Waarom cynici ongelijk hebben en een juist mensbeeld wonderen doet… Doordenkers voor een DoorgroeiDag

De Grootouders voor het Klimaat (GvK) bestaan op 25 januari 2020 één jaar. We willen doorgroeien, stevig doorgroeien, want het is nodig om klimaatonheil te voorkomen. Ja, er is positief nieuws. De secretaris-generaal van de VN Guterres doet wat hij kan. Bedrijven, steden en gemeenten, burgers schieten wakker. Wereldwijd roepen de Klimaatjongeren om actie. Maar Vlaanderen heeft bijzonder vage en beperkte ambities. Een DoorgroeiDag is nodig.

Eén van de bestuursleden van GvK is economist én filosoof. Ter voorbereiding en inspiratie van onze dag schreef Luc Van Overloop dit essay. Zoals steeds kan je onderaan je commentaar kwijt. Vruchtbare lectuur en kom af op vrijdag 8 november naar de Universiteit Antwerpen.

I Mijn stellingen

Voor alle duidelijkheid, ik lijd niet aan zalmzucht, maar ik kies er wel voor tegen de stroom van de huidige tijdsgeest in te gaan. En dit door 2 tegendraadse stellingen aan de lezers en collega’s grootouders voor het klimaat voor te leggen.

De kans dat ik weggezet wordt als een naïeve utopist ken ik, maar laat ik over aan het oordeel van de lezers. Het doel van dit korte essay is om aan de deelnemers aan onze DoorgroeiDag van 8 november 2019 – als opwarmer – enkele fundamentele doordenkers aan te reiken.

Mijn stellingen?

  1. Ik verdedig de stelling dat we als mensheid aan de vooravond staan van een fundamentele en beslissende keuze. Dat die keuze alles te maken heeft met de complexe en gelaagde crisis die de klimaatverstoring op heden verwekt en sterker nog dat het klimaat voor ons – die een heuse transitie wensen – een fameuze bondgenoot is.
  2. Het is tevens mijn innigste overtuiging dat de mens een goede toekomst wacht, en dat die toekomst de vorm zal hebben van een nieuwe beschaving. Mits hij zijn uniek menselijk vermogen om van anderen te leren voluit gebruikt. En mits hij vooral zijn nog opmerkelijker vermogen om goed te zijn ten volle aanwendt. Want beide vermogens zijn evolutionair uitermate nuttig.

Ik wil deze stellingen duidelijk kaderen om misverstanden te vermijden. Ze betekenen niet dat de politieke dimensie van de klimaatkwestie niet van groot belang is. Ze betekent evenmin dat we het klimaat pijnloos kunnen redden.

De stellingen betekenen wel dat een flinke dosis hoogstaand ethisch bewustzijn en actie nodig zal zijn om de noodzakelijke transitie te realiseren. En dat dus een mentale reconversie of grondige verandering in onze geest onontbeerlijk zal zijn om deze klimaatcrisis op te lossen.

M.a.w. de klimaatcrisis vraagt manifest om een ommekeer en ernstige inzet van een voldoende aantal individuele mensen maar vraagt eveneens om collectieve engagementen en systeemverandering, dus om politieke inzet en dus structurele maatregelen en institutionele oplossingen.

Als toelichting wens ik meteen ook duidelijk te maken dat ik het tweemaal met Maarten Boudry oneens ben. Ik geloof niet dat enkel maar technologie het klimaatprobleem zal oplossen. Joris Luyendijk noemt in zijn nieuw boek ‘Hoop’ dergelijke idee trouwens: de technofix. Mijn uitgangspunten betekenen ook niet dat ik niet de confronterende aanpak van Greta Thunberg begrijp. Veel aandacht voor hoop is immers onmisbaar. Maar – om nogmaals Luyendijk te citeren – de grens is heel dun tussen de noodzaak om mensen wakker te schudden, omdat we echt gigantische risico’s aan het nemen zijn met onze planeet versus het psychologisch gegeven dat vele mensen bij een heftige boodschap dreigen af te haken. Een realiteit waar de klimaatbeweging in haar strategische afwegingen ongetwijfeld rekening mee zal moeten houden.

II Waarom de inzet van individuele mensen nodig is

De kracht van een mensbeeld

Met die stelling sta ik niet alleen. De grote enquête die in dit najaar 2019 door De Standaard werd uitgevoerd naar de ideologische opvattingen van academici leverde naast andere deze (voor mijn stelling bemoedigende) dubbele conclusie op: academici zijn veel meer dan de gemiddelde Vlaming bekommerd om het milieu én bijna 3/4 van de academici is van oordeel dat gedragsverandering onontkoombaar is.

De kernvraag is nu welke gedragswijziging we bedoelen. Het gaat in deze om een verandering die steunt op de keuze voor een positief mensbeeld. Omdat een positief mensbeeld mensen én de hoop biedt die motiveert tot een verandering en mensen het vertrouwen geeft om die verandering vol te houden. Een positief mensbeeld draagt in zich het bijzondere vermogen om tot een grondige transitie of ommekeer te komen.

Een positief mensbeeld steunt immers op dé centrale gedachte dat vele mensen van nature goed zijn en een sterke voorkeur hebben om solidair te zijn met andere mensen en ze te helpen. Die opvatting wordt kernachtig uitgedrukt in de titel van het nieuwe en opgemerkte boek van Rutger Bregman ‘Vele mensen deugen’. Merkwaardig maar vele van zijn gedachten sporen sterk met mijn filosofie ter zake.

Het liefst van al zou ik jullie graag uitnodigen in onze leesclub GVK waar we samen dit boek lezen. Ons doel? Lezend en dialogerend kritisch onderzoeken of Bregman al dan niet gelijk heeft. In ieder geval raad ik iedereen met klem aan het boek zelf te lezen en zelf te oordelen. Ik moet me hier immers beperken tot een korte samenvatting van Bregmans’ essay. Hier kan je dit boek bestellen.

Bregman noemt zijn basisidee dat ‘de meeste mensen deugen’ een radicaal idee. Want stelt hij, als we deze idee serieus nemen, dan kan dit inzicht zelfs een revolutie ontketenen. De auteur is sterk overtuigd van zijn stelling. Hij zegt dat hij die kan onderbouwen vanuit heel wat inzichten van nagenoeg ieder vakgebied van de wetenschappen. Hij steunt zijn betoog in ieder geval op diverse vakgebieden (o.m. op de zoölogie, biologie, genetica, evolutionaire antropologie, geschiedenis en vaak op de sociale psychologie). Hij bouwt zijn argumentatie zorgvuldig op, analyseert vlijmscherp allerlei onderzoeken, tegenonderzoeken en zelfs meta-onderzoek of ‘het onderzoek naar de onderzoeken zelf’.

Toch nog enige verduidelijking bij Bergman. Hij nuanceert. Niet alle mensen deugen. Zo maakt hij ernstige kanttekeningen bij de attitudes en opvattingen van machtigen en leiders. Hij noemt de mens geen engel. De mens heeft 2 benen: een goed en kwaad been. Het komt er wel op aan het goede been te trainen: want het draagt zovele mogelijkheden in zich (zie boven). Bregman ziet ook het kwaad in de geschiedenis en onderzoekt daarom ‘waarom ook goede mensen kwaad doen’.

Maar zijn eindconclusie houdt hij overeind. De mens is van nature goed, hij heeft een sterke voorkeur om het goede te doen. En als hij daarin geloofd en bevestigd wordt is hij tot veel bekwaam. Daarom mijn aanbeveling: lees zelf na waarom en hoe Bregman de foute mythe en dus het foute denkbeeld dat de mens van nature slecht en bedorven is, op grond van vele bewijzen weerlegt. Want het is van het grootste strategisch belang – ook voor onze klimaatbeweging – om via bevestiging van de goedheid van de mens, hem te motiveren tot een daadwerkelijk klimaatactivisme.

Voor zij die twijfelen

Er zijn ongetwijfeld ook mensen die niet geloven in de goedheid van de mens. Onze tijd lijdt aan sociale hypochondrie of doemdenken. We mogen daarom de vraag niet uit de weg gaan waarom vele tijdgenoten helaas de visie van de filosoof Hobbes volgen die van oordeel was dat de mens van nature slecht, hebzuchtig en gewelddadig is, en zij de visie van die andere filosoof Rousseau, die de mens goed noemde, verwerpen?

Daar zijn meerdere redenen voor. De klassieke media focussen vooral op problemen en slecht nieuws. De negatieve perceptie die daardoor dan ontstaat, wordt vervolgens nogal anekdotisch maar vaak fel gevoed door de sociale media. Vooral in welvarende regio’s leidt oververzadiging merkwaardig genoeg tot mentale verzuring. De verwende mens klaagt snel. De burger van nu ontsnapt ook niet aan de manipulatieve kracht van nieuwe of vernieuwde ideologieën. Het neoliberale is dominant aanwezig. Het drijft o.m. op de idee (cf. Adam Smith) dat de burger egoïstisch is en als ieder op de markt zijn eigen belang nastreeft, elkeen daar beter van wordt zgn. door het trickle down effect: de welvaart druppelt neder op de onderste lagen van de bevolking. Een fout idee overigens, onlangs nog verworpen door de … liberale economist Paul De Grauwe.

Vooral ook speelt het tekort aan historisch geheugen en niet het minst ook blindheid voor het zich aftekenen van lange termijn evoluties een nefaste rol. De lezer die lijdt aan een negatief mensbeeld verwijs ik naar het boek dat Hans Röling samen met zijn zoon en schoondochter schreef ‘Feitenkennis, 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt’ en het essay van Johan Norberg,Vooruitgang, Tien redenen om naar de toekomst uit te kijken’ (Uitgeverij Nieuw Amsterdam 2016).

Deze auteurs vertrekken van de interpretatie van een massa statistische gegevens en tonen aan dat op ongeveer alle gebieden van welzijn (honger, gezondheidszorg, onderwijs, geweld enz.) doorheen de geschiedenis (vooral de laatste tijden) de mens er fel op vooruitgegaan is. En dat is goed nieuws want houdt impliciet ook in dat de ethische ondergrens (wat mensen zijn gaan zien als minimale rechten op welvaart en welzijn), in de loop der tijden en nu nog werd opgetrokken. (De lezer die mij daarom verzoekt zal ik een paper van een 50-tal pagina’s toezenden die een samenvatting inhouden van het bewijsmateriaal: stuur een mail naar het gmail-adres (ttz. @gmail.com) van luc.v.overloop).

Blijkbaar heeft de mens het nog niet zo slecht gedaan. Maar er is nog goed nieuws. Een recent groot Brits onderzoek toont aan dat 74% van de mensen, dus een meerderheid zich identificeert met een reeks positieve waarden. Met een korf van waarden zoals behulpzaamheid, eerlijkheid, rechtvaardigheid, samenhorigheid en solidariteit, vrijgevigheid en delen. Dit zelfde onderzoek toont aan de mensen een grote afkeer van agressiviteit en geweld heeft. Bovendien is er de merkwaardige bevinding dat rampen het beste in mensen naar boven halen. Wat relevant is voor de klimaatramp die nu dreigt.

Het klimaat, bondgenoot van goede mensen

De hedendaagse filosoof Bruno Latour schrijft dat wij als mensheid voor de grootste strijd ooit staan. Maar dat het klimaat onze bondgenoot is omdat het klimaat zelf een politieke actor van formaat is geworden. Ik verklaar een en ander nader.

Alle ideeën over mens en natuur zijn aan herziening toe, betoogt Latour. Een nieuw politiek regime dringt zich op. Want een uitzonderlijke gebeurtenis vindt nu in onze tijd plaats. De tot voorheen redelijke stabiele verhouding tussen mens en aarde is uiterst hachelijk geworden. De wereld is niet langer meer het decor waarin de mens handelt. De aarde is van omgeving omgetoverd tot een belangwekkende politieke actor. De aarde is geen voorraadkamer van hulpbronnen meer, maar een uiterst krachtig levend netwerk van vele processen, dat fel reageert. En snel, terwijl de politiek loom is en erg traag. En nog vaak erg ongeïnspireerd bovendien.

Het klimaat heeft als politieke actor een bijzondere macht want deze actor zal op een kritisch moment (en dat komt nabij) een grote mate van onverbiddelijkheid tonen. Het zal de andere politieke spelers ‘als de maat vol is’ confronteren met het kenmerk van de onomkeerbaarheid.

Onlangs zei hierover de topdiplomaat Frans van Daele in de Afspraak: onze wereld was sinds WO II nog nooit zo verstoord als nu. En hij voegde er aan toe dat, als de mens nog te lang wacht met noodzakelijke maatregelen of erger nog het klimaat mismeestert, het klimaat via een zich versterkend proces op hol zal slagen. En niets zal een terugkeer naar vóór dit kritisch punt mogelijk maken. De mensheid zal dan bijgevolg het slachtoffer worden van de onomkeerbaarheid dat het klimaat kenmerkt.

Het gevolg? Dé keuze waar het klimaat ons dan voor stelt is helder: of we maken een grondige transitie door naar een nieuwe, hogere beschaving, of onze huidige beschaving zal imploderen met vele conflicten en pijn tot gevolg. Wie dit niet ziet is blind en vooral onrealistisch – hij ziet de werkelijkheid niet. En beseft evenmin dat de schade van deze implosie zovele malen groter zal zijn dan de kosten om deze instorting tegen te gaan.

Een crisis, en ook deze klimaatcrisis biedt ons ruimte voor nieuwe ongeziene mogelijkheden en ontwikkelingen. En dit op diverse beleidsdomeinen want het klimaat is een cluster van meerdere geopolitieke problemen, o.m. gelieerd met de effecten van de globalisering, de laakbare politiek t.a.v. de migratie, de te grote ongelijkheid, en Europa. Het groeiende populisme en de vele schaduwkanten en de ravages van de globalisering.

En tegenover deze realiteit staan overwegend 2 politieke attitudes. De ene stroming kiest hardnekkig voor een voorwaartse aanpak, ingegeven door een vooruitgangsgeloof dat steunt op een blind geloof in de almacht van de technologie. De andere stroming zoekt de oplossing achterwaarts, gelovend in het heil van oude zekerheden. Helaas zijn beiden gedoemd tot falen als ze geen rekening houden met de Aarde, deze agens met wijdvertakte invloed en uitermate krachtige politieke actor. Het is ons Aardsysteem dat zich fel roert en ons dwingt tot een (r)evolutie.

Dit alles terwijl, merkt Latour op, een groot deel van de politieke en andere elites het ideaal van een gedeelde wereld heeft opgegeven. Net nu we op dit bijzondere scharnierpunt van de geschiedenis, een gemeenschappelijke oriëntatie nodig hebben.

Vooral te onthouden uit deze filosofische benadering is dat het klimaat ons uitdaagt om het ethisch potentieel dat de mensheid in zich draagt te mobiliseren, en dus aan te spreken.

Over het enorm potentieel van de mens

De heersende tijdsgeest is niet gunstig. De mensen worden immers sterk door de neoliberale grondstroom in onze maatschappij gevangen gehouden in het vernauwde bewustzijn van zijn oude brein. Dit bewustzijn wordt overwegend ingevuld door impulsen die wortelen in prikkels en emoties die de prille Homo Sapiens destijds hielp om te overleven. Impulsen die de mens nu nog altijd dienstig is want ze zijn nog altijd aanwezig in ons oude brein.

Met name emoties zoals angst, woede, walging – ondersteund door het hormoon cortisol – hielpen de jonge mens zichzelf als organisme te beschermen. Emoties zoals opwinding, genot gevolgd door bevrediging (gestimuleerd door dopamine) hielpen hem om als zelfstandig organisme stand te houden. De mens wordt vanuit zijn oude brein gekenmerkt door begeerte, hij wordt sterk vanuit hevige behoeften gedreven om gulzig te grijpen naar wat hem omringt. En zijn behoeften zijn oneindig (fluistert de economie hem in, terwijl de middelen ter bevrediging schaars zijn). Hij wil altijd maar meer en meer. Hij verlangt vooral naar wat de anderen in zijn omgeving bezitten. Over de gevolgen daarvan spreek ik verder als ik inzichten aanreik van de Frans-Canadese filosoof Réné Girard.

Het oude brein wordt ook geprikkeld tot het afstoten van andere mensen en het voelen van afkeer ten aanzien van de vreemde andere. Hij ontwikkelt haat. Deze emotie verhindert hem om begrip, laat staan zorg voor de medemens te tonen.

Deze oerinstincten liggen mee aan de basis van de ethische paradox dat de mens het goede dat hij wil, niet doet. En dat hij het kwade dat hij niet wil, toch doet. De aandachtige lezer heeft uiteraard begrepen dat in het oude bewustzijn van de mens de verklaring ligt voor overdadige consumptie, haat tegenover de vreemde en de toenemende polarisatie die onze tijd sterk kenmerkt.

Dit alles was aanvankelijk evolutionair nuttig. De Homo sapiens werd immers gedreven om twee doelen te bereiken, namelijk overleven en zich voortplanten. Deze emoties zijn trouwens tot op vandaag nog dienstig, maar in beperkte mate. We leven immers niet meer in de prehistorie.

De mens heeft – gelukkig maar – een hele evolutie doorgemaakt: zijn ethisch vermogen is doorgerijpt tot een hoger stadium. In het spiltijdperk of de axiale periode (van 800 tot 200 vóór Christus) vonden radicale veranderingen plaats. En dit vooral door vernieuwing in het religieuze en filosofische denken. Naast het monotheïsme in het Midden-Oosten, ontstonden in China het confucianisme en het taoïsme. In India ontsprong het hindoeïsme en het boeddhisme en in Griekenland het rationalisme. Allerlei levensbeschouwelijke stromingen die tot op vandaag mede de basis vormen van de samenleving. Meer over het spiltijdperk of de axiale periode.

Die opmerkelijke ethische sprong voorwaarts had te maken met de ontwikkeling van zijn brein. Naast zijn oude brein ontwikkelde zich (geleidelijk aan) nieuwe neurologische kenmerken. Hij kreeg een nieuw brein. En het is dank zij dit nieuwe brein (o.m. door de neo-cortex) dat zijn ethisch vermogen een sterke evolutie doormaakte, a.h.w. nieuwe ethische sprongen maakte. Om het kernachtig en symbolisch uit te drukken: vroeger overheerste de ethiek van de veelvuldige wraak. Als één lid van de stam werd gedood door een vijand, dan werden – als ontrading – zeven leden van die andere stam gedood. Toen volgde de ethiek van tand om tand, oog om oog. Wraak nemen bleef de regel, maar bleef evenredig. En finaal volgde in Bijbelse taal de ethiek van ‘wie je slaat op de rechterwang, keer die ook de linkerwang aan’. In de moderne psychologie wordt dit niet-complementair gedrag genoemd. Dit proces verliep in wat genoemd wordt het reflexieve axiale bewustzijn.

Door dit axiale bewustzijn ontwikkelde de mens het ethisch vermogen om los te komen van de kortzichtige ik-gedragingen ingegeven door zijn oude brein. Hij leerde die oude emoties en gedragingen te overrulen. Hij werd bekwaam zorg te dragen voor het welzijn van anderen, hij leerde kiezen voor onthechting. Hij leerde geven aan anderen, en daar vreugde in te vinden. Hij ontdekte de kracht van mededogen en begon positieve emoties te koesteren zoals openheid, welwillendheid, mildheid en ruimhartigheid. Hij werd wijs en altruïstisch. En het goede nieuws is dat het axiale bewustzijn van de mens nog lang niet voltooid is. Hij draagt in zich nog een bijzonder en exclusief ethisch potentieel om goed te zijn en goed te doen.

Het is dit ethisch vermogen dat door de klimaatcrisis wordt gemobiliseerd. Het is dank zij zijn enorm ethisch potentieel dat hij klaar en bekwaam is om de omslag te maken naar een nieuwe beschaving. Want merkwaardig, maar wetenschappelijk aangetoond: het is vooral in crisissen en rampen dat de mens zich solidair toont en resoluut kiest voor samenwerking met anderen.

Een nieuwe beschaving zal gekenmerkt worden door o.m. nieuwe individuele en collectieve verhoudingen tussen mensen. Omdat de mens bekwaam is tot onthechting kan hij kiezen voor andere consumptiepatronen. Omdat hij zich meer dan bewust is van de waarden ‘verbondenheid en samenhorigheid’, zal hij als burger mee vorm geven aan een democratie op maat van de toekomst. Hij zal het belang inzien van leven in en met ‘commons’, dit zijn reële en digitale gemeenschappen waarin lenen en samenwerken het nieuwe normaal worden en gemeenschappelijk bezit een hogere prioriteit krijgt t.o.v. privébezit. De nieuwe beschaving zal een appel inhouden om meer te genieten van kunst en cultuur. En aangezien de arbeidsmarkt door robotisering en artificiële intelligentie voor de mens zal inkrimpen zal hij nieuwe zingeving en betekenis vinden in de inzet voor de medemens. Hij zal ontdekken dat diep geluk ligt in zelf-overschrijding en het behoren door een grotere werkelijkheid. Hij zal dan vooral ontdekken wie hij is.

En dit zal gebeuren als we de wijsheid van Anton Tsjechov doorzien en ernstig nemen die zegt: ‘de mens zal beter worden als je hem toont hoe hij is’. Van strategisch belang is daarbij dus om de mens te zeggen dat hij goed is, want niets is sterker dan een positief denkbeeld.

Hopelijk heb ik u als lezer overtuigd, minstens te denken gegeven, dat in deze beslissende tijd het bij uitstek het reflexief axiale bewustzijn van de mens is dat in hoge mate (r)evolutionair nuttig en dus onontbeerlijk is voor de realisatie van een ambitieus klimaatbeleid en de ommekeer die leidt naar een nieuwe beschaving.

De mens heeft – goddank – nog een tweede vermogen dat van groot evolutionair nut is. Een vermogen dat hem als mens nogmaals uniek maakt. De mens is immers bekwaam tot het leren van de anderen. Hij is ‘a social learning machine’, zegt Bregman. Ik kan hierover kort zijn. Het volstaat immers de geschiedenis van de vooruitgang te ‘lezen’ vanaf de Verlichting en de eeuwen die er op volgden tot in onze 21-ste eeuw om te ‘zien’ tot welke gigantische successen dit bijzonder leervermogen van de mens heeft geleid. Dit vermogen zal hij ook in deze dagen erg nodig hebben. O.m. zal sterker dan voorheen moeten ingezet worden op technologie. Zonder toepassing van recente en nieuwe technologieën zal het de mensheid niet lukken om de noodzakelijk transitie te maken waartoe de klimaatverstoringen ons dwingen. Wie het andere, oudere boek van R. Bregman met de toepasselijk titel ‘De geschiedenis van de vooruitgang’ (De Bezige Bij 2013) doorneemt zal hieruit onthouden dat hoop hebben geen dwaze houding is. Dat cynici ongelijk hebben. Het zijn de concreet-utopisten – dit zijn mensen die in de breuklijnen van vandaag de aanzetten vinden om de toekomst beter te maken – die de nieuwe realisten zijn.

Ik vermoed dat de lezer met mijn conclusie kan akkoord gaan, dat de mens een erg belangrijke en onmisbare changemaker is om van de toekomst een duurzame en betere toekomst te maken.

In goed gezelschap

Bij de verdediging van bovenstaande gedachten voel ik me in goed gezelschap. Het is treffend hoe in het laatste decennium vele denkers parallelle inzichten aanbieden. Ik beperk me hier tot een korte toelichting bij drie auteurs.

Ik denk aan Dirk Van Putten (arts en publicist) en Johan Hoebeke (dr. In de biochemie) die het opgemerkte en bemoedigend boek schreven ‘De super samen-werker’. Een ware verademing in een tijdperk waarin cynische machteloosheid veel engagement doodt. Ook zij tonen op wetenschappelijk onderbouwde wijze aan dat de mens niet alleen egocentrisch, xenofoob of oorlogszuchtig is, maar overwegend, van nature en fundamenteel, samenhorig, verbonden en liefdevol is. Zij verdedigen dit solidair mens- en wereldbeeld vanuit o.m. de neurologie, evolutiepsychologie, paleoantropologie en de sociologie.

Een voorbeeld? De architectuur van het menselijk zenuwstelsel is veel meer dan bij andere zoogdieren gericht op de ander. Dit inzicht bevestigt mijn stellingen: de mens beschikt over het neurologisch gereedschap voor sociaal voelen en sociaal gedrag, omdat dit evolutionair nuttig is. Empathisch gedrag rendeert voor de mens in de long run. De auteurs spreken het sociaal darwinisme van Spencer – de sterksten overleven – met betrekking op de mens, tegen. Samenwerking, solidariteit, altruïsme zijn in de mens evolutionair ingeslepen. Deze attitudes zijn doorheen de evolutie geselecteerd omdat ze nodig en voordelig zijn gebleken om te overleven en zich voort te planten. In de wetenschap i.c. de neurologie is het inzicht gegroeid dat de potentiële aanleg voor samenwerking en solidariteit bij de mens manifest groter is dan zijn aanleg voor egoïsme.

Het eminente belang van altruïsme wordt magistraal bewezen in het boek ‘Altruïsme, de kracht van compassie’ van Matthieu Ricard. Deze doctor in de wetenschap en tevens rechterhand van de Dalai Lama werkt op congressen en in persoonlijke contacten samen met vele neurologen en universiteiten over heel de wereld. Op wetenschappelijk rigide wijze laat hij (in zijn 878 pagina’s vuistdikke werk) zien hoe mensen met hun altruïsme hun persoonlijk leven, de samenleving, de politiek en het milieu wel degelijk kunnen beïnvloeden. Zijn besluit is duidelijk: de mens kan het tij alleen keren met altruïsme, met de kracht van compassie.

Ten slotte nog een woord over de Frans-Canadese filosoof Réné Girard. In zijn filosofisch meesterwerk ‘Wat van in het begin der tijden verborgen is gebleven’ legt hij bloot, op basis van een zorgvuldige analyse van de wereldliteratuur inclusief de bijbel, dat de mens gedreven door de drang om de andere altijd na te bootsen vooral in zijn drift om te hebben wat zijn medemens heeft, verstrikt is geraakt in een opeenvolging van crisissen, die de vrede van de gemeenschappen waarin hij leeft grondig verstoren. Hij dacht deze crisissen op te lossen door het aanwijzen van een zondebok. Girard ontmaskert dit oplossingsmechanisme. Hij toont aan hoe de zondebok de mens niet bevrijdt, maar hem gevangen houdt in het oer-model van concurrentie, na-ijver en vijandschap. En enkel het nieuwe model van solidariteit, rechtvaardigheid, vriendschap en liefde uitzicht geeft op een toekomst in vrede. Allicht (h)erkent de lezer in dit laatste levensmodel de onontbeerlijke contouren van een nieuwe beschaving.

III Over de noodzaak van collectieve changemakers

Waarom individuele acties niet volstaan

Al ligt de cultuur van gisteren in de kering met de cultuur van morgen en stemt dit tot hoop, de inzet van individuele burgers om een transitie naar een betere toekomst te realiseren hoe essentieel ook, volstaat niet. Goed doen heeft ook een structurele dimensie. En daar zijn meerdere redenen voor.

Rutger Bregman ziet dit in. Ik verkies echter om dit aan te tonen via de inzichten van de filosoof, ethicus Ignaas Devisch zoals hij dit heeft uitgeschreven in zijn kort essay ‘Het empathisch teveel’. Hij vertrekt in dit werkje van de ietwat verrassende maar intelligente vraag ‘of empathie altijd goed is’?

Ik licht – zij het kort door de bocht, want lettend op de beknoptheid van dit essay – zijn centrale gedachte toe. Vanzelfsprekend bevestigt hij de rijke morele waarde van empathie, die hij definieert als ‘het vermogen je in te leven in en mee te voelen met wat je denkt dat de belevingswereld van anderen is’. Toch wijst deze UGent professor meteen ook op de beperktheden van deze emotie.

Empathie ontsnapt niet altijd aan een merkwaardige wisselvalligheid. Niemand slaagt er immers in om zich in alles en iedereen in te leven, zelfs als hij dat zou willen. Onvermijdelijk werkt empathie selectief. Het recente verhaal van sms-solidariteit met de ernstige zieke Pia illustreert dit. Als een slachtoffer uitvoerig in de media komt, wordt dit plots herkenbaar voor vele mensen. Ze kunnen zich dan makkelijker in die situatie inleven. En hoe onschuldiger het slachtoffer (in hoger vermeld geval, een baby nog) des te sterker wordt ons inlevingsvermogen aangesproken. Bovendien zoomt empathie meestal in op het hier en nu. Empathie heeft daardoor ook een vernauwende dimensie. Al is er op zich niets mis mee dat de mens niet bekwaam is om empathie te betonen met iedereen kortbij en vooral niet veraf.

Kortom, empathie is niet neutraal. Bovendien merkt Ignaas Devisch op, is de individuele houding van empathie niet geschikt als basis voor de publieke zaak van rechtvaardige verdeling en steunverlening. Die maatschappelijke zorg vraagt om een structurele grondslag. Onze verzorgingsstaat en sociale zekerheid mogen niet steunen op enige wisselvalligheid en mogen evident evenmin arbitrair zijn.

De sociale zekerheid bouwen op het empathisch vermogen van individuele burgers is onhaalbaar. Ofwel dreigt een ‘empathische burn-out’ – mensen gaan eraan ten onder als ze zich tegelijkertijd op al het leed zouden moeten richten. Ofwel dreigt er een ‘eigen volk eerst logica’: mensen sluiten zich dan steeds meer op in hun eigen kleine kring. Ofwel wordt gekozen voor een ‘meritocratische logica’: gevers stellen bepaalde voorwaarden aan de begunstigden. Dit euvel doet zich in onze dagen voor. De attente lezer ziet hier ongetwijfeld een parallel met de opvattingen en motieven van het luik Inburgering in het nieuw Vlaams regeerakkoord.

Rechtvaardigheid en dus ook specifiek klimaatrechtvaardigheid vraagt om politieke, structurele en institutionele maatregelen. Zo is het de plicht van de overheden om een context te scheppen waarin de burger zijn individuele verantwoordelijkheden kan opnemen. Burgers die bv. kiezen voor groene of duurzame consumptie moeten wel de kans hebben om dit individuele gedrag te realiseren. Groene consumptie is niet mogelijk als er geen ecologisch, groen productie-aanbod is. De bewuste consument kan niet kiezen voor groene energie als de energieproductie enkel drijft op kernenergie.

Het sociale zekerheidstelsel, een beschavingsproject

Een klimaatbeleid staat of valt in de mate het al dan niet sociaal rechtvaardig zal zijn. Dus er moet een prioritaire aandacht gegeven worden aan de zwaksten in onze maatschappij, aan de mensen die nu nog vaak onder de radar leven en de pijn van armoede kennen. Iedereen, dus ook de minderbedeelden vragen meer dan terecht om erkenning, waardering en ‘gezien’ worden. Dit is de centrale stelling van Francis Fukuyama in zijn recentste boek ‘Identiteit, waardigheid, ressentiment en identiteitspolitiek’. Dit alles raakt de kern van klimaatrechtvaardigheid.

Wat is klimaatrechtvaardigheid? Deze vorm van gerechtigheid betekent dat we niemand in onze samenleving achterlaten. Dat we zorgen dat iedereen mee is. En zeker en met voorrang mensen die kwetsbaar zijn en te lage inkomens hebben. We mogen deze mensen niet laten vangen in de fuik van rechts-radicale partijen. Alleen door de focus te richten op dit belangrijk deel van de bevolking zullen we er in lukken om een voldoende draagvlak te creëren. We dienen te beseffen dat onzekere en wanhopige mensen tegen verandering stemmen. Een verstandig klimaatbeleid kan en moet bijgevolg een dam opwerpen tegen armoede. Daarbij beseffend dat zij die in armoede leven, de kleinste voetafdruk hebben.

Hoe kan dit bereikt worden? Door van onze overheden een prioritaire aandacht te eisen voor sociale maatregelen die opgenomen zijn in het rapport van het panel voor klimaat en duurzaamheid. Door Centra voor Sociaal Beleid en denktanks te vragen een scherpe analyse te maken met betrekking tot de situatie van de armen in onze samenleving. Door deze experten te mobiliseren om nieuwe sociale maatregelen uit te werken en voor te stellen. Bovendien moet de klimaatbeweging in overleg te gaan met mensen van ATD Vierde Wereld en in gesprek gaan met het netwerk tegen armoede. De armen verdienen een prominente plaats in ons klimaatactivisme. Om het sloganesk maar helder te zeggen: Armoede neen, Vermogensbelasting ja. De lasten en lusten kunnen duidelijk beter verdeeld worden.

Terecht stelt Geert Van Istendael in zijn nieuw boek ‘De grote verkilling’ dat ons sociaal- zekerheidsstelsel een heus beschavingsproject is. Dit project zou het belangrijke exportartikel moeten zijn van Europa, zegt deze auteur. Het is zijn manier van beklemtonen dat Sociale Zekerheid ongemeen belangrijk is. Zonder sociale zekerheid zouden mensen die leven aan de onderkant van onze maatschappij, samen met de laagste groep van de middenklasse overgeleverd worden aan willekeur en ellende. De bescherming tegen de drie fatale vormen van armoede, met name armoede door ziekte, door werkeloosheid of door hoge leeftijd, zou wegvallen. En die dreiging is reëel, in ons land leven nog altijd meer dan 1 op 20 burgers onder de armoedegrens. Ons sociaal-zekerheidsstelsel mag met recht en reden een hoeksteen van onze Europese beschaving worden genoemd, maar het vertoont niettemin nog gaten, waardoor ook nu nog mensen uit de boot vallen. Geert Van Istendael is ook Ambassadeur van GvK. Lees zijn verklaring waarom.

De tijd evolueert, dus ook de noden van mensen veranderen. Mij lijkt het hoog tijd voor een kritisch en publiek debat over onze sociale zekerheid. Niet om dit stelsel af te slanken waarop neoliberale groepen azen. Maar om een nieuwe en/of vernieuwende vertaling te maken van de sociale, economische en politieke rechten die de binnenring van de zgn. Donut-economie vormen. Wat betekent op vandaag degelijk onderwijs, prioriteit verlenen aan excelleren? Heeft iedereen toegang tot de gezondheidszorg, rekent de geneesmiddelen markt correcte prijzen aan? Heeft iedereen een klimaatvriendelijk woning? Deze en andere vragen zijn van uiterst belang. Want elke burger die door deze ondergrens van de Donut-economie zakt of die ondergrens zelfs niet haalde, komt terecht in een vacuüm van existentieel gemis en onduldbare achterstelling. Voor mij is het duidelijk: de klimaatuitdagingen die op ons afkomen vereisen een nieuwe visie op zorg voor mensen.

De economie als changemaker

Het klimaat vraagt om een andere economie. De huidige uitgangspunten van de staatshuishoudkunde zitten een transitie ferm in de weg. De economie heeft nood aan een totaal ander paradigma. Het is overigens opvallend hoe het dominante economische systeem vanuit verschillende invalshoeken in vraag wordt gesteld. Ik denk aan Geert Noels, Thomas Leysen, maar vooral aan de befaamde economist Thomas Piketty en nog het meest aan de fundamentele hervorming van de economie waar Kate Raworth voor staat, namelijk deopgang makende Donut-economie.

Het is mijn stellige overtuiging dat de economie een dominante invloed heeft op onze cultuur van leven en samenleven. De economie is daarom wellicht dé changemaker om tot een nieuwe beschaving te komen.

Geert Noels noemt zijn laatste publicatie ‘Gigantisme’. Daarin maakt hij een nieuwe, gedurfde analyse van de wereldeconomie. Onze wereld lijdt aan gigantisme. Bedrijven en organisaties worden steeds groter en machtiger. En dat fenomeen doodt concurrentie, leidt niet tot duurzame groei. Het brengt de mens in verdrukking, met welvaartsziektes als burn-out of obesitas tot gevolg.

De giganten (zoals Facebook, Google, Amazon) moeten getemd worden, de mens en milieu verdienen weer hun plaats in de wereldeconomie. De toekomst zal kleiner, trager en menselijker zijn, schrijft hij op de achterflap van zijn boek.

Om daartoe te komen stelt hij tien oplossingen voor. Ik noem er enkele. De fiscale achterpoortjes sluiten. Een hogere vennootschapsbelasting op internationaal vlak. Geen verschil in belasting en andere voordelen meer tussen multinationale ondernemingen en kmo’s. Een rigide CO2-taks op internationaal transport. Valsspelers uitsluiten of langdurig schorsen.

Thomas Leysen, niet meteen een linkse rakker pleit onversneden voor een circulaire economie. Zijn standpunt verkondigt hij overal. Namelijk dat Europa en dus ook ons land over slechts twee grondstoffen beschikt: de grondstof hersenen en de grondstof die we halen uit recyclage en hergebruik van materialen allerlei. Als grote ondernemer handelt hij consequent naar dit inzicht. Hij heeft zijn vroeger groep Union Minière (met geen al te beste reputatie, gezien de rol dat dit bedrijf speelde in Congo), met succes omgevormd tot het huidige Umicore dat in de bedrijfsvisie nu veel oog heeft voor ecologie.

Thomas Piketty gaat veel verder. Hij focust in zijn publicatie ‘Kapitaal in de 21-ste eeuw’ voor grondige hervormingen. Hij is verontwaardigd over de groeiende ongelijkheid in en tussen landen. De huidige economie vertoont nl. een structurele contradictie De ongelijkheid tussen {r} het rendement op kapitaal is immers groter dan {g} het groeicijfer van de economie en handel. Om het op scherp te stellen: de rentenier is beter af. Het rendement dat zijn in het verleden opgebouwd (en geërfd) kapitaal groeit sneller dan de opbrengst die de werker/ondernemer haalt uit de productie van zijn bedrijven.

Piketty formuleert niet enkel kritiek. Hij biedt ook oplossingen aan. Om de nefaste en opklimmende spiraal van deze ongelijkheid te beperken en te keren stelt hij voor een progressieve, jaarlijkse vermogensbelasting in te voeren. Een belasting die varieert naar gelang van de grootte van de vermogens. Het jaarlijkse tarief voor vermogens van minder dan 1 miljoen € blijft beperk tot 0,1 tot 0,5 procent. Om vervolgens te stijgen tot 1 procent voor het gedeelte tussen de 1 en 5 miljoen € . Maar vervolgens stijgt het procent tot 2 voor het deel tussen de 5 en de 10 miljoen om finaal op te klimmen tot 5 en zelfs 10 procent voor vermogens van honderden of miljarden euro’s. Dergelijke tarieven zijn volgens onderzoek niet overdreven, ze zijn realistisch en haalbaar.

Wel is het nuttig dergelijke vermogensbelasting in te voeren vanuit een supranationale aanpak. Piketty pleit er daarom voor te starten en te kiezen voor een continentale, Europese vermogensbelasting. En vanuit de EU te zorgen voor de nodige uitwisseling van bankgegevens en een vermogenskadaster.

In een nieuwe publicatie trekt deze Franse economist nog sterker van leer. Reden waarom hij vanuit rechtse kringen nu weggezet wordt als een communist. Ten onrechte, want de man vertrekt niet vanuit ideologieën maar vanuit strikt wetenschappelijke analyses. Vanuit zijn jarenlange studie van de groeiende financiële ongelijkheid komt hij tot de conclusie dat in deze kwestie het huidige eigendomsmodel het centrale vraagstuk is. Hier ligt het motief waarom hij sterk opkomt voor de idee van sociale participatie. Hij pleit er daarom voor dat de werknemers in de raden van bestuur van de bedrijven een 50% van de aandelen zouden krijgen.

Deze idee leunt duidelijk aan bij de opvatting dat, naast het meten van het rendement van bedrijven, het tijd is dat ook de maatschappelijke verantwoordelijkheid van onderneming in beeld wordt gebracht. Al beseffen de verdedigers van deze maatregel dat bedrijven dit niet makkelijk van binnenuit zullen doen, dat een invoering dus bij voorkeur vertrekt vanuit de externe druk van o.m. de overheden zal moeten komen.

Dé doorbraak ligt m.i. in een economie die steunt op een totaal ander paradigma. Kate Raworth, docente aan de prestigieuze Oxford University en verbonden aan het Cambridge Institute for Substainablity Leadership laat in haar Donut-economie zien hoe het mainstream economische denken op een dwaalspoor zit. Zij presenteert in dit meesterwerk met panache een alternatief en innovatief economisch model voor de 21-ste eeuw.

Zij tekent in zeven stappen een route uit voor een economie die tegelijk welzijn en welvaart voor iedereen garandeert zonder dat dit ten koste gaat van onze aarde. Zij neemt de donut als metafoor.

Deze nieuwe economie speelt zich af binnen de bandbreedte van de buitenste kring en de binnenste kring van de donut. De buitenkring staat voor het ecologisch plafond dat de economie niet mag overschrijden. De binnen-kring wordt gevormd door een aaneenschakeling van sociale, economische en politieke rechten die elke mens toekomt. De Donut-economie is een briljant model dat economie verheft tot een eminente changemaker ten bate van de klimaatkwestie

Dit economie-model staat haaks op het ‘regerende model’. Veel weerstand is voorspelbaar. Maar deze revolutie zal zich doorzetten. Vanuit de kracht van de visie die er aan ten grondslag ligt. Kate Raworth wordt overigens nu al de Keynes (de vorige grote vernieuwer binnen het economische denken) van de 21-ste eeuw genoemd. En geruggesteund door de enorme politieke kracht van het klimaat

IV Afsluitende doordenkers

De waarheid moet gedaan worden

Een DoorgroeiDag is erop gericht visie te ontwikkelen om als beweging Grootouders voor het klimaat te groeien. De dag van 8 november e.k. zal ook impulsen geven om visie in praktijk te brengen. Dit zal gebeuren door in reeds bestaande en nieuwe werkgroepen praktijkideeën uit te wisselen. En mensen te motiveren om hun schouders onder deze vormen van klimaatactivisme te zetten.

Vanuit deze gedachte presenteer ik nog een toelichting bij enkele doordenkers.

Allianties smeden

Het is een efficiënte strategie om als beweging te zoeken naar bondgenoten die in dezelfde sociaal-politieke bedding werkzaam zijn.

Ik pleit daarom om contacten te zoeken met de projectorganisaties UCSIA en het Centrum Pieter Gilles. Beide centra geven impulsen aan het denkwerk binnen de Universiteit Antwerpen. Mij lijken het dus excellente formaties die we als Grootouders voor het Klimaat kunnen vragen een opdracht op hen te nemen die het vermogen van onze beweging overtreffen.

Aangezien economie ongetwijfeld één van dé changemakers is om een klimaattransitie te realiseren verdient het een inspanning om één van deze centra te verzoeken een wetenschappelijke studie op te zetten om te onderzoeken aan welke karakteristieken economie moet beantwoorden om die transitierol op zich te nemen, en welke weerstanden maar ook kansen zich aandienen voor deze rol van de economie. UCSIA kan aangesproken worden. UCSIA is ontstaan nadat UFSIA – de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius werden opgenomen in de pluralistische universiteit UA. UCSIA is een centrum dat de jezuïeten toen hebben opgericht om vanuit hun spiritualiteit en de expertise van hun toenmalige faculteiten met als grootste TEW, projecten op te zetten op het snijvlak van beide. Het Pieter Gilles is ongetwijfeld ook een interessant centrum om die vraag tot onderzoek te stellen. Getuige daarvan hun initiatief om aan de studenten van de UA het korf-vak Klimaatverandering aan te bieden. Goed om weten: ook externe geïnteresseerden kunnen zich inschrijven voor dit multidisciplinair vak. Dit academiejaar werden 2 grootouders voor het klimaat opnieuw … studenten.

De koepel van 11.11.11. werkt dit jaar rond de kracht van changemakers. Misschien een opportuniteit om met deze koepel als beweging GVK een gemeenschappelijk initiatief te nemen? Allianties zijn per definitie nuttig voor de samenwerkende organisaties. De Academie-raad die inrichter is van lezingen die georganiseerd worden in Antwerpen Centrum en Antwerpen Zuid verklaarde zich intussen graag bereid om met Grootouders voor het klimaat gezamenlijke lezingen op te zetten en zich daarbij te richten op de respectievelijke achterban.

Wordt burgerlijke ongehoorzaamheid nodig?

Het regeerakkoord van de nieuwe Vlaamse regering geeft te denken. Het klimaatbeleid ontgoochelt. Het is ondermaats. De politici die het regeerprogramma schreven legden het wereldwijde protest en de klimaatbetogingen in zovele landen koudweg naast zich neer.

Worden we gedwongen om over te gaan tot geweldloos verzet en burgerlijke ongehoorzaamheid? Uit de respons op de lijst van keuzes – voorgelegd tijdens de uitgebreide bestuursvergadering van GvK op vrijdag 6 september ll. – stelden zich meteen een 10-tal leden kandidaat om deze actievorm eens grondig te bekijken. Het is immers wijs vooraleer we kiezen voor dit type van activisme, te luisteren naar experten op dit domein. We denken aan Extinction Rebellion Belgium en VZW Labo, mensen die weten wat deze actievorm inhouden. In een eerste contact wezen zij b.v. op het feit dat ‘de wet breken’ bij anderen bijwijlen agressie oproept. Het is van het grootste belang dat de activist net dan consequent geweldloos blijft. Maar hoe? Experten zeggen dat niet onderschat mag worden wat dit als impact op de activist heeft. Dit alles vraagt om een slimme opbouw van slimme strategieën. Ervaringsdeskundigen onderlijnen het belang van een supporterend netwerk. Dus als een kerngroep van GVK voor burgerlijke ongehoorzaam zou kiezen, dan nog lijkt het me nodig vooraf een principiële goedkeuring te vragen aan onze gehele beweging.

Over reactie en tegenreactie

De werkgroep Communicatie GVK deed al uitstekend werk. Dat verdient veel waardering. Hoeveel werk dit vraagt mag niet onderschat worden. Communicatie is een zaak van scherpzinnig strategisch denken. En dat is bijzonder nodig. Gelijk hebben is één, gelijk krijgen is twee.

Klimaatontkenning, onterechte relativering, permanente leugens over de klimaatcrisis is helaas nog altijd aan de orde. Dat mag niet verbazen. Volgens een onlangs gepubliceerde studie van de in analyse gespecialiseerde organisatie Influence Map dwarsbomen 44 van de 50 invloedrijkste lobbygroepen ter wereld een actief en effectief klimaatbeleid. Het is geweten dat deze lobbyisten erg werkzaam zijn in de gebouwen van de Europese Gemeenschap.

Daarom deze 2 vragen. Moeten we niet overwegen om de nationale groepen van Grootouders voor het Klimaat uit de verschillende landen bijeen te brengen om een slagvaardige Europese koepel te vormen? Dit is nu wellicht het goede moment, nu de huidige Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en haar vicevoorzitter commissaris Timmermans, bevoegd voor klimaat, verklaarden te willen gaan voor een ambitieus Europees klimaatbeleid.

Tweede vraag. Vanzelfsprekend kan onze communicatieteam niet op alles ‘wat beweegt te schieten’. Maar is het toch niet gewenst als zich massieve acties contra het klimaat voordoen, toch te proberen een substantiële tegenkritiek te geven? Of is dit een opdracht die we kunnen voorleggen aan sommige van onze Ambassadeurs van het klimaat. Omdat die dan kunnen spreken vanuit hun publiek gezag?

Afrondend, slecht één vraag

U komt toch ook naar onze doorgroei-dag, beste lezer? Omdat wij er van overtuigd zijn dat uw inzet, inzicht, inspiratie (3 X i) van vitaal belang is voor de toekomst van onze beweging Grootouders voor het Klimaat.

Eén antwoord

Reactie toevoegen

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met * .