Dar-es-Salaam-Gates-AA

Onderweg naar nul

De 65-jarige Bill Gates zegt het zelf op pagina 22 van zijn boek: “Ik kan niet ontkennen dat ik een rijk man met een mening ben.” Beide kloppen. Op de Forbes World’s Billionaires List 2021 staat hij met een vermogen van $124 miljard of wel ‘billion’ in het Engels. Dat is verwarrend want wanneer je ‘billion’ door biljoen gaat vertalen, is de man of vrouw ineens 1000 keer rijker. Hoe dan ook, Bill Gates is rijk.

De medeoprichter van Microsoft staat dit jaar op de vierde plaats van de lijst van de 2674 rijkste personen ter wereld. Drie andere Amerikanen waaronder Amazon pakjesbaas Jef Bezos, die al vier jaar op rij aan de top staat, gaan hem voor. Met zijn allen zijn ze goed voor een vermogen van $13,1 biljoen. Dat is een 1 met twaalf nullen of wel 13.100 miljard.

Ze hebben het afgelopen coronajaar goed geboerd. Hun vermogen is maar liefst $5,1 biljoen meer dan het jaar ervoor. Het vermogen van Bill zelf groeide het afgelopen jaar met $26 miljard. De bedragen van respectievelijk €750 (ongeveer $890 miljard) en $1900 miljard die de EU en Joe Biden willen investeren om ons uit de coronacrisis te halen, steken hier schril tegen af. Je kunt dus concluderen dat het goed gaat met de rijken.

De ‘Black Marble’, de Aarde in de nacht, laat treffend het verschil in toegang tot elektriciteit zien. © NASA

In september 2020 presenteerde Oxfam het rapport Confronting Carbon Inequality, dat in samenwerking met het Stockholm Environment Institute werd gemaakt. In het rapport werden de consumptie-emissies van verschillende inkomensgroepen tussen 1990 en 2015 onderzocht. De conclusie is onder andere:

  • De rijkste 1 procent, ongeveer 63 miljoen mensen, is verantwoordelijk voor 15 procent van de uitstoot van CO2 in deze periode.
  • De rijkste 10 procent, ongeveer 630 miljoen mensen wereldwijd, is verantwoordelijk voor 52 procent ervan.
  • De armste helft van de mensheid, ruim 3 miljard mensen, veroorzaakt slechts 7 procent van de CO2-uitstoot. Dat geeft de kern aan van waar het bij klimaatrechtvaardigheid over gaat.

Klimaatramp

Gates blijft in tegenstelling tot Elon Musk, die twee plaatsen hoger op de Forbes-lijst staat, met beide benen op de grond. Hij wil niet naar de Maan of Mars. Hij stuurde geen rode Tesla de ruimte in naar Mars. Hij spendeert een derde van zijn vermogen aan de Bill & Melinda Gates Foundation, een non-profitorganisatie die armoede, ziekte en ongelijkheid over de hele wereld bestrijdt en het openbaar onderwijs in de VS poogt op te krikken. In de afgelopen twintig jaar heeft de stichting ruim $54 miljard in projecten geïnvesteerd.

In 1975 heeft Bill Gates samen met Paul Allen Microsoft opgericht. Hun droom was, schrijft hij, ‘een computer in elk huis en op elk bureau’. Dat is grotendeels gelukt. De PC waaraan ik werk is er één van. Maar dat betekent niet dat het allemaal vlekkeloos verloopt. Regelmatig mopper ik op Microsoft als de boel na een onverwachte en ongevraagde update, niet meer goed werkt. Microsoft had op 26 augustus 2020 een beurswaarde van $ 1651 miljard.

Veel schoolkinderen maken hun huiswerk bij kaarslicht. © Chloe Johnson (Gates Ventures)

In de eerste twee hoofdstukken van zijn boek Hoe we een Klimaatramp kunnen vermijden, legt hij uit hoe hij in aanraking kwam met het onderwerp. Door zijn werk voor de Gates Foundation liep hij tegen het probleem aan van de energiearmoede in lage-lonen landen. Met zijn vrouw ontmoetten ze vaak kinderen die bij kaarslicht hun huiswerk maken zoals op de eerste zwartwit foto in het boek treffend is te zien.

De echte ommekeer kwam in 2006 toen Microsoft-collega’s hem vertelden dat ze een non-profit onderneming op het gebied van energie en klimaat wilden oprichten. Ze hadden twee klimaatwetenschappers meegenomen naar het gesprek. Toen begreep Bill Gates de paradox. Aan de ene kant zijn er de dramatische gevolgen van het ongebreidelde gebruik van fossiele brandstoffen en aan de andere kant heeft de wereld veel energie nodig om de armen voorspoed te brengen. Maar dat moet dan wel schone energie zijn. Hij leest zich in, vormt een mening die hij niet onder stoelen of banken steekt en gebruikt zijn netwerk om veranderingen op hoog niveau te bewerkstelligen.

Hij denkt als een techneut en is vooral geïnteresseerd in de oplossing van het probleem, dat we overigens al sinds tientallen jaren kennen door gedegen wetenschappelijk onderzoek. Gates vindt dat de wetenschap zich nu vooral moet richten op de oplossingen, om ervoor te zorgen dat we een bijna nette nul-uitstoot van broeikasgassen bereiken, in 2050. Daar gaat zijn boek over.

Dat is duidelijk een lastige opgave, want zoals vissen in het water zwemmen en daaraan gewend zijn, zo zwemmen wij in goedkope energie, opgewekt met fossiele brandstoffen. Vis en mens zijn aan hun leefomgeving gewend, zou je kunnen zeggen. Dat is dan vooral het geval in de rijke landen. ‘Fossiele brandstoffen zijn overal’, ‘olie is goedkoper dan frisdrank’, en ‘de milieuschade die ze veroorzaken wordt niet meegenomen’ schrijft hij in zijn boek.

‘Wat gaat er gebeuren als meer mensen gaan leven als de rijkste 16%?’ vraagt hij zich af. Hier wringt het een beetje in het boek. Duidelijk is dat Gates terecht vindt dat de armen in de lageloonlanden ook een kans moeten krijgen om zich te ontwikkelen en hun levensstandaard te verhogen. Bij ongewijzigd beleid loopt het anders helemaal uit de hand. Een voor de hand liggende conclusie is dat we naar een andere, meer rechtvaardige en duurzame wereld moeten.

Merkwaardig is dat hij dit niet uitwerkt in zijn boek en ook niet kadert in een algemene, mondiale duurzaamheidstransitie. Hij richt zich als vooruitgangsoptimist op nieuwe schone energie en andere grondstoffen. Dan komt de rest blijkbaar vanzelf. Maar of dat wel juist is, is hoogst onzeker. De traag opgang gekomen vaccinatie tegen corona, waarbij arme landen pas op zijn vroegste het volgende jaar over vaccins kunnen beschikken, spreekt boekdelen.

In2050 leeft ongeveer 70% van de mensen in steden, zoals Shenzhen, China. © Wikipedia

Gates gaat uit van een bevolkingsgroei tot tien miljard mensen aan het einde van deze eeuw. De verstedelijking zal nog meer toenemen, wat tot een bouwexplosie zal leiden. Zo komt er elke maand een New York City bij door de groei in Azië en Afrika. In zijn schets van de huidige situatie sluipen controversiële oplossingen regelmatig in de tekst. Dan gaat het over nieuwe, veilige vormen van kernenergie en het toepassen van geo-engineering om CO2 uit de lucht te halen. Daarnaast wijst hij op de trage en moeizame politieke besluitvorming en het gebrek aan politieke wil.

Vijf sectoren

Verhelderend en relativerend is zijn derde hoofdstuk waarin hij ingaat op de kern van het probleem: een jaarlijkse uitstoot van 51 miljard ton broeikasgassen of CO2-equivalenten terugbrengen naar nul in 2050. Hij legt uit dat het niet alleen om energie gaat, maar ook om de dingen die we er mee doen. Dan hebben we het over auto’s, vliegtuigen, huizen, vlees, graan, plastiek, verwarming en verkoeling, windmolens, zonnepanelen, mobiele telefoons, enz.

Je moet twee getallen onthouden: 51 miljard en nul.

Steeds benadert hij de problemen op dezelfde manier: wat is het probleem, hoe is het ontstaan en wat zijn de oplossingen? Hierbij introduceert hij het begrip van de ‘groene meerprijs’. Dat is wat we meer moeten betalen voor een milieuvriendelijke, groene levering van de spullen, zoals energie en beton, die we nodig hebben. Die meerprijs varieert van geval tot geval zoals de hogere kosten van een elektrische in plaats van de benzineauto, en per land. Zo zijn auto’s in België gewoonlijk goedkoper dan in Nederland. Op pagina 78 geeft hij hiervan een handige opsomming.

Vervolgens gaat de auteur in vijf hoofdstukken en in ruim 100 pagina’s in op voor ons cruciale sectoren: het opwekken van stroom, het maken van spullen, het produceren van voedsel, hoe we ons verplaatsen en hoe we het koel en warm houden.

Stuk voor stuk interessante hoofdstukken om te lezen, maar het is wel even doorbijten. Veel rekenwerk en tabellen vragen de aandacht van de lezer. Regelmatig wordt de situatie in de VS geschetst, komen eigen ervaringen tijdens bezoeken aan het buitenland zoals een geothermische centrale op IJsland aan de orde, wordt er reclame gemaakt voor zijn nieuwe bedrijf TerraPower dat zich bezighoudt met kernfusie, waarvan Gates een voorstander is, bespreekt hij de rol van kunstmest en genetische manipulatie voor nieuwe klimaatbestendige gewassen, enz.

Ik heb gemengde gevoelens bij het lezen van die vijf hoofdstukken. Het gaat vooral over de oplossingen die er al zijn en de technologische doorbraken die we nodig hebben. Bij het lezen ervan krijg ik het gevoel dat er iets niet klopt. De wetenschappelijke boodschap is niet nieuw. De duurzaamheids-context ontbreekt te veel. Bill Gates is een ecomodernist in hart en nieren.

Bill Gates op bezoek in het Yara-distributiecentrum voor kunstmest in Dar es Salaam, Tanzania. © Chloe Johnson (Gates Ventures)

Zo beschrijft hij met passie het belang van kunstmest, het wondermiddel van de door hem geprezen Groene Revolutie, voor de arme boeren in Tanzania. Maar over de keerzijde van het gebruik ervan, waarbij in de oceaan steeds meer en grotere, dode zones ontstaan waar bijna niets meer leeft, heeft hij het in het geheel niet. Hierdoor is het een incompleet verhaal.

Voortdurend komt hij terug op wat batterijen wel en niet kunnen. Zo kun je geen Boeing 787 op batterijen laten vliegen omdat die te zwaar wordt, waarmee hij het probleem belachelijk maakt. Maar op andere, relatief goedkope, technologische mogelijkheden zoals iets duurdere motoren, die al bestaan en die vervuiling en opwarming veroorzakende condenssporen of vliegtuigstrepen in de lucht doen verdwijnen, heeft hij het niet.

Geen eenvoudige klus

Bill Gates is er zich van bewust dat het geen eenvoudige klus zal zijn om de nul-uitstoot te realiseren. Alles moet anders. De nadelige gevolgen van de Britse Industriële Revolutie in de afgelopen twee eeuwen, zijn niet alleen gigantisch, maar raken iedereen waar hij of zij ook woont. Het zijn vooral arme mensen, die hieraan weinig hebben bijgedragen, die erdoor worden getroffen. In zijn lezenswaardig boek komt dit regelmatig terug. Dat komt door zijn werk voor en met de Gates Foundation, de grootste particuliere stichting ter wereld. Vandaar ook een reeks aanbevelingen om juist hun positie te verbeteren.

Het is duidelijk dat de overheid hierin een belangrijke rol moet spelen. Hetzelfde geldt voor de door hem zo gewenste innovatie, het wegnemen van risico’s bij het lanceren van nieuwe producten en het stimuleren van nieuwe markten. Eigenlijk is voor elk beleid een klimaattoets nodig. Het is overigens zeer de vraag of de door hem voorgestane toepassing van geo-engineering wel door zo’n klimaattoets komt, zelfs als we geen keus meer hebben. We hebben al genoeg aan de knoppen gezeten zonder ons zorgen te maken over de keerzijde van de ingreep of ontwikkeling. Dat is een verontrustend aspect van zijn boek.

Tenslotte schetst hij de contouren van zijn plan voor de rijke landen om de nul-uitstoot te realiseren. Hierbij moet de lezer wel bedenken dat hij er niet van uitgaat dat er geen uitstoot meer zal zijn. Integendeel, die zal er wel degelijk zijn, maar wordt in een andere wereld direct afgevangen of gecompenseerd door het terugwinnen van CO2 uit de lucht. Volgens Gates is er ‘niets mis met het verbruiken van energie, zolang ze koolstofvrij is’. Voor hem is 2030 een belangrijke tussenstop onderweg naar de nul van 2050. Maar nieuwe gascentrales horen daar niet bij, vanwege de lange terugverdientijd.

‘We kunnen toch moeilijk stoppen met bouwen, eten en ons verplaatsen tot we een oplossing gevonden hebben?

Hij pleit voor een integrale benadering of een systeemaanpak. Maar dat komt in het boek niet goed tot zijn recht. Hoewel hij een warm pleidooi houdt voor publiek-private samenwerking, een multilevel aanpak en innovatie, is er veel aandacht voor de marktwerking. Ook ziet hij veel in de samenwerking van steden en gemeenten die een voortrekkersrol speelden in het Amerika van Trump, die klimaatverandering een leugen noemde.

Mijn eigen ervaring met het opstellen van het nieuwe Energie- en Klimaat plan binnen het burgemeestersconvenant in mijn woonplaats Puurs-Sint-Amands, zijn gemengd. Zo wilde de gemeente het belachelijk lage ambitieniveau van 40% reductie wel aanpassen, maar grote internationale bedrijven zoals Peleman International, Pfizer en Moortgat werken niet mee. Dus zitten we nu met een plan waarin de gemeente wel een hogere ambitie voor zijn eigen instellingen heeft, maar de gemeente als geheel niet. De opstelling van deze multinationals is onbegrijpelijk, arrogant en naïef.

Een dure coronales

In het Nawoord dat hij in november 2020 schreef, gaat Gates in op de coronacrisis. Jaren eerder had hij in een TED-Talk, aandacht gevraagd voor de mogelijkheid van een dergelijke pandemie. De wetenschap was helder en duidelijk: de overheid moest zich voorbereiden, wat ze echter niet deed.

Het gevolg is dat Covid-19 “wereldwijd decennia van vooruitgang op het gebeid van armoede en ziekte teniet heeft gedaan”. Gates is hier duidelijk teleurgesteld. Door niet adequaat te handelen zitten we nu op de blaren. Merkwaardig genoeg blijkt dit nauwelijks uit ons stemgedrag, waar Gates zich ook over verbaast. Daarom moeten mensen, volgens hem, beter geïnformeerd worden. En daarom schreef hij dit interessante boek.

Hij vergelijkt de coronacrisis met de gevolgen van de klimaatverandering. Het valt me op dat hij het woord ‘klimaatcrisis’ niet gebruikt, laat staan ‘klimaatnoodtoestand’. Wel is hij van mening dat de overheid niet alleen naar de wetenschap en klimaatactivisten moet luisteren, maar ook werkelijk iets moet doen. Op de komende Klimaattop in november in Glasgow kunnen ze dat weer laten zien. Slaan we eindelijk echt de weg naar nul in?

Over de lay-out van de publicatie is duidelijk nagedacht. Onder elke titel van de sectorhoofdstukken staat vermeld over hoeveel procent van de 51 miljard ton per jaar het gaat. Heel informatief, maar het is opvallend dat dit bij de aangedragen oplossing niet meer terugkomt. Dit illustreert de onzekerheid en de complexiteit van de ideeën in het boek. Interessant is ook dat je als lezer soms het gevoel krijgt dat je bij Bill Gates himself op bezoek bent. Dat komt door de manier waarop hij je rechtstreeks aanspreekt, met zinnen als “je moet onthouden ….”. Dat vind ik een goeie truc. Al met al een interessant boek van een puissant rijke, filantropische techneut met een duidelijke mening!

Privéjet landt op het Aerodromo Teniente Julio Gallardo, Puerto Natalis, Chili voor een koninklijk bezoek. © auteur

Maar toch. Op dit moment is Gates verwikkeld in de overname van het Britse bedrijf Signature Aviation, de wereldleider in luchtvaartdienstverlening. Op 13 april werd een bod van $4,3 miljard uitgebracht. Het is bekend, dat privéjets 20-40 maal zoveel CO2 per persoon uitstoten dan een commerciële vlucht. Wellicht verklaart dit het unheimische gevoel dat ik, ondanks de vele mooie woorden en plannen, kreeg bij het lezen van zijn boek.

Bill Gates, Hoe we een klimaatramp kunnen vermijden. De oplossingen die er al zijn en de doorbraken die we nodig hebben, Uitgeverij: Hollands Diep, Amsterdam, 288 p. , ISBN 978 90 488 5520 9

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

negentien − zes =