boomill

Nieuwe vorm van klimaatontkenning : afleiden, verdelen, bagatelliseren

Dit opiniestuk werd geschreven door Pieter Boussemaere, klimaatdocent Vives Hogeschool en gepubliceerd in De Standaard op woensdag 7 april 2021. We nemen dit op onze website over met toestemming.

De harde klimaatontkenning van de fossiele industrie heeft zijn tijd gehad, schrijft Pieter Boussemaere. Ze is vervangen door een vorm die subtieler is, maar daarom niet minder gevaarlijk.

‘Het is charmant dat dat kleine meisje, Greta Thunberg, de wereld wil redden. Ze is formidabel. Maar het is niet meer te keren. Niets zal die tien miljard mensen stoppen die allemaal een modern leven willen leiden.’ Die uitspraak van Sylvain Tesson, een Frans avonturier en gevierd auteur, stond afgelopen weekend in De Standaard der Letteren (DS 3 april). De kans is groot dat u er achteloos aan voorbijging, of instemmend knikte toen u ze las. Maar ze is niet onschuldig. De uitspraak van Tesson is een voorbeeld van wat sommigen omschrijven als soft denial, of zachte ontkenning. Dat is de nieuwe, listige manier om klimaatactie te vertragen. Ze vervangt de oude, harde wetenschapsontkenning die de fossiele industrie decennialang op ons afvuurde.


Karrenvracht aan twijfel

Die harde wetenschapsontkenning nam een hoge vlucht toen de grootste bedrijven uit de olie-, gas- en auto-industrie zich in 1989 verenigden onder de nogal misleidende naam ‘Global Climate Coalition’. Het doel van die groep fossiele multinationals was niet alleen om hun zaak te bepleiten – wat hun goed recht is – maar ook om de klimaatwetenschap zelf aan te vallen. De schouders ophalen en doen alsof er niets meer te redden valt, slaat wetenschappelijk gezien nergens op. Bovendien werkt blinde angst verlammend Hun strategie was simpel: zo veel mogelijk twijfel en verwarring zaaien door voortdurend te hameren op de onzekerheden binnen de klimaat wetenschap, hoe onbeduidend die ook mogen zijn. Zo creëer je de indruk dat de wetenschap er nog niet uit is. En zolang
(pers)mensen dat gevoel hebben, gebeurt er niets. Decennialang spendeerden ze daarom vele honderden miljoenen aan een uitgebreid netwerk van mensen en organisaties die een karrenvracht aan pseudowetenschappelijke spotjes, documentaires, boeken en rapporten produceerden. Ze betaalden politici en wetenschappers, en klimaatwetenschappers die hun nek uitstaken, nagelden ze aan de schandpaal via grote reclameborden en gerichte aanvallen op sociale media. Op geregelde tijdstippen daagden ze klimaatwetenschappers zelfs (tevergeefs) voor de rechter.


Het werkte. Het eerste wereldwijde klimaatakkoord – Parijs, 2015 – kwam er pas 26 jaar later. En tot voor kort betwistte nog bijna de helft van de Amerikanen, een derde van de Nederlanders en een vijfde van de Vlamingen de kernbevindingen van de klimaatwetenschap.


Tribalisme


Vandaag heeft die harde wetenschapsontkenning zijn tijd gehad. Toenemende weersextremen, een boze jeugd, strakke klimaatbeloftes van ’s werelds grootste machtsblokken en reguliere media die niet langer zwichten voor klimaatontkenning, verplichtten de ontkenningsindustrie om het geweer van schouder te veranderen. Klimaatactie vertragen gebeurt subtieler en manifesteert zich nu ook in meerdere hoeken van het politiek-ideologische spectrum: door af te leiden, te verdelen, te bagatelliseren en mee te surfen op wanhoop en doemdenken.
Afleiden gebeurt door bijvoorbeeld windmolens verkeerdelijk voor te stellen als belangrijke vogeldoders, of door te hameren op de relatief kleine milieu-impact van zonnepanelen of elektrische auto’s.
Verdelen gebeurt door te doen alsof we nog een mirakeloplossing zouden nodig hebben in de vorm van bijvoorbeeld (nieuwe) kernenergie. Maar de waarheid is dat alles al voorhanden is, dat het merendeel van de beschikbare oplossingen betaalbaar is en dat je een onafhankelijke energie deskundige die kernenergie op nummer één zet, met een dik vergrootglas moet zoeken. Je pookt er alleen het bestaande tribalisme rond kernenergie mee op.
Bagatelliseren gebeurt door bijvoorbeeld te doen alsof er zoiets zou bestaan als een planetaire noodrem in de vorm van zonnebeheer of het strooien van reflecterende aerosolen (geo-engineering).


Tussen lastig en onmogelijk


Klimaatactie wordt ook vertraagd door doemdenkers als Sylvain Tesson die de klimaatdreiging niet alleen overdrijven, maar ze ook voorstellen als een in wezen verloren zaak, een hopeloze strijd. Let wel, het klopt dat de klimaatopwarming nu al haar tanden laat zien en dat de gevolgen zeer ernstig zullen zijn als we te laat handelen. Maar het is niet zo dat we bij het overschrijden van de anderhalve- of tweegradengrens plots de afgrond in zullen storten, of dat het klimaat systeem bij drie of vier graden opwarming op hol zal slaan (het runaway greenhouse effect).
Je kunt onze situatie het best vergelijken met een mijnenveld betreden. Hoe verder we gaan, hoe meer mijnen er liggen en hoe gevaarlijker het wordt. Maar het omgekeerde geldt ook: hoe sneller we halt houden (lees: stoppen met uitstoten), hoe sneller we aan toenemend gevaar kunnen ontsnappen. Want de uiteindelijke impact van de klimaatopwarming ligt nog volop in onze handen. Elke vermeden hoeveelheid koolstof voorkomt bijkomende schade.
De schouders ophalen en doen alsof er niets meer te redden valt, slaat dus wetenschappelijk gezien nergens op. Bovendien vertellen psychologen ons dat blinde angst vooral demotiveert en verlamt. Dat speelt uiteraard in de kaart van de ontkenningsindustrie, en het bevestigt haar clichébeeld van klimaatactivisten als ‘alarmisten’.
Tot slot: iedere aardbewoner heeft het recht op een modern leven. Maar dat staat – hoe vreemd het voor sommigen misschien ook klinkt – niet in de weg van het tijdig bereiken van een klimaatneutrale wereld. Het maakt dat hoogstens iets lastiger. Gelukkig gaapt er tussen lastig en onmogelijk een wereld van verschil. Een wereld waar we met zijn allen voor moeten blijven vechten.

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

3 + 11 =