 Zie b.v. Caro Brindts en Lieven De Pril, De kansendans – woede over armoede, uitg. Halewijn 2021, pag 13

2 De kansendans, pag 111

3 Zie bijvoorbeeld: Intersectioneel denken (Ella)

4 David Huylebroeck, coordinator Climate Express, in een artikel in SamPol

5 De Kansendans, pagina 110

6 De Morgen, 13 december 2021

7 Zie b.v. Econoom Jan Eeckhout (door Gie Goris, in MO*)

8 Zie Duurzaamheid en armoede, tweejaarlijks verslag 2018-2019 van het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

9 Artikel in de Morgen van 15 december 2022

10 Zie onder meer: PlumVillage


Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

negentien + vijf =