Reinhilde Decleir

Reinhilde Decleir

Waarom topambassadeur?

Ooit zwom ik in de vaart, een kronkelende weg banend tussen de boten. We picknickten in het bos of aan de rand van een watervlakte, waar vissen zwommen tussen waterlelies en moerasplanten. We hollebolden in de weiden met glibberige palingen en pootjebaadden in bochtige beken ,waar we om ter meeste dikkoppen vingen. De meikeverhagen waren niet veilig voor onze jeugdige vangsten.

We volgden in ons televisie-computer-gsm- en iPadloze leven de dans der seizoenen. Seizoenen die toen nog seizoenen waren. De meedogenloze winter met zijn breugheliaanse sneeuwtapijten en bevroren sterren op de ruiten. De prachtig geurende groene lente, die ons als jonge veulens deed verlangen naar die zwoele zomerdagen die af en toe de koelte van een onweer mochten ondergaan, om zo onze neusgaten met de heerlijkste geuren te verwennen. En dan de schoonheid der nazomerse herfstblommen, het kleurrijke afscheid van de zomerse weelde. Het vallen der bladeren die fladderend als vlinders in ons herbarium verdwenen. Wat verlang ik soms naar die tijden. Misschien waren er toen al tekenen van verval, helaas.

Wat me nu zo verwondert, is dat er vele mensen zijn die de natuur niet kennen, in paniek slaan van gras, en niet weten dat de (echte) melk van de koe komt. Zij zullen zich wellicht niet al te zeer  bekommeren om het klimaatgebeuren.

Hierom, en om mijn nostalgische herinneringen, die me doen beseffen hoe wonderlijk onze wereld kan zijn, aanvaard ik het voorstel om topambassadeur te worden van de Grootouders voor het klimaat. Laten we het zo zeggen, ik word de “Moemoe” voor het klimaat.

Mede ook omdat ik wil waken over de kleine mens, dat deze niet het slachtoffer wordt van sommige maatregelen die moeten genomen worden, wat in vele gevallen spijtig genoeg gebeurt.

Om het met L.P.Boon te zeggen: ”Schop de mensen een “Klimaat”geweten.”

Ik droom dat onze klein- en klein-klein-kleinkinderen mogen leven in peis en vree, ver van een wereld vol drukte, rook en stank, geweld en doodslag, een wereld die ten onder gaat aan steeds matelozere vervuiling.

Genegen

Reinhilde Decleir