koeienstal

De stikstofcrisis of de nood aan een nieuw milieu- en klimaatvriendelijk landbouwmodel

Ons landbouwmodel ligt deze dagen onder vuur. Zowel in Nederland als Vlaanderen zorgen stikstofakkoorden voor betogingen van landbouwers en zijn bevoegde ministers kop van jut. Maar hoe zit dat nu juist, wat is de stikstofcrisis, wat is NOx, wat is ammoniak en is stikstof ook niet het gevolg van verkeer ? Is het stikstofprobleem eigenlijk ook een klimaatprobleem ? We proberen het in deze bijdrage zo goed mogelijk uit te leggen.

De stikstofcrisis

Vlaanderen heeft net als Nederland te maken met een echte stikstofcrisis. Het gaat dan niet om de hoeveelheid stikstofgas (N2) in de lucht, maar om stikstofverbindingen zoals  stikstofoxiden (NOX) en ammoniak (NH3). Stikstofoxiden worden uitgestoten door het verkeer, de industrie en de verwarming van gebouwen. De uitstoot van ammoniak komt van de landbouwsector, en dan vooral van de intensieve veehouderij.

Stikstofoxiden zorgen er samen met fijn stof voor dat de lucht die we inademen in onze steden en langs drukke verkeerswegen, ongezond is. De concentraties aan NOX worden gemeten door de Vlaamse Milieumaatschappij, maar ook door burger-wetenschappers in het Curieuzeneuzen-project. Verschillende burgerinitiatieven ijveren voor schone lucht, dat wil zeggen voor straten waar minder stikstofoxide of fijn stof – deeltjes blijven hangen.

Een ander probleem is de stikstof die neerslaat op de bodem. Dat heet stikstof-depositie. Hier is de uitstoot van ammoniak via mest uit grote stallen de hoofdoorzaak. Gemiddeld valt in Vlaanderen jaarlijks 23,4 kilogram stikstof neer per hectare. In West-Vlaanderen en de Noorderkempen, waar de hotspots van intensieve veeteelt liggen, loopt dat lokaal op tot meer dan 40 kilogram. Maar ook energieproductie (gascentrales), industrie en het verkeer leveren een bijdrage aan de stikstofdepositie in kwetsbare natuur. Het stikstofbad is vol – in alle sectoren moet er gekozen worden voor minder stikstofuitstoot.

Hoge stikstofconcentraties in de bodem zorgen voor grote problemen in natuurgebieden : door een overmaat aan stikstof verandert de vegetatie en verzuurt de bodem. Je krijgt dan een woekering van brandnetels en bramenstruiken. Die planten groeien heel snel door de grote hoeveelheid stikstof in de grond. En ze verdringen andere plantensoorten en de dieren die daarvan afhankelijk zijn.

Op 25 februari 2021 vernietigde de Raad voor Vergunningsbetwistingen de omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een pluimveehouderij in Kortessem. Op dat moment gaan de poppen aan het dansen. Want dit is een zwaar precedent. Andere soortgelijke arresten kunnen volgen. heel wat investeringsprojecten dreigen stil te vallen. Niet alleen in de landbouw, ook in de bouw, de industrie. De Vlaamse regering raakt het eens over een voorlopig stikstofakkoord. In afwachting van een definitieve regeling voor de PAS (programmatische aanpak stikstof).

In dat akkoord wordt voorzien in een forse vermindering van de uitstoot, vergoedingen voor landbouwers die hun activiteiten stopzetten, een bemestingsstop in kwetsbare natuurgebieden en extra middelen voor natuurherstel. De meeste aandacht gaat naar een reeks “rode” bedrijven die sowieso in 2025 dicht moeten. Het gaat uiteindelijk om 41 bedrijven, maar in de besluitvorming werd zwaar gebikkeld over hoeveel en welke bedrijven effectief zouden moeten stoppen. Waardoor de frustraties hoog opliepen.

De boeren gaan zwaar in het verzet. Het symbool van hun verzet wordt de boerderij van de paters van Averbode. Velen voelen zich bedrogen, omdat ze nog maar pas extra vergunningen kregen en investeringen deden. Minister voor omgeving Zuhal Demir is kop van jut. De discussie is niet nieuw. Ook vroeger al waren er confrontaties met de politiek over mest en stikstof, met Norbert De Batselier of met Vera Dua.

Ook een klimaatprobleem

Het probleem ten gronde is dat de Vlaamse bio-industrie de laatste jaren enorm gegroeid is en dat ondanks het feit dat het al lang duidelijk is dat dit geen duurzaam productiemodel is. In Vlaanderen zijn er momenteel 6,2 miljoen varkens, 2,4  miljoen runderen en 54 miljoen miljoen stuks pluimvee. Een overproductie van vlees, die vooral op export gericht is, maar intussen een bijzonder zware druk legt op ons leefmilieu. En op het klimaat.

Want er is meer dan alleen het stikstofprobleem. De landbouwsector zorgt ook voor de uitstoot van 7,2 miljoen ton CO2 equivalenten of 9% van de Vlaamse broeikasgassen. Vooral de uitstoot van methaan door runderen is een belangrijke factor. Enterische emissies noemt men dat (boeren en scheten van koeien). Ook bij mest van runderen, maar ook van varkens komt veel methaan vrij. En methaan is een veel sterker broeikasgas dan CO2, maar blijft wel minder lang in de lucht. Voor het houden van duizenden dieren in megastallen is ook veel energie nodig. En om deze dieren te voederen is er veel veevoer nodig. En dat wordt o.m. aangevoerd uit het Zuiden : zo bijv. soja uit Zuid-Amerika, waarvoor regenwoud gekapt wordt. De totale klimaatkost van de Vlaamse bio-industrie ligt dus in feite nog veel hoger.

Ook de akkerbouw legt druk op het milieu : door intensief gebruik van pesticiden en kunstmeststoffen (die ook gemaakt worden op basis van fossiele grondstoffen) en door het lachgas (N2O) dat vrijkomt uit de bodem bij akker- en tuinbouw. Van groot belang is ook de hoeveelheid koolstof die wordt opgeslagen in de bodem. Die hoeveelheid koolstof in onze landbouwbodems neemt stelselmatig af.

Dierenleed

De huidige grootschalige vee-industrie is ook dieronwaardig. De industriële productie van vlees leidt tot het systematisch schenden van dierenrechten. Dieren worden gezien als louter productie-eenheden en –grondstoffen. Het gevolg : de dieren in de moderne  vee-industrie kunnen zich niet natuurlijk gedragen, ze zijn ziek en mismaakt, hun weerstand wordt gebroken, zodat ze ten prooi vallen aan besmettelijke ziekten, die dan enkel kunnen beheerst of bedwongen worden door inzet van o.m. veel antibiotica. Of -als het misloopt- door massale afslachtingen. Door de corona-crisis zijn we ons ook sterk bewust geworden van het gevaar van ziekten die van dieren overspringen op mensen (zoönosen). Gaia en andere dierenrechtenorganisaties stellen openlijk de vraag of we niet moeten streven naar een voedselpatroon met meer plantaardige eiwitten en vleesvervangers zodat het massaal houden en slachten van dieren op termijn misschien niet meer nodig is.

Transitie

Niet alleen omwille van het stikstofprobleem, maar ook omwille van de negatieve effecten op het klimaat en omwille van het welzijn van dieren, is dus een grondige omslag nodig in onze veehouderij en in de landbouw in het algemeen. Een transitie noemen we dat. De Duitsers spreken van een “Wende” : naast een “Energiewende”, is er dus ook een “Agrarwende” nodig.

Technische oplossingen volstaan niet

Landbouworganisaties zoals de Boerenbond blijven hopen dat ze de uitstoot van stikstof en broeikasgassen met technische maatregelen onder controle kunnen krijgen. Ze helpen boeren om te investeren in emissiearme stallen. Of ze doen onderzoek naar voederadditieven of nieuwe voeders die voor minder uitstoot zorgen zoals bijv. mengsels van koolzaadschroot en bierdraf. Er wordt ook zwaar ingezet op energiebesparing (bijv. in stallen, maar ook in serres). En ILVO (het Vlaams Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek) onderzoekt ook hoe meer koolstof kan opgeslagen worden in de bodem en wil “carbon farming” stimuleren, landbouwmethoden die zorgen voor meer koolstof in de bodem.

Warme sanering of omschakeling ?

Maar zeker in de intensieve veehouderij, is het probleem dat er teveel geproduceerd wordt, dat er te veel dieren zijn, teveel megastallen en te veel dieren op een veel te kleine oppervlakte. Dan kom je er niet, als je er niet ook voor kiest om de veestapel zelf in te krimpen. De landbouwers

die hun activiteiten stop zetten of verminderen, kunnen daar royaal voor vergoed worden. Dat heet dan een ‘warme sanering’. Vera Dua paste dit als groene minister bevoegd voor landbouw, ooit toe, en met succes. In Nederland is dit deel van de oplossing en wordt daar heel wat geld voor uitgetrokken (25 miljard € tot 2035). En Vlaanderen volgt nu ook met mondjesmaat en trekt 2,3 miljard € uit aan nieuwe middelen van nu tot 2030.

Boeren uitkopen kan een oplossing zijn. Maar het is nog veel beter als we boeren kunnen helpen om om te schakelen naar meer duurzame vormen van landbouw. En die bestaan en maken steeds meer opgang : agro-ecologie bijvoorbeeld, of regeneratieve landbouw, waarbij men uitgaat van gezonde bodems, de helende kracht van de natuur en een evenwichtig gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Boeren kunnen vooral gaan telen of kweken voor de korte keten. Ze kunnen kiezen voor meer plaatselijke, ecologische en plantaardige productie. De Vlaamse en Europese landbouwinvesterings-middelen zouden helemaal in die richting moeten vloeien (bijv. de gelden van het Vlaams Landbouw Investeringsfonds of de middelen in het kader van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid). Landbouw en milieu, landbouw en klimaat kunnen perfect samengaan. Landbouwers kunnen milieubouwers of klimaatbouwers worden…


Illustratie: Christine Ellsay (free via Unsplash), aangepast

2 Antwoorden

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .

15 − twaalf =