img20210407 - Wereld van verdoken slavernij AA

Sterk pleidooi voor sociale en ecologische rechtvaardigheid – Een wereld van verdoken slavernij

Met dank aan auteur Guido Caerts om zijn bijdrage over Een wereld van verdoken slavernij, gepubliceerd in het tijdschrift Golfslag 2021/1 – maart 2021, te willen delen met de Grootouders voor het Klimaat.

EEN WERELD VAN VERDOKEN SLAVERNIJ

Op weg met Luc Vankrunkelsven naar een
rechtvaardiger en ecologisch verantwoorde wereld

Wie de voorbije weken en maanden trouw het tv-journaal en de aansluitende duidingsprogramma’s heeft gevolgd, moet zich stilaan vooral beslagen voelen in virologie, epidemiologie en vaccinatiestrategieën. Het leek al die tijd wel of covid-19 en de verschillende vormen van lockdown ons hebben opgesloten in een cirkel van nu eens alarmerende, dan weer hoopvolle berichten. Met altijd weer de focus op ons eigen welzijn en de strijd tegen het virus. Alsof de rest van de wereld niet meer bestond, de spectaculaire overgang Trump – Biden niet te na gesproken. Hoog tijd dus om de ramen open te gooien en ons gezichtsveld weer te verruimen.

We nemen daarvoor Luc Vankrunkelsven als gids. Luc is norbertijn extra muros (1) en sinds begin jaren ’90 geëngageerd in WERVEL, ‘Werkgroep voor een rechtvaardige en verantwoorde landbouw’, in 2018 omgedoopt tot ‘Beweging voor een gezonde landbouw’. Al van kindsbeen af is hij gefascineerd door de inheemse volkeren van Brazilië die hij tot 2002, ook in zijn boeken, nog ‘indianen’ noemde. In 2000 trok hij enkele maanden door Brazilië om nader kennis te maken met het land en zijn bewoners met wie hij zich altijd intuïtief verwant had gevoeld. Hij keerde er met de regelmaat van een klok terug. Tussen 2003 en 2008 ging hij er zelfs parttime wonen en werken. Over zijn wedervaren bij het doorkruisen van dit uitgestrekte stuk Zuid-Amerika schreef hij nu al een tiental boeken. Twee ervan rolden eind 2020 van de pers: ‘Een wereld van verdoken slavernij – Impressies onderweg’ en ‘Voeten in Braziliaanse aarde – Zoektocht naar en met de oorspronkelijke volkeren’.(2)

De spirituele inspiratie voor zijn werk vond Luc Vankrunkelsven bij de destijds legendarische dom Hélder Câmara. Ook dominicaan (niet-priester) Frei Betto en de bevrijdingstheologen Leonardo Boff, Marcelo Barros en José Comblin toonden hem de weg. Veel van de basisgroepen waarmee hij nu zijn expertise deelt, waren oorspronkelijk gelinkt aan de bevrijdingstheologie. Sindsdien is de situatie echter gekeerd. Veel sociale bewegingen met christelijke wortels, voelen zich vandaag door de kerk verlaten, omdat die met andere dingen bezig is. Kiezen voor de armen en bevrijding is zeker geen hoofdstroom meer.

In die context was het aantreden van paus Franciscus een lichtpunt. Vankrunkelsven laat niet na dit te benadrukken. Hij citeert onder meer uit de boodschap van de paus ter gelegenheid van de 48ste Wereldvredesdag in 2015: … Alhoewel de internationale gemeenschap vele akkoorden heeft afgesloten om een einde te maken aan slavernij in al zijn vormen, zijn vandaag nog miljoenen personen – kinderen, mannen en vrouwen van alle leeftijden – van hun vrijheid beroofd en worden zij verplicht te leven in omstandigheden die op die van slavernij lijken. Over hoeveel mensen het precies gaat is moeilijk te achterhalen, maar recente studies schatten hun aantal wereldwijd op zo’n 40 miljoen.

Een slavenmaatschappij

Vankrunkelsven maakt deze algemene vaststelling concreet in Brazilië. Hij verwijst naar socioloog Jessé Souza, die in zijn laatste boek De midden-klasse in de spiegel (2018) (3) stelt dat de Braziliaanse maatschappij ten diepste nog een slavenmaatschappij is, met 20% middenklassers die meedoen met de heel beperkte elite, de bezittende klasse, en 80% uitgeslotenen. Zo’n 800 (achthonderd!) mensen bepalen wat er in en met het land gebeurt. Corruptie is alomtegenwoordig, maar wordt alleen als wapen gebruikt om presidenten die de welvaart willen herverdelen, ten val te brengen.

Illustratie: Davi Lucas München de Carvalho

Souza maakt een onderscheid tussen de hogere en de lagere middenklasse. De hogere voelt zich thuis in het internationale financiële kapitalisme en vereenzelvigt zich met de elite zonder er zelf deel van uit te maken. De lagere middenklasse zit met de constante schrik om terug te vallen tot de 80% uitgeslotenen. Die laatsten staan voor ‘niet-wit’ – de 50 tinten bruin en zwart die kenmerkend zijn voor Brazilië – en voor handenarbeid. Op handenarbeid wordt neergekeken, want dat is/was voor slaven. Daar wil de lagere middenklasse niet mee vereenzelvigd worden. Dat resulteert bij verkiezingen deels in kiezen voor links – denk aan de voormalige presidenten Lula en Dilma Rousseff – maar evenzeer in een grote gevoeligheid voor fascistische kandidaten. De laatste jaren is er in het land een onderstroom in de samenleving die naar dictatuur neigt. In 2018 heeft zich dat gemanifesteerd in de verkiezingsoverwinning van Bolsonaro, ook wel eens de Zuid-Amerikaanse ‘Trump’ genoemd.

Inheemse volkeren

De Braziliaanse middenklasse,” schrijft Souza, “is niet geëmotioneerd bij de dood of zelfs het uitroeien van duizenden armen, die gezien worden als ‘minderwaardige mensen’. Daarmee zijn we bij een thema beland dat voor Luc Vankrunkelsven een kernopdracht is geworden: de bescherming van de inheemse volkeren die in hun traditionele levenswijze almaar meer bedreigd worden door een wild om zich heen grijpend economisch model dat enkel mateloos winstbejag voor ogen heeft. En dat hoge bescherming geniet in het land.

Illustratie: Julia Sanches Pereira

Het Braziliaanse parlement wordt gedomineerd door de drie B’s: de Biblia, de conservatieve pinksterkerken die veel vertegenwoordigers hebben in het parlement, de Bala, de wapenindustrie, en de Boi, het rund dat symbool staat voor de agro-industrie. Vankrunkelsven ziet met lede ogen aan hoe een heel rijk land erop achteruitgaat, hoe de natuur wordt kapotgemaakt en hoe de armen worden gemarginaliseerd. Daarover wil hij schrijven en spreken, zowel hier bij ons als in Brazilië waar zijn teksten worden opgenomen op websites en zijn boeken in vertaling de weg vinden naar universiteiten en sociaal gerichte organisaties. Het stemt hem, ondanks alles, hoopvol dat inheemse volkeren een voortrekkersrol spelen in het verzet.

Brazilië telt 305 inheemse volkeren, die 274 verschillende talen spreken. Alleen al in de Cerrado, een immens savannegebied, zijn er 216 territoria van autochtone volkeren, verdeeld over 83 verschillende etnieën. Daarbij zijn er ook nog de quilombolas – gemeenschappen van afstammelingen van gevluchte slaven – de cablocos – een eeuwenoude mengcultuur die is ontstaan uit de ‘ontmoeting’ tussen de binnenvallende Portugezen en de inheemse bevolking – de riviervolkeren enzovoort.

Illustratie: Julia Sanches Pereira

In zijn boek Een wereld van verdoken slavernij – Impressies onderweg schetst Luc Vankrunkelsven de vele bedreigingen voor het welbevinden en zelfs het voortbestaan van de traditionele inheemse bevolking van Brazilië.
Hij doet dat niet als een observerende buitenstaander, maar als een geïnteresseerde en betrokken medestrijder. Hij is de gringo, de buitenlander, die zich hun lot aantrekt en daardoor ook recht van spreken heeft op de vele bijeenkomsten en congressen die aan de basis worden georganiseerd.

Territorium versus grondbezit

Traditionele gemeenschappen denken niet in afgebakende gronden, maar in territoria. Het idee dat grond kan gekocht en verkocht worden, heeft geen plaats in hun wereldbeeld. Een territorium is voor hen een ecosysteem, een ruimte waar een veelvormigheid aan leven is en waar de mens, zijn cultuur en zijn gemeenschappen een onderdeel van zijn. De pogingen om die territoria in kaart te brengen zijn vrij recent en staan nog in hun kinderschoenen. Het gevolg is dat vele inheemse volkeren geen juridische bescherming hebben en niet kunnen terugvallen op een cartografisch systeem dat hun recht op wonen en werken in hun traditioneel territorium garandeert.

Zo vallen ze gemakkelijk ten prooi aan zogenaamde grileiros die met vervalste documenten doen alsof gronden waar niemand woont, van hen zijn. Ze hebben hun bijnaam te danken aan een beproefde techniek waarbij ze valse documenten in een doos met sprinkhanen (grilos) stoppen, om zo de indruk te wekken dat het om heel oude eigendomsakten gaat.

Illustratie: Victor Correira da Silva

De overheid werkt gretig mee met deze corrupte manier om gronden te verwerven. De documenten worden probleemloos geregistreerd. Lokale gemeenschappen kunnen zo van de ene dag op de andere omgeven zijn door een immens gebied dat eigendom is van een grootgrondbezitter.

Megasojacultuur

Dan kan de klassieke cyclus van natuurvernietiging beginnen. De ‘eigenaars’ hebben immers maar één doel: geldgewin. Dat ligt onder meer voor het rapen met de sojacultuur. Om daartoe te komen hanteren ze een perverse strategie: eerst het goede hout van diverse inheemse boomsoorten weghalen en illegaal verkopen; dan het gebied in brand steken; gras zaaien voor koeien; een fazenda (boerderij) inplanten; na de koeien komt de soja. Resultaat: gemeenschappen die al eeuwenlang in verbondenheid met de natuur leven in een gediversifieerde omgeving, raken in een tijdspanne van enkele jaren ingesloten door een onoverzichtelijke zee van sojavelden. Vaak worden ze weggepest of met geweld verdreven naar de favela’s van de grootsteden, waar ze geen werk en geen inkomen hebben en dus vervallen in uitzichtloze armoede.

De megasojacultuur die almaar verder om zich heen grijpt in Brazilië, is in grote mate bestemd voor de veestapel in Europa en China. Daarvoor moeten ook nog eens havens aangelegd voor schepen die het dierenvoer over de oceanen op hun bestemming moeten brengen. Het spoor van vernielde natuur loopt parallel met een petroleumspoor van tractors, boomzagen, houttransporten, scheepsladingen van en naar de havens, en het extreem vervuilend vrachtvervoer met reusachtige zeeschepen. En dat allemaal om een welstellend deel van de wereld overmatig van vlees te voorzien.

De boeken van Vankrunkelsven zijn een aanklacht tegen een voedselproductie die beheerst wordt door de agro-industrie en die gebaseerd is op een ontspoord consumptiemodel in een beperkt deel van de wereld. Een model dat ook in ons eigen land de landbouw ontwricht en de nog resterende landbouwers almaar verder drijft in de nefaste spiraal van ‘nog meer, nog groter’. Niet toevallig kwam ook hier recent nog de negatieve impact op landschap en omgeving van een voor ons nieuw fenomeen, de megastallen, in het nieuws. Vankrunkelsven verwijst naar een vergelijking die Ghandi ooit maakte in de context van het door Groot-Brittannië gekoloniseerde India: God verhoede dat India ooit op westerse wijze gaat industrialiseren. Het economisch imperialisme van één klein eiland-koninkrijk houdt de wereld vandaag in ketens gevangen. Als een heel land van 300 miljoen inwoners tot eenzelfde soort economische uitbuiting zou overgaan, zou het als sprinkhanen de wereld kaalvreten. Ghandi besefte, voegt Vankrunkelsven er aan toe, dat koloniaal of geglobaliseerd kapitalisme een van de grondoorzaken was van een in zijn tijd beginnende ecologische crisis. De tragische gevolgen zijn vandaag helaas almaar duidelijker aan het worden. Niet in het minst trouwens in India zelf, waar de kleine boeren recent nog in opstand zijn gekomen tegen de grootschalige landbouwplannen van huidig eerste minister Modi. Ook hij wil het alom gekende megabusinessmodel toegepast zien op het Indiase platteland. Met de voorspelbare tragische gevolgen zoals we die in Brazilië vandaag kunnen vaststellen.

Pesticiden

Een van de effecten van de oprukkende agro-business is dat traditionele volkeren hun eigen gevarieerde voedingspatronen niet meer kunnen aanhouden en overschakelen op het industriële voedsel van de supermarkten. Tot grote tevredenheid uiteraard van de internationale voedselindustrie. Daardoor is zwaarlijvigheid de laatste jaren sterk toegenomen in Brazilië. Een mooi voorbeeld van het gezegde: Eerst verandert men de voeding van mensen, daarna verandert de voeding de mensen.

Tegelijkertijd is kanker de eerste doodsoorzaak geworden. Dat hoeft niet te verwonderen als je ziet hoe dit land met landbouwgif omgaat. Het Braziliaanse pesticideprobleem, schrijft Vankrunkelsven, is een kwestie van meer, meer, meer. De Braziliaanse boer mag niet alleen middelen gebruiken die bij ons verboden zijn, maar ook véél méér van die middelen. Er mag bovendien aanzienlijk meer residu van giftige stoffen achterblijven op het eindproduct dan in de EU. Zo mogen er in Brazilië 250 keer meer resten van gif gevonden worden op broccoli dan in de EU. Voor bonen, nochtans basisvoedsel voor gewone Brazilianen, is dat 400 keer meer, in drinkwater 300 keer meer …!

Illustratie: Helem Silva da Costa

Daarbij komt dat de reglementering voor het sproeien met toxische producten de laatste jaren nog is versoepeld. Tractoren die gif spuiten, moeten minder afstand houden van waterbronnen, beken en woningen. Idem voor het sproeien met vliegtuigen. Er zijn aantoonbare bewijzen van sproeivliegtuigen die over een inheems dorp vliegen zonder de spuitmachine af te zetten. Sproeien vanuit een vliegtuig is zo al een kwalijke zaak. Er is weinig wind nodig om het gif uit de bedoelde richting te duwen. De erg tolerante regelgeving voor het gebruik van wat met een eufemisme ‘gewas-beschermers’ wordt genoemd, heeft voor gevolg dat waterlopen en rivieren te veel giftige bestanddelen meevoeren doorheen belangrijke natuur-gebieden. En uiteindelijk komt heel dat ongezond goedje in de oceanen terecht.

Het cynische is dat Europa met zijn strenge regelgeving voor toxische producten binnen de eigen grenzen, gretig meespeelt in dit verhaal. Het Zwitserse Syngenta en de Duitse bedrijven Bayer en BASF zijn in Brazilië grootleveranciers van wat bij ons verboden is. Als Europa een klaagzang aanheft over de branden en de ontbossing in het Amazonewoud, wordt er nooit bij verteld dat bedrijven en banken van bij ons daar een aandeel in hebben. Ze investeren ginds in zogenaamde ‘duurzame ontwikkeling’. Wat concreet neerkomt op de aanleg van havens en de ontsluiting van ondoordringbare natuurgebieden voor mijnontginning en … de onvermijdelijke sojacultuur. Uiteindelijk gaat het om ertsen waar ‘wij’ behoefte aan hebben, en om soja voor ‘onze’ dieren, voor ‘ons’ vlees, voor wat er op ‘ons’ bord komt, residu’s van giftige producten inbegrepen.

Klimaatdoelstellingen

Naast zijn betrokkenheid en zijn activisme voor de inheemse volkeren van Brazilië is Luc Vankrunkelsven in eigen land ook ambassadeur van de beweging Grootouders voor het Klimaat. Ondanks het feit dat hij zelf geen kinderen heeft, voelt hij zich mee verantwoordelijk voor de toekomstige generaties op deze planeet, waarvan hij meer dan wie ook beseft dat die niet onuitputtelijk is. Van zijn engagement voor een andere landbouw en een ander voedselbeleid heeft hij zijn levenswerk gemaakt.

Illustratie: Elencristina Schneider

Je kan inderdaad moeilijk ontkennen dat het huidige landbouwsysteem met het intercontinentaal verslepen van voedsel en veevoeder-grondstoffen een belangrijk deel is van het klimaat-probleem. Een van de grote uitdagingen voor de 21ste eeuw, schrijft Vankrunkelsven, is hoe wij ons gaan verhouden tot eiwitten. Gaan we ons blijven voeden met te veel dierlijke eiwitten of gaan we meer plantaardige eiwitten rechtstreeks tot ons nemen? Het klimaat begint op de akkers. De verandering ligt op ons bord. De slogan denk globaal, eet lokaal sluit daarbij aan.

De boeken van Vankrunkelsven zijn inderdaad niet alleen een aanklacht tegen wat er in Brazilië gebeurt. Ze drukken ons ook met de neus op ons eigen consumptiegedrag. Brazilië is samen met de Verenigde Staten de grootste exporteur van soja, terwijl Europa en China de grootste importeurs zijn. De grootschalige destructie van uitheemse natuurgebieden lijkt op het eerste gezicht een ver-van-ons-bed-show, maar in werkelijkheid zijn we er nauw bij betrokken.

Europese consumptiegewoonten en met name het overmatig eten van vlees voeden de vraag naar soja, en dragen zo bij tot de vernietiging van levens-belangrijke ecosystemen in de wereld. Het is dus te simpel om over de klimaatverandering te spreken in termen van ‘de goeden’ en ‘de slechten’. De almacht van de agro- en voedselindustrie is vandaag zo vanzelfsprekend geworden dat we er niet meer bij stilstaan. Wat weet een doorsnee consument nog over het radertje dat hij in beweging houdt bij het kopen van een kilo stoofvlees in de supermarkt? Als we ons daar niet meer bewust van worden en ons consumptiegedrag niet aanpassen, spelen we gewoon mee in het spel van multinationale bedrijven die ons welvaartspeil almaar verder oprekken ten koste van onzichtbaar gehouden slachtoffers: inheemse en traditionele volkeren, landbouw op mensenmaat, levens-noodzakelijke ecosystemen, de groeiende groep kanker- en obesitas-patiënten.

In een land als Brazilië worden de verwoestende effecten van het geglobaliseerd landbouw- en voedselbeleid schaamteloos zichtbaar. Hoe kunnen ze hier ooit de klimaatdoelstellingen halen met meer dan 200 miljoen methaan uitstotende runderen, met honderdduizenden vuurhaarden per jaar, met chronische ontbossing voor petroleum-landbouw, met miljoenen hectaren monocultuur voor de export richting Europa en China …? Je zou voor minder uit de klimaatakkoorden van Parijs stappen, ook zonder Bolsonaro!

Cerrado
Een van de ecosystemen die Vankrunkelsven na aan het hart liggen, is de Cerrado, een gebied met een savanneachtige vegetatie dat zich uitstrekt over 2 miljoen km², een vierde van de oppervlakte van Brazilië. De Cerrado, bij ons minder bekend dan het Amazonewoud, kan je het best omschrijven als een omgekeerd woud met 2/3de aan biomassa onder de grond en 1/3de zichtbaar in het landschap. De Cerrado is een van de 25 biodiversiteits-hotspots in de wereld, met 4800 unieke planten- en gewervelde diersoorten. Het gebied is ook cruciaal voor de watervoorziening: zes grote grondwater-reservoirs zijn ervan afhankelijk voor hun watertoevoer, waarmee grootsteden als Brasília, Rio de Janeiro en São Paulo worden bevoorraad.

Illustratie: Carla Beatriz Franco Ruschmann

De oorspronkelijke vegetatie van de Cerrado verdwijnt echter op grote schaal. Al 54% van het gebied is ontbost – tegen 20% in het Amazonewoud.
De oorzaak kan je al raden: de almaar groeiende toename van sojateelten en van weilanden waarop vee te grazen wordt gezet. Als de bomen, struiken en oorspronkelijke grassen verdwijnen, zijn er geen diepe wortels meer waarlangs het regenwater kan infiltreren. Gevolg is dat de waterreserves sterk slinken, waardoor belangrijke rivieren en Braziliaanse grootsteden met een tekort aan water kampen. Bovendien zorgt de grootschalige ontbossing voor een verminderde koolstofopslag en voor de verstoring van de regenpatronen. De natuurlijke cyclus van watervoorziening wordt zo ontregeld, met alle gevolgen van dien. En dan hebben we het nog niet over de bosproducten die verloren gaan voor de lokale gemeenschappen en over de nadelige gevolgen van het overmatig gebruik van pesticiden.

De Cerrado staat zo symbool voor het systematisch uitputten van de natuurlijke rijkdommen van onze planeet door internationale kapitaal-krachtige bedrijven die maximaal profiteren van het almaar groeiend consumentisme in de rijkere delen van de wereld. Van de lokale autoriteiten krijgen zij een vrijgeleide en ook internationaal wordt hen geen strobreed in de weg gelegd. It’s the economy, stupid.

Spiritualiteit

In zijn strijd voor en met de inheemse volkeren van Brazilië is Vankrunkelsven altijd trouw gebleven aan zijn spirituele roots, al hebben die met de jaren een transreligieuze dimensie gekregen. Spiritualiteit heeft immers ook te maken met verbinding voelen met alles wat leeft, met respect en bewondering voor de geheimen van de natuur, met het besef dat we een klein onderdeel zijn van een gigantisch complex ecosysteem. Natuurvolkeren gaan ons hierin voor. Dit soort spiritualiteit is perfect te combineren met een wetenschappelijke kijk op mens en natuur. Wie zich verbonden voelt, is niet alleen gelukkiger, maar ook minder geneigd mee te gaan met heersende meningen en tendensen zoals een ongebreideld consumentisme. Spiritualiteit is zo dus ook goed voor de planeet.

Het spreekt voor zich dat Luc Vankrunkelsven vanuit deze benadering met meer dan gewone interesse heeft uitgekeken naar de Amazonesynode die van 6 tot 27 oktober 2019 in Rome werd gehouden. (4) Hij citeert letterlijk uit het slotdocument: De zoektocht van de inheemse volkeren van het Amazonegebied naar een leven in overvloed is concreet gemaakt in wat zij ‘goed leven’ noemen, en wordt volledig gerealiseerd in de zaligsprekingen. Het gaat erom in harmonie te leven met zichzelf, met de natuur, met de mens en het Opperwezen, gezien het feit dat er een onderlinge verbondenheid is binnen de hele kosmos, waar niets of niemand van blijft uitgesloten en waarin we een project van een volwaardig leven voor iedereen kunnen smeden.

Of hoe een weg die ooit vertrok bij de bevrijdingstheologie en haar conflicten met Rome, uiteindelijk uitmondt in een project van sociale rechtvaardigheid én ecologie dat door een paus wordt gesteund en naar de wereld uitgedragen. Een sterk teken van echte hoop, trouw aan de voorwaarden van samenleven op aarde en aan de verantwoordelijkheid van ieders geweten.

Guido CAERTS

(1) Op zijn vraag en na overleg met zijn toenmalige abt Koenraad Stappers, liet hij de priesterwijding aan zich voorbijgaan. – (2) Beide werken zijn verschenen bij Dabar-Luyten, Heeswijk. – (3) Het boek is enkel in het Portugees verschenen. – (4) Zie in dit verband ook Eric Manhaeghe: Klimaatverandering – Zonder realisme en moed geen hoop, Golfslag 2020 nr. 1, pp. 64-66.


Het boek ‘Een wereld van verdoken slavernij – Impressies onderweg’ (276 pagina’s) is te verkrijgen bij luc@wervel.be en kost 19 euro (exclusief verzendkosten).
Ook de andere werken van Luc Vankrunkelsven kunnen via dezelfde
weg besteld worden.


Lees ook het interview met Vankrunkelsven in Kerk en Leven, Klapstoel.

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

20 − 6 =